“Maak contact”
Buurtbrigadier zweert bij persoonlijke benadering

Buurtbrigadier Verstegen werkt dagelijks op straat en staat midden in de maatschappij. Hij ziet hoe problemen kunnen ontstaan én weet ook hoe deze vroegtijdig kunnen worden opgelost. "Helaas lijkt het er soms op dat de maatschappij minder tolerant is. Mensen zijn bang om jeugd aan te spreken op hun gedrag. Ik krijg de indruk dat ze sneller naar instanties stappen zonder eerst zelf te proberen om problemen op te lossen. Dat is jammer, want in een vroeg stadium contact maken, voorkomt veel ellende."
Bespreken
Volgens de buurtbrigadier hebben jongeren eenplek op straat nodig. Ze komen na school of in de vroege avond bij elkaar om wat te kletsen. Met de meeste jeugdgroepen is volgens hem niets mis. Ze veroorzaken geen overlast en worden daardoor eerder geaccepteerd door de wijkbewoners. "De jeugd beseft onvoldoende wat het met wijkbewoners doet als er voor de deur een groepje jongeren staat te praten", aldus Verstegen. "Dat wordt namelijk al snel als luidruchtig ervaren. Zeker als er ook nog eens brommers met draaiende motor bij staan en de nieuwste ringtones worden uitgewisseld. Ik zou tegen die buurtbewoners willen zeggen: kom achter de gordijnen vandaan en stap erop af. Maak je ongemak bespreekbaar, zeg wat het met je doet! Praat niet óver elkaar, maar mét elkaar."

Persoonlijk
Hét motto van elke buurtbrigadier is: kennen en gekend worden. Een buurtbrigadier heeft een wijk of buurt toegewezen gekregen waar hij of zij het aanspreekpunt is. Verstegen werkt in de Bestse wijken Wilhelminadorp en Kantonnier. Hij fietst regelmatig door de wijk om in contact te komen met de buurt. Maar Verstegen rijdt ook een paar keer per maand mee in de noodhulp. ‘Meldingen rijden’, zoals dat heet. Ook dat geeft hem informatie die hij gebruikt om zijn werk nog beter te doen. Voor de jeugd is Verstegen geen onbekende. "De meeste jongeren uit mijn wijk ken ik bij hun voornaam. Als ik ze een keer met drank op zie fietsen, spreek ik ze aan. Ter plekke, op het moment zelf. Vervolgens kom ik er op een ander moment op terug. Het liefst persoonlijk, thuis bij de ouders." Volgens Verstegen weten veel ouders niet eens dat hun dochter of zoon met een mixdrankje over straat loopt. "Omdat ik bij de mensen over de vloer kom, zie ik met eigen ogen hoe het er daar aan toegaat. Soms voel ik dat de relatie tussen de ouders en jongeren gespannen is. Of ik signaleer dat het met een jongere thuis niet lekker gaat. Als buurtbrigadier sta je dicht bij de mensen en heb je een vertrouwensrelatie met hen. Daardoor nemen ze misschiensneller iets van mij aan. Ik verwijs ouders soms door naar andere instanties zoals het Jeugd Preventie Programma (het JPP), Bureau Jeugdzorg of maatschappelijk werk. Gelukkig kan ik ze in mijn functie ook blijven volgen. Hoe gaat het met de familie, komen ze er weer bovenop?"
Grenzen
Verstegen heeft zelf twee kinderen. "Ik realiseer me maar al te goed hoe het is om met pubers om te gaan en welke situaties thuis kunnen ontstaan. Ik snap ook hoe moeilijk sommige ouders het vinden om de grenzen aan te geven, dingen bespreekbaar te maken. Jongeren bepalen immers zelf of zij vertellen wat er in hen omgaat en wat er in het weekend gebeurt." In zijn rol als buurtbrigadier kan Verstegen vooral bijdragen door met de jeugd op straat te praten. "Ik luister naar wat ze doen op school en wat ze bezighoudt in het dagelijks leven." Daarnaast geeft de buurtbrigadier voorlichting op scholen over bijvoorbeeld de gevolgen van vuurwerk en vernielingen. Vaak gebeurt dit op aanvraag van een school omdat het onderwerp daar actueel is, maar altijd in overleg en in samenwerking met een van de ketenpartners zoals Novadic-Kentron of Bureau Halt.
Gelijkwaardig
Verstegen zweert bij een persoonlijke benadering, altijd en bij iedereen; zowel naar de wijkbewoners, ouders en scholen als naar de jeugd zelf. "Bel niet meteen de politie. Stuur niet direct een mailtje of een brief. Kijk elkaar recht in de ogen en bespreek het probleem. Dat is veel effectiever. Dan kun je ook elkaars reactie zien, doorvragen naar het waarom. Ik wil vooral tegen wijkbewoners zeggen: zoek aansluiting, maak contact en behandel elkaar als gelijkwaardig. Tegen de jeugd zelf zeg ik vaak: veel kan, maar niet alles mag. Er zijn nu eenmaal grenzen waaraan je je moet houden. Die grenzen bepaal je in onderling overleg. Praat dus met elkaar, dan bereik je meer. De politie is er vooral als het echt nodig is."

RSS
Lees voor
