Feiten en cijfers
Jeugd laat zich niet makkelijk in feiten en cijfers vangen. Wie naar cijfers kijkt, moet ook weten vanuit welk perspectief die tot stand kwamen. Net zoals een diamant kent jeugd vele facetten. De kant die je kiest, bepaalt het facet dat je ziet. Eén invalshoek is het kijken naar de politiecijfers. Jaarlijks maakt de politie inventarisaties van jeugdcriminaliteit aan de hand van wat in de eigen systemen is vastgelegd. Wat buiten het gezichtsveld van de politie gebeurt, telt in deze statistieken niet mee. Een tweede invalshoek is die vanuit de cijfers van het Openbaar Ministerie. Met andere woorden: jeugd die in het beklaagdenbankje komt. De derde benadering is vanuit de jeugd zelf. Het meest recente onderzoek naar jeugd in Nederland gaat uit van wat jongeren zelf zeggen te hebben gedaan. Alle drie de invalshoeken staan in dit artikel, maar zijn uiteraard niet volledig.Facet 1: politiecijfers
In de regio wonen ruim 53000 inwoners van 12 tot 17 jaar, waarvan bijna 2500 jeugdigen (4,6%) in aanraking komt met de politie. Deze groep maakt zich vooral schuldig aan het verstoren van de openbare orde door
baldadigheid.
De groep 18-24 jarigen (ruim 3000 verdachten op bijna 58.500 inwoners, zijnde 5,3%) is meer in beeld als het gaat om diefstal en inbraak. Het accent in de jeugdtaak van de politie ligt dan ook in het voorkomen van afglijden van jeugd naar de criminaliteit.
Facet 2: gegevens van het OM Volgens het Openbaar Ministerie lijkt de jeugdcriminaliteit zich te stabiliseren. In 2006 zijn ongeveer 35.500 jeugdzaken ingestroomd; 400 meer dan in 2005. Het afgelopen jaar was er veel aandacht voor de harde kern van criminele jongeren door middel van strikter toezicht, meer vormen van samenwerking met ketenpartners en intensievere begeleiding bij jeugdige veelplegers. Ook schoolverzuim pakt het OM steeds meer aan. Uit onderzoek blijkt dat criminele jongeren hun ‘loopbaan’ vaak beginnen met schoolverzuim. In preventieve zin is bestrijding van schoolverzuim daarom essentieel. In 2006 zijn er 600 méér leerplichtzaken aangebracht dan in 2005. In totaal ging het om ongeveer 6.000 zaken. De helft van deze zaken betrof een zaak tegen de leerplichtige (minderjarige), de andere helft een zaak tegen de ouder(s)/verzorger(s). Bron: Jaarbericht Openbaar Ministerie 2006.
Facet 3: cijfers vanuit de jeugd zelf
Wat zeggen jongeren zelf dat ze doen? In een onderzoek heeft het ministerie van Justitie aan jongeren van tien tot zeventien jaar uit heel Nederland 33 verschillende overtredingen en delicten voorgelegd. Gevraagd werd of de jongeren zich te buiten
waren gegaan aan onder meer vernielingen, schelden, slaan, graffiti, gewelds-, drugs- en internetdelicten.
- Van de jongeren zegt 55,7% in de afgelopen twaalf maanden een van de 33 overtredingen te hebben gepleegd.
- Zonder zwartrijden en vuurwerk mee te tellen, heeft 40% van de jongeren in de afgelopen twaalf maanden een van de 33 delicten gepleegd.
- Het percentage allochtone delictplegers verschilt niet van autochtone plegers.
- Jongeren van 14-17 jaar zijn gevoeliger voor delicten dan jeugd uit de groep 10-13-jarigen.
- De resultaten geven geen aanleiding voor de veronderstelling dat jeugd criminaliteit in de afgelopen jaren (fors) is gestegen.
Bron: WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit 2005.

RSS
Lees voor
