De stelling
"Naast ouders is school de belangrijkste opvoeder van de jeugd.""Ik ben het niet met de stelling eens. De school heeft wel een opvoedende taak, maar is na de ouder niet de belangrijkste opvoeder. De opvoedende taak ligt in de eerste plaats bij de ouders en daarna in het sociale wereldje van jongeren: familie, vrienden, kennissen en bijvoorbeeld sportverenigingen. Daarna komt de school om de hoek kijken. Op het Pius X-College zijn wij erg geren. Ik en mijn collega’s hebben dagelijks gesprekken met jongeren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dat zou je als een stukje opvoeding kunnen zien. Naast deze sociale controle heb ik als conciërge natuurlijk ook de taak om jongeren af en toe te corrigeren, ook dat is een stukje opvoeding. Belangrijk daarbij vind ik dat je jongeren niet alleen vertelt wat ze wel en niet mogen doen, maar daar ook tekst en uitleg bij geeft. Jongeren zijn veel mondiger geworden en zijn hun leeftijd steeds verder vooruit. Dat een leerling betrapt werd met een jointje, dat gebeurde vroeger ook. Maar tegenwoordig komen kinderen ook in aanraking met harddrugs. Als school proberen wij daar op een goede manier mee om te gaan door in gesprek te blijven met de jongeren. Maar de school is daarbij niet de belangrijkste opvoeder."
Peter van der Wiel, Conciërge Pius X-College, Bladel
"Ik ben het met de stelling eens. Kinderen brengen veel tijd door op school en daardoor heeft de school automatisch een belangrijke opvoedende taak. De ouders blijven natuurlijk in de eerste plaats verantwoordelijk voor hun kind. We willen over de opvoeding in gesprek blijven met de ouders. Het is daarom goed dat de school ouders op de hoogte houdt van de ontwikkeling van hun kinderen. kan bieden is voor veel ouders ook laagdrempelig. Je kunt gewoon bij ons aankloppen om advies te krijgen. Bijvoorbeeld: hoe ga je om met een kind dat in de puberteit zit? Het is helemaal niet gek als ouders daar vragen over hebben. Kinderen zijn immers mondiger geworden en ook de maatschappij is drukker geworden. Wij kunnen ouders weer op de rit zetten door ze te verwijzen naar de juiste zorginstellingen. Ik merk dat ouders deze hulp in de praktijk enorm waarderen."
Antonie van Vugt, Zorgcoördinator Varendonck-College, Asten
"Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Toch hebben scholen veel invloed in het vormen van de jeugd, omdat zij veel uren samen met jongeren doorbrengen. Op de basisschool worden kinderen waarden en normen bijgebracht en leren ze allerlei omgangsvormen. Dat begint al bij een vinger opsteken als ze iets willen zeggen, elkaar laten uitpraten, verkeerslessen en leren om op tijd te komen. Op het middelbaar onderwijs hebben de kinderen naast de school veel andere contacten die van invloed zijn op hun gedrag, zoals contacten met vrienden van de sportclub. De school blijft ook hier een grote invloed houden, maar de invloed van vrienden wordt steeds groter en belangrijker. Een school moet in eerste instantie onderwijzen, maar heeft ook een opvoedende, signalerende en corrigerende taak. Scholen moeten hun verantwoordelijkheid hierin nemen en doen dat ook goed. Zo hebben scholen zorgstructuren en nemen ze deel aan lokale multidisciplinaire overlegvormen. Bij verzuim of spijbelen is de leerplicht aan de orde en gaan we praten met de ouders en kinderen wanneer ze twaalf jaar of ouder zijn. Daarbij kijken we ook naar achterliggende problematieken. We gaan over tot handhaving als het verzuim of spijbelen verwijtbaar is en kinderen of ouders niet meewerken. In Veldhoven bestaan verschillende vormen van jeugdzorg en zijn er goede afspraken tussen de ketenpartners. Op het Sondervick College is het Jeugdzorgloket gehuisvest voor alle jongeren uit Veldhoven en jongeren daarbuiten die in Veldhoven op school zitten."
Roos van Hoof, Leerplichtambtenaar, gemeente Veldhoven
De minister over opvoeden
Als straatschoffies de gemoederen nogal bezig houden, is dat niet gek. Want het is verontrustend als tal van instanties die zich met kinderen bezig cluderen dat jongens tussen et meer in toom te houden zijn. Ik ben van mening dat alle instanties rond het kind problemen zo vroeg mogelijk moeten signaleren. Als de bellen gaan rinkelen concrete hulp bieden: opvoedingsondersteuning. Als ouders dat weigeren en zelf ook niets doen, mag het van mij een slag dwingender: verplichte opvoedingsondersteuning. Het coalitieakkoord meldde het al: naast eerdere ondertoezicht stelling (ots) werken we aan deze lichtere maatregel die de rechter kan opleggen. Als ook dat geen vruchten afwerpt, kan een kind uit het gezin worden gehaald en in de jeugd zorginstelling worden geplaatst. Dat is een zware sanctie. Maar als drang en dwang niet het gewenste effect hebben, dan moet het op deze manier.
André Rouvoet, minister voor Jeugd en Gezin

RSS
Lees voor
