Mediasocioloog Peter Vasterman: ‘Geweldsgolf is vaak gefabriceerd’
Berichtgeving weerspiegelt niet altijd de werkelijkheid
Stoeptegel van het viaduct, poederbrief, zinloos geweld. Het nieuws in de media over één ernstig geweldsmisdrijf leidt vaak tot een reeks nieuwe berichten over meer vergelijkbare incidenten. Toeval of niet? Hype of werkelijkheid? “Een golf van incidenten is voor een groot deel door de media gefabriceerd”, aldus mediasocioloog Peter Vasterman.Mediasocioloog
“Je wordt soms op het verkeerde been gezet. De berichtgeving in de media is niet altijd een goede afspiegeling van de realiteit.” Peter Vasterman is mediasocioloog en sinds vier jaar universitair docent aan de masteropleiding Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor gaf hij vijfentwintig jaar les aan de school voor de journalistiek in Utrecht.
Fenomeen
Vasterman geldt als een van de meest vooraanstaande Nederlandse kenners van het fenomeen mediahype. En dat fenomeen is volgens hem beslist geen verzinsel: “Je zag de trendmatige golven al in de jaren tachtig ontstaan. Seksueel misbruik stond toen volop in de picture. Opvallend was dat steeds meer aspecten van het probleem als het ware door de media werden ontdekt. Er kwamen steeds meer vertakkingen, varianten, en berichten daarover. Eerst ging het alleen over seksueel misbruik van meisjes. Daarna over misbruik van jongens.
Dit breidde zich in de jaren negentig steeds verder uit tot misbruik in het gezin, ontucht op scholen, misbruik door hulpverleners, sportcoaches, priesters en pedoseksuelen. Tegenwoordig zien we vooral berichten over groepsverkrachtingen. Onderwerpen planten zich voort in de media. Er ontstaan steeds nieuwe golven, nieuwe verbanden, nieuwe hypes.
Soms volgen de media louter de maatschappelijke ontwikkelingen. Maar vaker wordt een thema bínnen de media en dóór de media tot nieuwe golf gemaakt. Iedereen sluit op elkaar aan en put uit elkaars berichten en bronnen. De publieke opinie volgt.”
Kip en ei
De media hebben volgens Vasterman een grote invloed op de manier waarop we de wereld beleven, zelfs als de berichtgeving niet overeenkomt met de werkelijkheid. Dat levert dus een vertekend beeld op. De schuld van de media? “Lastig te beantwoorden. Een typisch kip en ei-verhaal”, aldus de mediasocioloog.
Een van de problemen is dat berichtgeving de realiteit beïnvloedt. Maatschappelijke kwesties en gevoelens in de samenleving gaan veranderen als er veel media-aandacht voor is. Daardoor worden mensen gevoeliger voor het onderwerp en doen ze bijvoorbeeld sneller melding of aangifte, zodat het idee leeft dat er ineens veel meer incidenten van dezelfde soort plaatsvinden. De media berichten daar vervolgens weer over, waarna een spiraal en mogelijk een hype ontstaat.”
Zinloos geweld
Een voorbeeld is de berichtgeving over zinloos geweld, zegt Vasterman: “Het begon met één ernstig incident, waarbij een dode viel. Maar tegenwoordig plaatsen de media vrijwel alle vormen van straatgeweld onder de noemer zinloos geweld. Daardoor concluderen we met zijn allen dat de samenleving verhardt, terwijl geweld op straat iets van alle tijden is.
We denken dus dat het probleem toeneemt. De cijfers tonen echter aan dat het aantal incidenten niet zoveel anders is dan vroeger. En datzelfde geldt voor andere vormen van geweld.”
Volgens Vasterman is het ontstaan van een mediahype redelijk voorspelbaar: “Vindt er een schokkend incident plaats, dan kun je er op rekenen dat er een mediagolf achteraan komt. Zie je echter aanvankelijk alleen kleine berichtjes over hetzelfde type incident, dan mag je voorzichtig aannemen dat er werkelijk iets aan de hand is.”
Imiteren
Er zijn voorbeelden genoeg. Ineens een periode waarin vaders hun gezinnen uitmoorden. Of een periode waarin jongeren met een shotgun op school om zich heen schieten. Soms zijn dit incidenten die kort na elkaar plaatsvinden en daardoor als cluster worden gezien. “Een valkuil”, volgens Vasterman. “Het zijn vaak verschillende gevallen door daders met verschillende achtergronden.”
Toch bestaat imitatiegedrag door berichtgeving in de media wel degelijk, zegt hij: “Vooral als het misdrijf makkelijk te imiteren en de pakkans klein is. Bijvoorbeeld de stoeptegel van het viaduct, vaak door jongeren in groepjes uitgevoerd. Het is waar dat die daders door de berichtgeving op het idee worden gebracht. Maar tegelijk zit dat gedrag er al vaak in.”
Vasterman noemt het onderzoek naar een reeks brandstichtingen in Duitse asielzoekerscentra: “Dat begon met één brand, een aantal doden en veel aandacht in de media. Daaruit ontstonden imitaties door groepen jongeren die er rechts-extremistische ideeën op na hielden, en dus nog meer berichtgeving en imitaties. Datzelfde gebeurt al zeven jaar lang met poederbrieven. Ook dit misdrijf is vrij eenvoudig te imiteren en de dader moeilijk te traceren.”
In dat licht moeten volgens Vasterman ook de vele geweldsfilmpjes op internet worden gezien. Het zogenaamde happy slapping bijvoorbeeld, waarbij iemand door een groep voor de lol in elkaar wordt geslagen. Het geweld wordt met een mobiele telefoon gefilmd en op internet gezet.
“Ook dit kan redelijk anoniem gebeuren”, aldus de mediasocioloog. “Het hoort een beetje bij de Jackass-achtige cultuur: extreme dingen doen voor de kick. De vele geweldsvideo’s op internet zijn in feite de ongemonteerde versie van reality-tv. Veel mensen vinden het fascinerend en sommigen doen het na.”
Grenzen
Volgens Vasterman kunnen de media makkelijk een hype veroorzaken en daarmee een verandering van gevoel en gedrag bij het publiek. Zijn de media zich voldoende bewust van hun invloed en zouden zij zelf grenzen aan hun berichtgeving moeten stellen? Vasterman: “Je kunt de media moeilijk vragen om nieuws te laten liggen.
Maar sommige media zouden zich wat terughoudender kunnen opstellen, vooral media die de agenda bepalen zoals het ANP. Het ANP heeft ooit eens besloten om niet elk incident met een poederbrief direct op het net te zetten. Of neem bijvoorbeeld de buurtrellen in Den Bosch, naar aanleiding van een SBS-programma. Het NOS Journaal, RTL Nieuws en Hart van Nederland kunnen zich afvragen of het wel verstandig is om daar nog eens eigen cameraploegen naartoe te sturen, met het gevaar dat de situatie door de grote aandacht escaleert.”
Tegelijk maakt Vasterman zich niet al te grote illusies over de gewenste terughoudendheid van de media: “De traditionele media staan onder druk van de commercie, elkaars kijkcijfers en de concurrentie van de nieuwe media.
De meeste mensen willen nu eenmaal die sensatie zien, horen en lezen. Er komt waarschijnlijk een splitsing van populistische en serieuze media. De serieuze media zullen een veel kleinere doelgroep trekken, maar daar zullen dan weer veel decision makers in zitten.”
Politie
Media en publiek jagen elkaar op in de waan van de dag, zoveel is wel duidelijk. “Maar gaat het om berichtgeving over geweld, dan speelt ook de politie een uiterst belangrijke rol”, aldus Vasterman. “De politiewoordvoerder is de eerste sluis waar geweldsinformatie doorheen gaat. Daar halen de media hun nieuws. Het is dus zeer bepalend hoe de politie het nieuws verwoordt.
Als een incident door de woordvoerder in een reeks van incidenten wordt geplaatst, dan heeft het meteen een andere lading dan wanneer het als losstaand feit wordt gepresenteerd. De context, waarin de politiewoordvoerder het nieuws plaatst, is de trigger voor de journalistiek. De politie zou hiervan zelfs gebruik kunnen maken.
Bijvoorbeeld de context niet te groot maken als men imitatiegedrag vreest. Of een incident juist bewust in een groter verband plaatsen, als dat helpt om een probleem onder de aandacht te brengen. Je zou kunnen zeggen dat de politie bij nieuws over geweld bijna net zoveel invloed op de berichtgeving heeft als de media zelf.”
Mario Bouwmans, adjunct-hoofdredacteur Eindhovens Dagblad
“Het laatste dat je wilt is onrust veroorzaken. Maar het niet geven van openheid in je berichtgeving kan net zo goed tot onrust leiden. Onze redacteuren zijn zich terdege bewust van de gevolgen die een nieuwsbericht of achtergrondverhaal kan hebben. We leggen geen verbanden als die er niet zijn en doen geen suggesties als daar geen reden voor is. Maar als er de afgelopen tijd ineens een aantal overvallen op supermarkten plaatsvinden, dan ga je vragen stellen. De politie is een belangrijke bron voor ons. Omgekeerd heeft de politie ook het regionale dagblad nodig. We zijn dus op elkaar aangewezen en hebben regelmatig overleg, ook over de nieuwsaanpak van geweldszaken. Daarbij blijft ieder op zijn eigen speelveld. Het Eindhovens Dagblad wil zo open mogelijk in haar berichtgeving zijn, maar gaat uiterst zorgvuldig met die verantwoordelijkheid om.”
Eric Dekker, persvoorlichter SBS6
“Dagelijks maken wij de afweging tussen het belang van het nieuws en de manier waarop je daarover bericht. Voor de redactie van Hart van Nederland geldt een interne gedragscode op basis waarvan de keuzes worden gemaakt. Kort gezegd betekent dit dat wij ons net als elk mens gewoon fatsoenlijk gedragen en iedereen aan het woord laten. Maar dit houdt ook in dat je soms terughoudend bent in de berichtgeving over politiezaken of familiedrama’s. Dagmedia kunnen het zich echter niet veroorloven om het nieuws even op de plank te laten liggen. Als het ANP of wijzelf dat nieuws uitstellen, maar het staat ondertussen wel op
RSS
Lees voor
