Meetings of minds
Bij jeugdzaken werken veel mensen vanuit diverse instanties en invalshoeken samen om probleemsituaties op te lossen. Hoe kijken zij vanuit hun eigen functie tegen het werken met jongeren aan?Een meeting of minds tussen Stephanie Massier, officier van justitie voor jeugdzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) in ’s-Hertogenbosch en Joep Hamacher, coördinator van het Jeugd Preventie Programma (JPP).

De kwestie
Het Jeugd Preventie Programma is sinds 1992 een samenwerkingsverband tussen politie en jeugdhulpverlening in de regio Zuidoost-Brabant. Het JPP wil vroegtijdig probleemgedrag van jongeren signaleren en daarmee delictgedrag en verder afglijden voorkomen. Meestal moet een hulpprogramma van enkele maanden de betrokkenen weer op de goede weg helpen. Voor vervolghulp kan een gezinscoach worden ingezet. Het JPP heeft vooral een preventieve taak: voorkomen dat kleine problemen grote problemen worden. Het Openbaar Ministerie, afdeling Jeugdzaken, werkt vooral repressief: het vervolgen van jongeren van 12 tot 18 jaar die ernstig in de fout zijn gegaan. Dat kan ertoe leiden dat jongeren voor de rechter komen en een straf krijgen. Maar het kan ook leiden tot strenge gedragsvoorwaarden voor een bepaalde periode.
Stephanie Massier: "Het lijkt alsof het OM en het JPP tegengestelde belangen hebben. Het OM vervolgt en het JPP wil dat juist voorkomen. In werkelijkheid zijn we aanvullend aan elkaar. Het OM komt pas in actie als alle andere middelen zijn uitgeput. Het straffen van mensen is namelijk niet iets waar je op uit bent. Maar soms is er geen andere keuze meer. Zeker bij jongeren moet alles worden geprobeerd om problemen op te lossen voordat de zaak bij het OM terechtkomt. Straffen is niet altijd effectief, dat weet iedereen. Het is slechts een ultiem middel voor als niets anders meer werkt." •••>
Joep Hamacher: "Dit was ook de directe aanleiding voor de start van het JPP. Vroeger werden problemen van jongeren pas in een laat stadium gesignaleerd. Dan was er thuis, op school en qua delicten al veel mis. Noodgedwongen werden deze jongeren vaak in internaten geplaatst. Dit leverde in de praktijk weinig op. Politie en jeugdhulpverlening ontdekten dat zij door vroegsignalering van probleemgedrag verder afglijden kunnen voorkomen. Daar is dan een kort en intensief hulpaanbod delictgedrag aan gekoppeld. Positief is dat jongeren vanuit het gezin en in hun eigen leefomgeving kunnen worden geholpen en snel zelf de bal weer aan de voet hebben. Hoe vroeger je erbij bent, des te beter kun je delictgedrag en een gang naar het OM voorkomen."
Stephanie Massier: "Het overgaan tot straffen van jongeren gebeurt ook niet zomaar. Tal van instanties zitten tussen bijvoorbeeld het JPP en het OM zoals de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. In veel gevallen kunnen jongeren door preventie, begeleiding of strenge voorwaarden tijdig op het goede pad worden gebracht. Maar we moeten niet vergeten dat sommige jongeren al op zeer jonge leeftijd een dik dossier aan criminele activiteiten hebben opgebouwd. Het is schokkend om te zien dat kinderen vanaf zeven of acht jaar al diefstal, bedreiging of geweldpleging op hun naam hebben staan. In die ernstige gevallen kan het opleggen van straffen de enige manier zijn om deze jongeren weer bij zinnen te brengen. Daar moeten we zeker niet te soft in zijn. Het OM heeft er ook geen probleem mee om de afschrikwekkende oom te zijn als hulpverleners daar hun voordeel mee kunnen doen." •••>
Joep Hamacher: "Louter straffen leidt alleen maar tot meer onmacht. Het moet altijd gepaard gaan met een ontwikkelingstraject waarin de jongere kansen en perspectieven krijgen, maar waarbij ook wat van de jongere zelf mag worden gevraagd. Doen wij dat niet dan zijn er alleen maar verliezers. De hulp van het JPP is niet vrijblijvend en kenmerkt zich soms ook door zachte dwang of drang. Het is vooral belangrijk aan te sluiten bij de krachten en talenten van jongeren en dit te gebruiken als inspiratie om te werken aan de toekomst. In de meeste gevallen lukt dat ook. Met andere woorden: hoe eerder hoe beter. Gecombineerd met het bieden van nieuwe kansen op weg naar een zelfstandige toekomst."
Stephanie Massier: "Het OM, JPP, politie en de andere ketenpartijen hebben allemaal hetzelfde doel: een goede toekomst voor jongeren. Wij werken er samen dan ook hard aan om de informatievoorziening aan elkaar verder te intensiveren en te verbeteren. Daarnaast houden wij steeds meer rekening met de beperkte capaciteit die elke partij tot haar beschikking heeft. Zo proberen we tegenwoordig met de politie en hulpverleners af te stemmen wanneer wij tot aanhouding van bijvoorbeeld een groep jongeren overgaan, zodat deze jongeren goed opgevangen kunnen worden. Maar ook ouders moeten zich realiseren dat zij hier een belangrijke rol in vervullen. Ik zie nog te veel ouders die niet met de instanties willen meewerken of zich er zelfs tegen afzetten. Daar is nog veel terrein te winnen." •••>
Joep Hamacher: "Samenwerken met jongere, gezin en betrokken instanties is belangrijk voor het slagen van de hulpverlening. De politie is binnen het JPP de eerste die bij het gezin aanklopt, zorgen uitspreekt en via het JPP hulp aanbiedt. Het werken in en vanuit het gezin slaagt alleen maar als er goede samenwerking is met andere instellingen zoals bijvoorbeeld onderwijs, jeugd- en jongerenwerk en bureau Halt. Maar ook met sportverenigingen die een belangrijke rol spelen in de vrijetijdsbesteding van de jongere. Hulpverlenen gebeurt niet alleen doordeweeks tussen 9 en 5. Op dat punt kunnen de samenwerkingspartners nog winst boeken. Dat komt ten goede aan de jongere en het gezin. In die gevallen waar de JPP-hulp tekort schiet, is een goede informatieoverdracht naar jeugdreclassering en jeugdbescherming belangrijk. Ook dat kan nog beter. De komst van centra voor Jeugd en Gezin en het Veiligheidshuis kunnen daarin een belangrijke rol spelen als zij slagvaardig kunnen handelen."

RSS
Lees voor
