Jong & Oud
Jonge hond Richard de Graaf (25) en oude rot Ad Mateussen (51) over hun motivatie om in de noodhulp te (blijven) werken. Ad heeft Richard tijdens zijn opleiding diverse malen mogen begeleiden. Ze zaten ook regelmatig samen ‘op de auto’.
Richard de Graaf (25) studeerde in april 2009 af en werkt als agent in de noodhulp op bureau Stratum/Gestel in Eindhoven.
Doener
Nadat deze jonge agent uit Rosmalen en kersverse papa zijn CIOS opleiding had afgerond, wist hij één ding zeker: geen baan voor hem als docent. “Ik was te onrustig voor een sportdocent. Ik wilde meer actie en vond bij de politie de baan die bij mij past.” De politieopleiding, niveau 4 om hoofdagent te worden en om later eventueel door te stromen naar buurtbrigadier, was niet helemaal wat hij voor ogen had. Hier kwam hij tijdens de opleiding achter, toen bleek dat hij veel verslagen moest maken. Hij stapte over naar niveau 3 om als agent in het surveillancewerk aan de slag te kunnen gaan. “Ik ben meer een doener en hou van actie. Om die reden zie ik op termijn het werken bij een arrestatieteam ook wel zitten”. Richard werkt nu zes maanden met plezier in de surveillance en noodhulp.
Heftige situaties
Het werken in de stad geeft voldoening omdat er, vergeleken met een landelijke afdeling, een grote pakkans is. Hij ondervond dit tijdens zijn stage, toen hij een periode in De Kempen werkte. “De aard en de hoeveelheid meldingen zijn niet te vergelijken met de stad. Ook is er meer geweld in de stad. Het feit dat in de stad continu zeven auto’s paraat staan, maakt dat je soms ook anders kunt werken. Kom je het buitengebied in de problemen, dan kan het lang duren voor je assistentie krijgt van collega’s. Deze moeten vaak van ver komen omdat afstanden groot zijn om te overbruggen.” Voor Richard gaat veiligheid boven alles. Hij ervaart dat burgers in het buitengebied gemoedelijker reageren dan in de stad, waar meer agressie is. “Een collega-student heeft in zijn stage al drie keer een vuurwapen moeten trekken. Je kunt in behoorlijk heftige situaties terechtkomen.”
Geen standaard format
Volgens Richard is de praktijk 'wel even wat anders' dan wat hij in de opleiding heeft geleerd. Met name het voeren van een slechtnieuws gesprek blijkt meer te omvatten. Burgers reageren heel verschillend op slecht nieuws – daar ís geen standaard format voor. “Ik heb gemerkt dat in bekeuringsituaties en meldingen waarbij escalatie dreigt het belangrijk is om te kunnen improviseren. Het mooie bij dit werk is dat iedere dag anders is en je nooit weet wat er tijdens je dienst op pad komt. De administratie die je opdoet tijdens je surveillance slurpt helaas een groot deel van je tijd op. Gelukkig lukt het mij nog steeds om alles op tijd af te werken.”
Onregelmatigheid
Met veel voldoening werkt Richard in de noodhulp, al zou er meer aandacht geschonken mogen worden dat mensen niet overbelast raken van de vele onregelmatige diensten. “Door personele krapte wordt op het laatste moment nog een beroep op je gedaan voor een middag- of nachtdienst. De rek is ereen beetje uit.”

Ad Mateussen uit Heeze ging in 1977 naar de politieschool in Heerlen. Vanaf het moment dat hij rook aan het politiewerk, was voor hem al duidelijk dat hij graag op straat werkte, dáár waar het te doen is.
Boeven en bekeuringen
“Ik ben geen man voor binnen. Ik heb de surveillance gedaan, vijftien jaar de Honden Brigade, een tijdje recherche en zeven jaar de Bereden Brigade. Nu zit ik op mijn plek, als brigadier in de noodhulp en begeleider van jonge collega’s in het werk op straat.” Hij noemt het sociale aspect het grote verschil tussen de noodhulp vroeger en nu. “Vroeger deden we daar niet aan, we vingen boeven en schreven bekeuringen. Veel verder ging het niet. Nu hangen we als politie veel dichter tegen de hulpverlening aan. Er wordt veel meer met externe partners samengewerkt, bijvoorbeeld bij relatieproblemen. Dan wordt er doorverwezen naar buurtbemiddeling en de buurtbrigadier kan na de eerste melding ook investeren in het probleem.”
Onrust in woonwijken
De criminaliteit verhardt, evenals de middelen die worden ingezet. “Toen ik begon werd er bij opstootjes alleen gevochten. Vroeger had je bij wijze van spreken genoeg aan een knevelketting en pistool. Nu zijn messen en wapens niet ongewoon. Pepperspray is een must.” Dit middel wordt volgens Ad ingezet bij burgers die door het lint gaan bij bijvoorbeeld een aanhouding. Door in de ogen te sprayen, schakel je iemand tijdelijk even uit. Het valt Ad ook op dat drugscriminaliteit tegenwoordig veel onrust in woonwijken veroorzaakt. Voor Mateussen is de uitdaging nog steeds dat hij echt iets voor mensen kan betekenen. Hij stelt dat de surveillancedienst voor hem relaxter is dan eerst, alhoewel het herstel na de nachtdiensten, met het klimmen van de jaren, wat langzamer gaat. De opgedane ervaring van jaren wil hij graag delen met jonge mensen die aan het begin van hun carrière staan.
Sociale controle
“Het is belangrijk om jonge mensen goede begeleiding te geven in dit moeilijke vak. Vroeger was het zo dat in iedere dienst werd gewerkt met een team van vaste collega’s, zodoende was er sociale controle. Met deze manier van werken kun je elkaar beter opvangen en signaleer je eerder wanneer een collega het moeilijk heeft. Nu weet je eigenlijk niet meer met wie je dienst hebt, dat is soms lastig. Daarnaast is de roosterdruk op dit moment enorm groot.” Voor Ad ligt er in de nabije toekomst geen uitdaging om ander werk te gaan doen: "Ik voel me thuis in dit bureau, met deze collega’s, het draaien van onregelmatige diensten en met het werkaanbod op straat.”

RSS
Lees voor
