“Het gaat mij om de verkeersveiligheid”
Een zaterdagnacht, augustus 2009, Deurne. Na een avond stappen fietst William Kanters met twee vrienden naar huis. Rond 3.30 uur horen ze een auto met hoge snelheid naderen. Het voertuig rijdt rakelings langs Kanters heen. Hij moet vol in de remmen knijpen om de politieauto te ontwijken.De drie mannen fietsen terug om de agenten aan te spreken op hun rijgedrag. Kanters krijgt te horen dat ze “geen tijd hebben” en dat ze weg moeten gaan. De politieauto was betrokken bij een ernstig delict en moest snel ter plaatse zijn. Kanters laat het er niet bij zitten en dient een klacht in. Voor zijn werk als rij-instructeur is hij continu bezig met verkeersveiligheid. Dit moet volgens hem hoog in het vaandel staan. “Het kan niet zo zijn dat de politie naar een melding rijdt en daarbij overig wegverkeer in gevaar brengt. Vandaar de klacht. Niet om de agenten op het matje te roepen, maar om de verkeersveiligheid te verbeteren.” De politie reageert op zijn klacht met een brief en een huisbezoek van netwerkinspecteur Adwin Mols.
De politie nodigt Kanters ook uit om een middag mee te rijden met een noodhulpdienst van de afdeling. Kanters mag meerijden met de hoofdagenten Marjon van Helmond en Peter Wijnen. Zodra de dienst is begonnen, is het meteen raak: een melding van een poging inbraak in Deurne.
Onderweg vertelt hoofdagent Peter Wijnen over de politiepraktijk: “Het isbegrijpelijk dat burgers soms klachten hebben over het rijgedrag van de politie. Wanneer we een melding krijgen, moeten we er soms met spoed naar toe. Dan wil de adrenaline wel eens hoog oplopen.” Van Helmond: “Natuurlijk moet ook de politie zich aan verkeersregels houden. Deze zijn vastgelegd in protocollen. Onze maximum snelheid mag, onder bepaalde omstandigheden én volgens de bestaande protocollen, harder zijn dan bij andere weggebruikers. Uiteraard alleen als het nodig is. Ook rijden we soms door rood of over een groenstrook om een verdachte aan te kunnen houden.” Wijnen: “Maar altijd maakt de politie de afweging of het wel de moeite waard is. Als we over een kruising rijden en het is donker of regenachtig weer, dan kan dat verkeersgevaarlijke situaties opleveren. Hetzelfde geldt voor het rijden met zwaailicht of sirene. Mensen weten niet waar het vandaan komt en kunnen soms schrikachtig reageren.” Dat herkent ook rij-instructeur Kanters: “Ik neem direct het stuur van mijn leerlingen over wanneer ik een auto met sirene aan hoor komen. Omdat ze dit niet gewend zijn, reageren ze vaak paniekerig."

Het drietal arriveert bij de melding. Op het terrein is het hekwerk op verschillende plaatsen vernield. Wijnen en Van Helmond nemen de schade op en vervolgens wordt de aangifte opgenomen. Ze luisteren naar het verhaal van de gedupeerden en geven tips. De bewoonster overhandigt enkele kentekens die ze ooit heeft genoteerd bij verdachte situaties. “Kijk, hier kunnen we wat mee”, zegt Van Helmond. “Alle beetjes helpen. Als we niets horen van de burger, kunnen we ook niks.”
Terug in de auto merkt Kanters op dat er veel maatschappelijk werk komt kijken bij sommige meldingen: “Ik vind het heel netjes hoe jullie met die mensen omgaan. Erg professioneel.” De volgende oproep: een vrachtwagen met pech. Dit kan verkeersgevaarlijke situaties opleveren. Ter plekke is een monteur de vrachtwagen aan het repareren en de takelwagen is gebeld. Van Helmond en Wijnen regelen ondertussen het verkeer. Als de takelwagen arriveert, krijgt de monteur de wagen net weer aan de praat. Wijnen: “Na een melding gaan we soms terug naar het bureau om de aangifte te verwerken. Andere keren rijd je verder en werk je aan projecten. Als burgers een klacht indienen over hangjeugd, dan controleren we daar vaker op. Maar ook als er op een bepaalde plaats veel mensen door het rode licht rijden en we krijgen daar klachten over, besteden we er tijd aan.”
Kanters: “Dus als een burger een klacht indient over iets dan gaan jullie ermee aan de slag?” Van Helmond: “Als het even kan wel. Ook de burger kan klachten over bijvoorbeeld rijgedrag van anderen aangeven. Soms krijgen we meldingen binnen dat er dagelijks op een bepaalde plaats en tijdstip een brommer of auto véél te hard rijdt. Wij nemen dan een kijkje in de hoop die bestuurder te pakken te krijgen. Laatst hebben we er eentje bekeurd die over de 100 km/u reed op een binnenweg, levensgevaarlijk!”
“Bij een melding geeft de meldkamer aan of het wenselij is om met zwaailicht en sirene te rijden”, vertelt Wijnen. “De meldkamer adviseert, de bestuurder beslist. Als er in Someren een aanrijding plaatsvindt en wij zitten in Asten, dan is het niet wenselijk om de hele weg met zwaailicht en sirene te rijden, té gevaarlijk!” Van Helmond: “Bij een achtervolging kies je juist wel voor het rijden met zwaailicht en sirene. Het ligt aan de ernst van de situatie.” Kanters: “Als de politie ervoor kiest zonder zwaailicht en sirene te rijden, dan moet ze wel veilig rijden.” Wijnen: “Helemaal mee eens! Maar waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Het blijft mensenwerk.”

RSS
Lees voor
