Politie.nl Hoofdmenu
Regio Brabant Zuid-Oost

Afgehandelde klachten

Op deze pagina staan voorbeelden van enkele ingediende klachten bij Politie Brabant Zuid-Oost en hoe wij deze hebben afgewikkeld. De zaken zijn omwille van privacy van betrokkenen geanonimiseerd.

 

 

Niet alle klachten worden op deze pagina gepubliceerd. Alleen de klachten die representatief zijn en als voorbeeld kunnen dienen, worden gepubliceerd.

 

Het korps leert van iedere klacht en gebruikt de leermomenten uit onderstaande cases niet alleen voor individuele gesprekken met betrokken politieambtenaren maar deze worden ook tijdens afdelingsbijeenkomsten besproken.  

Rapportages van de Ombudsman over de Politie vindt u op de website van de Nationale Ombudsman.

  • Zorg om dronken minderjarigen (2010)

Situatie:

Het is begin januari, Mark en zijn vriendje Bas (beiden minderjarig) en hebben een feestje gehad. Ze hebben daar alcohol gedronken. Onderweg naar huis worden ze door hun gedrag door voorbijrijdende agenten opgemerkt. Kennelijk is Mark al eerder op de avond gevallen, hij heeft een hoofdwond.

De jongens zijn slecht aanspreekbaar en worden recalcitrant. Omdat het winter is, leggen de agenten de jas van Mark terug om zijn schouders, maar hij werpt deze steeds af. Bij de ambulance dienst wordt geïnformeerd of het nodig is de jongens op te halen, maar dit is na telefonisch advies niet nodig. De agenten proberen de identiteit van de jongens te achterhalen en vinden na lange tijd alleen de gegevens van de ouders van Bas. De vader van Bas wilde in eerste instantie alleen zijn eigen zoon meenemen. Dat zou betekenen dat Mark een nachtje in de cel moest blijven. Uiteindelijk neemt de vader van Bas ook Mark mee naar huis. Beide jongens krijgen een proces verbaal voor kennelijke staat van openbare dronkenschap.

 

Klacht:

De ouders van Mark klagen over:

1) Het feit dat er door de agenten in hun ogen onvoldoende (medische) zorg is verleend, gezien het feit dat het midden in de winter was. Mark had een hoofdwond en was onderkoeld.

2) Dat zij als ouders niet zijn ingelicht, terwijl zij van mening zijn dat het voor de politie niet moeilijk is om contactgegevens van ouders te achterhalen.

 

Afdoening:

Door een onafhankelijke klachtenbehandelaar van de Politie is met de ouders en betrokken agenten gesproken over deze situatie.

Vastgesteld is dat: 

1) Door de politieambtenaren wel de juiste zorg is verleend. Gezien de kou hebben ze een aantal keer de jas van Mark om zijn schouders willen leggen, echter hij gooide die zelf steeds van zich af. Zij hebben advies ingewonnen bij de gezondheidsdienst en zich ervan gewist dat de jongens niet in levensgevaar verkeerde.

2) De agenten ook de ouders van Mark hadden moeten inlichten. Het is verplicht om minderjarigen over te dragen aan het eigen zorgkader, ouders of opvoeders. De politie heeft haar excuses aangeboden aan de ouders voor het niet contacten.

 

Leermoment:

Aan betrokken ambtenaren (en hun collega's van dezelfde afdeling) is het belang van deze verplichting nogmaals onder de aandacht gebracht.

 

  • Ongerustheid over depressieve broer (2009)

Situatie:

Jeanine van de Boogaard belt op tweede Kerstdag met de meldkamer van de politie Eindhoven. Haar broer Marco uit Eindhoven zou eerste Kerstdag bij haar langskomen in Amsterdam maar is niet komen opdagen. Omdat Marco overspannen is, een medisch verleden heeft en lijdt aan een depressie, was zij erg bezorgd. Jeanine heeft zelf met buren en familie gebeld maar die wisten niets of waren zelf niet thuis. Zij vroeg of dat de politie in Eindhoven iets over hem had gehoord (gezien zijn geestelijke toestand) en of dat de politie contactgegevens van andere buren kon verstrekken. Ook vroeg zij of dat het mogelijk was dat er even langs zijn huis gereden kon worden. Volgens de centralist van de meldkamer kon dit niet en werd er verder geen actie ondernomen.

 

Klacht:

Mevrouw van de Boogaard klaagt over het feit dat er geen enkele inzet van de politie is geweest naar aanleiding van haar melding en zij is erg teleurgesteld in de dienstverlening van de politie.

 

Afdoening:

Door een onafhankelijke klachtenbehandelaar van de Politie is met mevrouw van de Boogaard en de afdelingsleiding van de meldkamer gesproken over deze situatie.

In het geval van een mogelijke risicovolle en/of levensbedreigende situatie (gezien de achtergrond van Marco) moet de politie altijd actie ondernemen. Het spijt de politie dat dit in haar geval niet is gebeurd en de politie biedt haar excuses aan.

 

Leermoment:

Aan centralisten van de meldkamer zijn de werkwijzen rondom dergelijke situaties en de bijbehorende politie-inzet onder de aandacht gebracht.

 

  • Voorbeeldgedrag in het verkeer (1) (2010)

Situatie:

Wegens wegwerkzaamheden is de Nobelstraat afgesloten. Dit is een bekende doorgaande weg. De nabijgelegen eenrichtingsweg Jacobstraat wordt door veel automobilisten vanuit de tegengestelde kant als sluiproute gebruikt. De politie staat hier regelmatig te controleren op verkeersveiligheid en schrijft daarvoor ook bekeuringen uit. Buurtbewoner de heer Jansen wordt op een dag onaangenaam verrast als een politieauto met hoge snelheid maar zonder zwaailicht en sirenes ook vanuit de 'verkeerde' kant aan komt rijden. Als de heer Jansen hen hierop aanspreekt vertellen de agenten dat zij een eindje verderop in de straat moesten zijn.

 

Klacht:

De heer Jansen klaagt over het feit dat agenten met hoge snelheid, zonder sirenes en zwaailichten en zonder duidelijke reden, vanuit de tegengestelde kant komen aanrijden, terwijl de politie zelf regelmatig op diezelfde plek controleert en bekeurt.

 

Afdoening:

De heer Jansen heeft gelijk, politievoertuigen zonder dringende noodzaak hebben zich aan de verkeersregels te houden. Op aangeven van de heer Jansen datum en tijd kon eenvoudig worden achterhaald wie de betrokken agent was. Hij erkende direct de fout en heeft zijn excuses aangeboden.

 

Leermoment:

Het onderwerp voorbeeldgedrag in het verkeer is onder de aandacht gebracht bij de betrokken agent en zijn collega's op de afdeling. 

 

  • Gevoelige vreemdelingenzaak (2010)

Situatie:

Mevrouw Kam-Ho heeft de vreemdelingenstatus en heeft geen verblijfsvergunning. Zij gaat een aanvraag doen bij het consulaat in Brussel om de juiste papieren te verkrijgen om vrijwillig terug te keren naar haar land van herkomst. Mevrouw Kam-Ho wordt tijdens de rit van Eindhoven naar Brussel begeleid door medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Bij terugkomst in Eindhoven moet mevrouw Kam-Ho zich opnieuw melden bij de vreemdelingenpolitie. Dat is een standaard procedure voor vreemdelingen. De medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek melden aan de balie van het hoofdbureau dat zij mevrouw Kam-Ho komen aanmelden.

De medewerker aan de balie werd op dat moment voor het eerst geconfronteerd met mevrouw Kam-Ho en kende haar status niet. Zij schakelde daarom hulp in van de collega's van de vreemdelingenpolitie en vroeg aan mevrouw om in een spreekkamer te wachten. Mevrouw Kam-Ho weigerde dit omdat zij niet opgesloten wilde worden. In de procedure tot verkrijgen van officiële papieren heeft zij als illegaal regelmatig het gevoel gehad dat zij als crimineel werd behandeld en is vaak opgesloten geweest. Vanwege het feit dat zij nu juist vrijwillig probeerde het land te verlaten, voelde dit voor haar als zeer ongewenst en kwetsend. Zij wilde best wachten op de afhandeling van de administratie maar waarom kon dat niet in de wachtkamer? Daarop is mevrouw boos weggelopen. Uit de politieadministratie bleek dat mevrouw inderdaad vrijwillig meewerkte aan haar vertrek en dat zij vrij is om te gaan en te staan waar zij wil.

 

Klacht:

Mevrouw Kam-Ho klaagt over het feit dat zij werd opgesloten en daardoor voor haar gevoel als crimineel behandeld werd, terwijl zij juist vrijwillig meewerkt aan vertrek uit Nederland. Door haar achtergrond en het feit dat zij meermalen ongewenst en onterecht is opgesloten, voelt zij zich enorm boos en voelt dit voor haar als zeer kwetsend.

 

Afdoening:

Een onafhankelijke klachtenbehandelaar heeft contact gehad met mevrouw Kam-Ho en de betrokken baliemedewerkers. De baliemedewerker werd door de medewerkers Dienst Terugkeer en Vertrek plotseling geconfronteerd met een vreemdeling en moet de situatie op dat moment ook direct inschatten. Gezien het feit dat twee medewerkers van Dienst Terugkeer en Vertrek mevrouw Kam-Ho begeleidde, schatte de baliemedewerker in dat het verstandig was om mevrouw in de spreekkamer te laten wachten op de collega's van de vreemdelingenpolitie. Echter, door mevrouw Kam-Ho werd dit ervaren als opgesloten worden. Hier conflicteerde de gevoelens van mevrouw met de werkwijze van de politie. Na een persoonlijk gesprek met mevrouw Kam-Ho is het haar duidelijk geworden hoe de politie werkt en dat zeker bij vreemdelingen de verblijfstatus niet direct duidelijk is. Ze begrijpt dat het niet direct duidelijk is voor de politie wat haar status is en dat de politie volgens standaard werkwijze werkt.

De politie heeft haar geadviseerd om altijd een kopie van de aanvraag bij zicht te dragen, zodat ze die kan tonen als het in de toekomst nog eens mocht voorkomen.

 

Leermoment

De medewerker aan de balie en van de vreemdelingenpolitie hebben niets verkeerd gedaan. Zij handelden volgens procedures. Bij sommige bezoekers lopen emoties en gevoelens soms hoog op. Dit is vooraf niet in te schatten.

 

  • Onfatsoenlijke motoragent? (2010)

Situatie:

PSV voetbalt thuis tegen NEC, een gemiddelde risicowedstrijd. Supportersbussen van NEC worden de stad in begeleid door de politie. Meneer van Houten ziet dat een motoragent met zwaailichten het drukke kruispunt afzet, precies op het moment dat hijzelf die kruising oprijdt. Hij verbaast zich over het feit dat er voor een voetbalwedstrijd een motoragent moet worden ingezet. De motoragent zet het kruispunt af om de twee autobussen vrije doorgang te verlenen en geeft daarbij nogal luidruchtig aanwijzingen aan een andere automobilist. Op het moment dat de supportersbussen zijn gepasseerd, springt de motoragent snel weer op zijn motor om zich naar het volgende kruispunt te begeven. Hij geeft het verkeer dat stond te wachten geen verdere aanwijzingen. Met als gevolg dat de heer Van Houten tussen het rijdende verkeer in moet voegen.

 

Klacht:

Meneer Van Houten klaagt over:

1) het feit dat er een kruispunt wordt afgezet voor twee supportersbussen

2) de wijze waarop de motoragent op luide wijze een andere automobilist aanwijzingen geeft

3) het feit dat de motoragent verzuimt het verkeer te regelen nadat de supportersbussen voorbij zijn gereden.

 

Afdoening:

Een onafhankelijk klachtbehandelaar mailt met de heer Van Houten over zijn klacht.

1) Hij legt daarin uit dat de verkeerstromen nabij het PSV stadion zo soepel mogelijk moeten verlopen om een eventuele confrontatie tussen rivaliserende supportersgroepen te voorkomen. De begeleiding kan in theorie ook worden gedaan door opgeleide (particuliere) verkeersregelaars. De politie zal daarop echter moeten toezien, waardoor het soms efficiënter is om de begeleiding zelf te doen.

2) Dat de motoragent schreeuwde, had te maken dat hij op een overtuigende wijze aanwijzingen aan een verkeersdeelnemer wilde overbrengen. Wat er precies geroepen is, meldt de heer Van Houten niet. Wel dat het op hem een onfatsoenlijke indruk maakte. Daarvoor bieden we onze excuses aan.

3) Dat de motoragent zich niet meer bezig hield met het 'netjes' achterlaten van de kruising heeft te maken met het feit dat hij in zijn eentje de supportersbegeleiding deed. Hij moest zich haasten om vóór de bus op het volgende kruispunt te arriveren.

 

Leermoment:

Door de politie is er geen fout gemaakt. Het verhaal van de heer Van Houten is wel overgebracht aan de politiemedewerkers van Bureau Voetbal en Evenementen en aan hen die de bewuste dag in dienst waren. De politie hecht veel waarde aan feedback van burgers over hun ervaringen om zo bewust te worden van de effecten van politieoptreden.

 

  • Gebrek aan privacy (2010)

Situatie:

Op 1 februari van dit jaar komt een moeder met haar 14-jarige zoon en zijn vriendje naar het politiebureau. De 14-jarige jongen en zijn vriendje willen aangifte doen van mishandeling. De twee waren in een park een sneeuwpop kapot aan het maken. Een onbekende man zou de twee hierop hebben aangesproken en hen zonder reden hebben mishandeld.

 

De 14-jarige jongen door de dienstdoende agente meegenomen naar een spreekkamer. Even later wordt ook de moeder in de spreekkamer geroepen. Als de aangifte is opgenomen en de moeder en haar zoon in de wachtruimte komen, ziet de moeder tot haar ontzetting dat de aangifte van het vriendje aan de balie wordt opgenomen. Volgens de vrouw kunnen alle andere bezoekers in de ruimte meeluisteren. De moeder vindt dit een vreemde gang van zaken. Ook vindt zij de manier waarop de jongen wordt verhoord niet passend. De jongen is tenslotte geen dader, maar aangever. Ook vindt ze dat ze door de dienstdoende agenten wordt afgeschilderd als labiel en voelt ze zich niet serieus genomen.

 

Klacht:

De moeder klaagt over de manier waarop zij en het vriendje zijn bejegend en het gebrek aan privacy in de wachtruimte.

 

Afdoening:

Door een onafhankelijke klachtenbehandelaar van de politie is met de moeder en de betrokken agente gesproken over deze situatie. De agente kan zich voorstellen dat de moeder het vervelend vond dat het gesprek aan de balie plaats vond. Alle spreekkamers waren echter bezet, zodat zij geen andere mogelijkheid zag. Zij gaat hier in de toekomst toch meer rekening mee houden.

 

Leermoment:
De collega zal in de toekomst in dit soort situaties meer rekening houden met de privacy van aangevers. Dit is ook met de andere servicemedewerkers als leerpunt besproken.

 

  • Voorbeeldgedrag in het verkeer (2) (2010)

Situatie:

Peter Kruisen staat bij een druk kruispunt met zijn personenauto te wachten voor een rood verkeerslicht. Hij staat voorgesorteerd om rechtdoor te rijden. In zijn spiegel ziet hij een politieauto aan komen rijden. De politieauto sorteert voor om linksaf te slaan. Dit verkeerslicht staat op groen. De politieauto lijkt via het voorsorteervak linksaf te gaan slaan, maar midden op de kruispunt rijdt de politieauto alsnog rechtdoor. De heer Kruisen vindt het een grove en asociale verkeersovertreding. Vooral omdat de politiemensen geen enkele haast lijken te hebben. De heer Kruisen komt de politieauto na de overtreding namelijk nog meerdere malen bij andere kruisingen tegen. Daar staat het politievoertuig rustig te wachten tot het verkeerslicht op groen springt.

 

Klacht:

De heer Kruisen klaagt bij de politie over het feit dat de politieauto, zonder duidelijke reden, een verkeersovertreding maakt.

 

Afdoening:

De surveillant is door zijn leidinggevende aangesproken op zijn gedrag en op zijn voorbeeldfunctie. Hij erkent de overtreding te hebben begaan omdat hij verkeerd was gereden en ter plaatse niet bekend was met de omgeving. De klachtenbehandelaar heeft namens de politie excuses aangeboden aan de klager. Deze zijn geaccepteerd.

 

Leermoment:
Politiemensen hebben ten alle tijden een voorbeeldfunctie en moeten zich hiervan bewust zijn, zeker als zij deelnemen aan het verkeer. Een verkeersovertreding mag alleen gemaakt worden als hier een duidelijke reden voor is.

 

  • Getuigenmelding wordt niet opgevolgd (2010)

Situatie:

Sandra (18) fietst over een fietspad en ziet daar dat een paar jongens uit een auto stappen en een meisje lastigvallen. Zodra Sandra thuis komt, ongeveer vijf minuten later, belt ze direct de politie via telefoonnummer 0900-8844. De telefoniste zegt dat Sandra beter eerst zelf moet gaan kijken wat er aan de hand is en pas als ze het slachtoffer hoort schreeuwen, mag ze het alarmnummer bellen. Sandra snapt niet waarom de politie niet zelf polshoogte komt nemen.

 

Klacht:

Sandra klaagt over het feit dat de telefoniste van de politie zegt dat ze zelf moet gaan kijken en pas mag bellen als het slachtoffer schreeuwt. Ze vindt het vreemd omdat zij zelf pas 18 jaar oud is en dus ook niet durft te gaan kijken.

 

Afdoening:

De klachtbehandelaar vindt de klacht terecht. Er had door de telefoniste, ondanks de geringe informatie, direct een melding aangemaakt moeten worden. Dit is tien minuten later wel gebeurd, nadat de zus van Sandra alsnog contact heeft opgenomen met de politie.

 

Leermoment:
De betrokken telefoniste is aangesproken op haar gedrag. Zij geeft toe dat zij onjuist heeft gehandeld en direct een melding aan had moeten maken. De telefoniste had door moeten vragen om de ernst van de situatie in te schatten. Er had een melding aangemaakt moeten worden.

 

  • Gebrek aan communicatie en trage afhandeling zaak (2010)

Situatie:

Een buurtbrigadier van de politie bemiddelt naar aanleiding van een ruzie tussen Richard en zijn (ex-)vriendin Kim. De relatie wordt uiteindelijk beëindigd. Kim doet aangifte van stalking tegen Richard. Als Richard als verdachte is verhoord, meldt de buurtbrigadier dat er van deze zaak een proces-verbaal zal worden opgestuurd naar het Openbaar Ministerie.

 

Richard doet op zijn beurt aangifte van diefstal tegen Kim. Enkele maanden later wordt Richard door de politie gebeld met de mededeling dat hij moet stoppen zijn ex-vriendin telefonisch lastig te vallen. Kim zou hiervan melding hebben gemaakt bij de politie.

 

Omdat Richard een tijd lang niets hoort van de aangifte die tegen hem is gedaan door Kim, neemt hij ondertussen zelf contact op met het Openbaar Ministerie. Het OM vertelt de man dat er op dat moment geen enkele zaak tegen hem loopt.

 

Klacht:

Richard dient een klacht in bij de politie omdat hij vindt dat hij onheus is bejegend door de brigadier. Die zou hem ten onrechte hebben gemeld dat er een proces-verbaal was opgestuurd naar het OM. Dat was op dat moment niet gebeurd, zo bleek later. De man klaagt tevens over de slechte communicatie en trage afhandeling.

 

Afdoening:

De brigadier is door een onafhankelijk klachtbehandelaar aangesproken op zijn gedrag en bejegening richting Richard. Ook heeft hij hem aangespoord een betere administratie te voeren. De brigadier heeft in een persoonlijk gesprek met de klager zijn excuses aangeboden en het proces-verbaal binnen enkele dagen in orde gemaakt en opgestuurd naar het Openbaar Ministerie.

 

Leermoment:

Politiemensen moeten zaken zorgvuldig afhandelen, open communiceren over hun werkwijze en op tijd contact zoeken met verdachten en melders.

 

  • Onnodige reis vanuit het buitenland gemaakt (2010)

Situatie:

Een Nederlandse zakenman woont tijdelijk in het buitenland en verhuurt in Nederland een woning aan een jong echtpaar. Deze man en vrouw blijken huurfraudeurs te zijn. De zakenman laat de huurders uit zijn woning zetten en neemt telefonisch contact op met het politiekorps Brabant Zuid-Oost. Een medewerker van de politie adviseert de man aangifte te doen. Dat moet volgens haar persoonlijk gebeuren.

De zakenman koopt daarom een vliegticket en vliegt naar Nederland om daar aangifte te doen bij de politie. Een tijdje later laat de officier van justitie de man weten dat er aan zijn aangifte geen vervolg wordt gegeven omdat het een civiele aangelegenheid betreft. De zakenman is verbaasd. Waarom had de medewerker van de politie hem niet verteld dat dat mogelijk kon gebeuren? Dan had hij tenslotte geen aangifte in Nederland hoeven doen.

 

Klacht:

De man klaagt bij de politie over het feit dat zijn zaak niet door de politie wordt onderzocht, terwijl hij wel kosten heeft gemaakt om naar Nederland te reizen voor het doen van een persoonlijke aangifte. De man klaagt dat hij verkeerd is voorgelicht door de medewerker van de politie.

 

Afdoening:

De onafhankelijk klachtenbehandelaar constateert dat de medewerker van de politie de zakenman verkeerd en onvolledig heeft geïnformeerd. Persoonlijk aangifte doen was niet noodzakelijk, het had ook schriftelijk of via een machtiging gekund.

De politie kent de zakenman daarom een schadevergoeding toe: alle kosten (circa 900 euro) die de klager heeft gemaakt om de reis naar Nederland te maken, worden door de politie vergoed.

 

Leermoment:

Medewerkers van de politie moeten burgers op de juiste wijze voorlichten en hen van de verschillende aangiftemogelijkheden op de hoogte brengen.



Laatst gewijzigd 17-09-2010 16:22 |  © Regio Brabant Zuid-Oost |  Privacy |