Gevoel van onveiligheid is geen wiskunde
Hoe groot is eigenlijk het risico om slachtoffer te worden van geweld? Als we de cijfers van de afdeling analyse van de Divisie Recherche aanhouden, niet zo heel erg groot. Toch is het nog steeds een van de belangrijkste oorzaken voor de subjectieve gevoelens van onveiligheid in de samenleving.Cijfers
Een paar voorbeelden: in 2007 hebben 3106 personen aangifte gedaan van mishandeling. Zuid-Oost Brabant telde op 1 januari 2007 zo'n 730.000 inwoners. Dan kom je op een gemiddelde van 0,43 procent van de bevolking die dat jaar met een vorm van mishandeling in aanraking is geweest. 1 op de 235 personen dus.
Bij openlijk geweld ligt dat percentage op 0,093 procent van de Zuid-Oost Brabanders in de afgelopen vier jaar. Bij bedreiging is dat getal iets hoger: 0,92 procent.
Huiselijk geweld
Zonder iets aan de ernst van de feiten af te willen doen, kan men niet stellen dat om elke hoek het geweld op de burger ligt te wachten. Belangrijk is wel om op te merken dat niet iedereen bij welke vorm van geweld dan ook aangifte doet of melding maakt. Klappen in de kroeg horen er volgens velen gewoon bij, dat kan gebeuren en daar maak je toch geen melding van?
Huiselijk geweld staat erom bekend dat er vaak geen aangifte wordt gedaan. Uit angst of omdat de dader meestal een bekende is. Het is dus lastig om geweldscijfers nauwkeurig te krijgen, maar de stelling lijkt gerechtvaardigd dat Nederland nog steeds een redelijk veilig land is.
Onveiligheidsgevoel
Hoe komt het dan dat kranten, radio en televisie nog steeds spreken van het 'onveiligheidsgevoel' onder de Nederlanders? Ook daarin zijn de nodige nuances aan te brengen. Het gevoel van onveiligheid bestaat, maar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek daalt het de afgelopen drie jaren op rij. De Veiligheidsmonitor 2008 laat hetzelfde beeld zien.
Toch blijkt nog zo'n 20 procent van de bevolking zich wel eens onveilig te voelen. Drie procent daarvan zelfs 'vaak', dat zijn bijna een half miljoen Nederlanders.

Causaal verband
Hoe kan dat met die (relatief) lage geweldscijfers? Volgens criminoloog Toine Spapens, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg, valt er geen causaal verband te leggen tussen objectieve criminaliteitscijfers en het subjectieve onveiligheidsgevoel. "Het is geen wiskunde" vertelt hij. "Ik ben al door veel politiekorpsen gebeld met de vraag om dat verband voor ze aan te tonen. Met die cijfers in de hand zou je kunnen zeggen: als we die bepaalde vorm van criminaliteit aanpakken, dan nemen we het angstgevoel bij de burgers weg.
Helaas voor de politie. Het is nou eenmaal niet zo dat wanneer je veel zaken oplost, of lage criminaliteitscijfers hebt, de burger zich ook daadwerkelijk veiliger voelt."
Overigens lijkt het omgekeerd wel zo te werken. Wendy Simons is stagiaire bij Politie Brabant Zuid-Oost. Zij hoopt als criminologe af te studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam met haar onderzoek naar het verband tussen de criminaliteitscijfers in een wijk en het gevoel van onveiligheid. Ze onderzocht de Eindhovense wijken Doornakkers-West (Tongelre) en Blaarthem (Gestel).
Simons leerde dat mensen die in een buurt wonen waar veel criminaliteit is, zich ook direct onveiliger gaan voelen. "Dat blijkt overduidelijk uit mijn onderzoek. In Doornakkers-West is meer criminaliteit dan in Blaarthem, dat merk je direct aan de angstgevoelens in de wijk. Die zijn in Doornakkers-West dus groter."
Crime-fear-paradox
Zowel Simons als Spapens hebben het overigens ook over een opvallend gegeven, de zogenoemde 'crime-fear-paradox'. Mensen die statistisch gezien het minste risico lopen, zijn vaak het bangst om met geweld in aanraking te komen. Vrouwen en ouderen dus. Uit de cijfers van de Divisie Recherche blijkt dat ook: 90 procent van de mensen die aangifte deed van mishandeling is jonger dan 50 jaar, bij openlijk geweld is dat zelfs ruim 96 procent. Toch is het onveiligheidsgevoel bij ouderen juist het grootst.
Arno Heltzel, woordvoerder van ouderenbond Unie KBO, herkent dat beeld. "De snelheid en kracht, de weerbaarheid dus, nemen af bij ouderen, daarnaast leeft bij hen vaak het gevoel dat de gehele criminele wereld het juist op hen voorzien heeft. Dan word je wel onzeker en angstig."

Media
Ook hier blijkt maar weer dat er geen rechtstreeks verband tussen het feitelijke geweldscijfer en de subjectieve angstgevoelens gelegd kan worden. Toine Spapens geeft een verklaring: "Een hoop factoren zijn van invloed op het gevoel van veiligheid in de samenleving. Bevolkingsdichtheid bijvoorbeeld, leeftijdsopbouw en leefomstandigheden."
Wendy Simons noemt in haar onderzoek nog een aantal zaken die van invloed zijn en waar de politie niet direct iets aan kan doen. De media bijvoorbeeld, die soms door een buitensporige aandacht voor een incident, de angst bij mensen aan kunnen wakkeren. Een ander punt is de inrichting en de bebouwing van een wijk die eveneens van invloed zijn op onveiligheidsgevoelens en criminaliteit.
Direct contact
De Unie KBO heeft een aantal jaren geleden samen met het politiekorps Utrecht voorlichtingsavonden verzorgd voor ouderen in de regio. 'Dat was erg succesvol', vertelt Arno Heltzel. "Mensen werden daar geconfronteerd met de cijfers. Er werd ze uitgelegd dat het risico om met geweld in aanraking te komen helemaal niet zo groot is. Dat werkte goed en nam een groot deel van de angstgevoelens weg. Vooral ook het directe contact met de politie hielp daarbij."
Dat laatste constateert ook Wendy Simons in haar scriptie. Het contact tussen politie en burgers heeft grote invloed op onveiligheidsgevoelens, schrijft ze. We spreken hier over de zichtbaarheid van de politie in de buurt. Vooral de politiesurveillances te voet dragen bij aan het veiligheidsgevoel in de wijk. Agenten lijken directer betrokken en een informeel praatje is makkelijker gemaakt.
Overigens waarschuwt Simons ook in haar scriptie: "De politie moet ook niet te nadrukkelijk aanwezig zijn. Teveel blauw zorgt er namelijk voor dat de mensen denken dat er iets aan de hand is en wakkert juist de onveiligheidsgevoelens aan."
Samenwerking
Alle sprekers zijn het er over eens dat het terugdringen van onveiligheidsgevoelens nooit een zaak van de politie alleen kan zijn, daarvoor is het van teveel factoren afhankelijk. "Sociale cohesie in een wijk is erg belangrijk," zegt Simons. "Mensen moeten elkaar weer leren kennen, er moet een sociale controle bestaan. Gemeente, buurtwerk, woningbouwverenigingen, iedereen heeft zijn rol." Ook Toine Spapens constateert iets dergelijks.
"Het is natuurlijk van belang dat de politie haar primaire taken zo goed mogelijk uitvoert. Boeven vangen, orde handhaven, maar uit cijfers blijkt dus dat je daarmee niet het subjectieve gevoel van onveiligheid wegneemt. Daarvoor moet je, samen met partners, de maatschappij aanpakken."
Als het om geweldsdelicten gaat constateert Spapens nog iets bijzonders. "Uit onderzoek is gebleken dat geweldsplegers vaak recidivisten zijn. Daar ligt voor een deel ook de oplossing van het probleem. Als je zorgt voor een individueel traject voor de daders, waarin ze goed begeleid worden, kun je het geweldscijfer terugdringen. Ook daarvoor moet je natuurlijk samen werken met andere instanties."

RSS
Lees voor
