Alles komt goed, ik weet het zeker
Dader en slachtoffer over huiselijk geweld:“Alles komt goed, ik weet het zeker”
Dit verhaal is waargebeurd. Omwille van de privacy zijn de namen en woonplaats van de geïnterviewden gefingeerd.
Zondagavond 30 oktober 2006. Karin (34) belt bloedend aan bij haar buurvouw. Ze is meerdere malen met haar hoofd op de grond geduwd en in haar vinger gebeten door haar echtgenoot. Hij pakte een fles en dreigde die op haar hoofd kapot te slaan, maar deed het niet. "Ik ga er aan", denkt Karin nog. Haar 14-jarige zoon Bart is erbij. Samen staan ze doodsangsten uit. Bart probeert zijn moeder nog te beschermen door zijn vader tegen te houden. Maar niemand lukt het om Frank (45) in bedwang te houden. Die ontstak zonder directe aanleiding in razernij. Hij had gedronken en cannabis gerookt, dat wel. Een gesprek met slachtoffer en dader over die bewuste avond en het vervolg.

"Doe gauw de deur op slot en bel 112!", schreeuwt Karin tegen haar buurvrouw. "Frank is doorgeslagen. En bel mijn andere twee kinderen. Ze mogen onder geen enkel beding thuiskomen, ze moeten maar naar jou toe gaan." Binnen vijftien minuten is de politie ter plaatse. De agenten horen het verhaal van moeder en zoon aan. De verwondingen van Karin zeggen genoeg om Frank meteen mee te nemen naar het bureau. Ze hoeft niet eerst aangifte te doen. "Haal maar versterking, jullie krijgen hem niet uit huis", waarschuwt Karin de agenten nog. De versterking blijkt achteraf niet nodig. Frank wordt afgevoerd naar het bureau en blijft redelijk rustig.
Paniek
Frank zat drie dagen vast en werd snel voorgeleid. De advocate belde Karin om te vertellen dat de zitting om 13.00 uur was, maar het slachtoffer hoorde niet dat Frank meteen daarna was vrijgelaten. Dat vernam ze pas later die dag van een vriend. Die had Frank onderdak geboden voor een paar dagen. "Ik belde in paniek met de advocate, die me wel had geprobeerd te bellen", aldus Karin. "Ik was zo vreselijk bang, ik heb die nacht niet kunnen slapen van de schrik." Tijdens de bewuste zondagavond hadden de agenten nog met de drie kinderen gepraat.
Of pappa mamma vaker slaat, wilden ze weten. En of de kinderen bang zijn. Jongste dochter Kim (11) en zoon Rob (13) weten nog dat de agenten het over een ander huis hadden waar ze met mamma naartoe konden gaan. Maar dat wilden ze niet. Kim kreeg een knuffelbeer van de agenten. "Ik vond ze wel aardig", zegt Rob. Na zondag komt de politie een paar keer aan de deur om met zoon Bart en moeder Karin apart te praten. De agenten vragen Karin of ze aangifte wil doen. Karin: "Hij heeft niks aan gevangenisstraf. Ik schiet er niks mee op als hij de bak ingaat, hij heeft hulp nodig." De agenten leggen uit dat ze alle hulp kunnen krijgen via het Steunpunt Huiselijk Geweld, maar dat Karin dan wel aangifte moet doen. Dat doet Karin, vooral ook omdat ze via de advocate van haar man hoorde dat Frank echt hulp wilde.
Frank
Vrijdag 9 februari 2007. Karin en Frank willen meewerken aan een interview. Locatie is hun woning in een doodnormale wijk in een goede Geldropse buurt. Frank woont alweer maanden thuis. Ze slapen weer in één bed. De kinderen gaan weer naar school en Frank naar zijn werk. Niets aan de hand, zo lijkt het. Dader Frank: "We woonden vier jaar samen en zijn al meer dan zestien jaar getrouwd. Ik heb een vreselijk gewelddadige jeugd gehad. Mijn ouders hadden een liefdeloos huwelijk en er werd veel geweld gebruikt. Ik kan gerust stellen dat ik als oud vuil werd behandeld. Ik deugde niet, kon niks. Als ik wilde praten over wat er allemaal mis was in het gezin kreeg ik steeds te horen: je ziet spoken. Ik heb daar mijn hele leven last van gehad. Periodes van contact met mijn ouders waren er in het begin van ons huwelijk wel, maar mijn kinderen zijn zonder grootouders opgegroeid. Het ging gewoon niet. Elke keer als ik in contact met ze wilde komen, leidde dat tot niets. Ook ooms, tantes, neven en nichten ontkenden alles en verklaarden me voor gek. Ik stond alleen en kon bij niemand terecht. Vijf jaar geleden ontmoette ik via mijn tegelzettersbedrijf een oud-collega van mijn vader. Hij keek me met grote ogen aan toen hij hoorde wiens zoon ik was en zei: ‘Dan heb jij het niet gemakkelijk gehad. Ik heb al die ruzies tussen je ouders van dichtbij meegemaakt. Je vader sliep vaak op het parkeerterrein van de DAF en ging niet naar huis.’ Toen knakte er iets in mij. Voor het eerst ontmoette ik iemand die had gezien wat ik allang wist. Ik stortte ter plekke in, mijn vrouw moest me komen halen. Een jaar lang lag ik zwaar depressief op de bank. Ik wilde dood. Nog steeds slik ik antidepressiva. Ik heb vier keer met een psycholoog gepraat en misschien twee keer met mijn huisarts. Verder kreeg ik keurig iedere maand een vervolgrecept. Ik kon niet meer werken, dus inkomen was er nauwelijks. We kregen schulden, ik ging drinken en blowen. Twee jaar geleden flipte ik ook. Toen sloeg ik thuis alles kort en klein, maar raakte mijn vrouw met geen vinger aan. Ik kreeg wel heel veel woedeaanvallen: schreeuwen, tieren, vloeken. Dagelijkse kost, ik kon nergens meer tegen. Als ik Karin niet had gehad had ik me allang voor de trein gegooid. Ze heeft me door dik en dun gesteund al die jaren. Ze is zelfs fulltime gaan werken om onze schulden af te lossen. Ik houd van haar en van onze kinderen. Echt waar. Dat ik haar dit heb aangedaan vergeef ik mezelf nooit. Ik ben blij dat ik weer thuis mag zijn, maar ik zal nog heel hard moeten werken om haar vertrouwen terug te winnen. Inmiddels heeft Novadic/ Kentron een rapport over mij gemaakt. Je schrikt als je dat leest. Ze schatten namelijk de kans groot in dat ik opnieuw in de fout ga en dat wil ik absoluut niet. Ik volg nu de cursus Veilig en Vertrouwd via de reclassering. Vier lessen ondertussen, ik leer er echt heel veel van. We huilen samen, lachen samen en ik leer mijn agressie om te zetten naar positief gedrag. Ik pak iedere kans aan die ik krijg om mezelf te veranderen. Er is dus hulp voor mij en hulp voor Bart via het JPP (Jeugd Preventie Programma van Bureau Jeugdzorg, red.). Maar Karin heeft geen hulp. En die heeft ze wel nodig."
Karin
"Je denkt zeker dat ik gek ben om hem zo snel weer in huis te nemen. Ik had ook altijd gedacht dat ik er meteen een punt achter zou zetten als hij me ooit met één vinger zou aanraken. Maar je kunt er pas over oordelen als het jezelf overkomt. Dat is me nu wel duidelijk." Slachtoffer Karin zag haar man, met wie ze drie kinderen heeft, afglijden: "Door omstandigheden waar hij niks aan kon doen. Zijn ouders waren vreselijke mensen, vooral zijn moeder. Een dominante agressieve vrouw. Lief voor haar dochter, maar genadeloos gemeen tegen haar man en zoon. Je snapt het niet. Maar ík kon daar niets aan doen en heb het niet verdiend zo behandeld te worden. Het is de eerste en de laatste keer geweest. Mij is verteld dat als een vrouw aangifte doet, ze gemiddeld al dertig keer is geslagen. Nou, dan ben ik de uitzondering op de regel. Het zal me nooit meer gebeuren. Dan kan hij vertrekken, ik zweer het. Ik zie de verandering nu al in hem. Hij is rustiger en liever voor de kinderen, die merken het ook. Waarom hij weer thuis woont? Ik had medelijden met hem, de twee jongsten wilden hem weer zien en ik wilde ook absoluut dat de band tussen mijn oudste zoon en zijn vader weer zou herstellen. Onze Bart heeft een paar weken bij zijn vriendin gewoond en ze zijn ongeveer tegelijk weer thuis komen wonen, mijn man en hij. Bart is opgevangen door JJP. Dat contact liep in het begin heel stroef tussen hem en de maatschappelijk werkster. Daarna zijn we met z’n drieën gaan praten en dat is erg goed geweest. Het klinkt misschien gek. Maar hoewel ze voor Bart kwam, heb ik daar heel veel aan gehad. Ze heeft ook mij geholpen. Verder ben ik een keer gebeld door Slachtofferhulp, twee dagen nadat Frank me had geslagen. Ik wilde mijn verhaal eigenlijk niet vertellen. Dat had ik immers al zo vaak gedaan. Tegen de politie, mijn moeder, vrienden. Je bent moe en op. Ik kon alleen maar huilen, maar uiteindelijk hebben we toch even gepraat. Je kunt altijd bellen, zeiden ze. Dat heb ik één keer gedaan, toen ik spijt had van mijn aangifte. Ik vroeg of ze Frank toch zouden helpen als ik mijn aangifte introk. Slachtofferzorg verwees mij naar Steunpunt Huiselijk Geweld, maar daar konden ze me geen antwoord geven."
Slechter
Karin huilt: "Het lijkt wel of het steeds slechter met me gaat. Ik ben blij dat er vrede is in huis, dat het met mijn kinderen weer beter gaat en dat ik zie dat mijn man er echt voor vecht. Maar na alles wat er is gebeurd ben ik op. Die jarenlange ellende eist nu zijn tol. Maar ik red me wel alleen. Ik knuffel mijn kinderen niet eens meer. Weet je wat het is? Het is hetzelfde als wanneer je door een rouwproces gaat. De eerste paar weken loopt iedereen de deur bij je plat. Maar als je écht in de rouw komt, gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. Dat is precies hetzelfde, wanneer je slachtoffer bent van huiselijk geweld. Je leeft in een roes en bent amper in staat om duidelijk te maken hoe je je voelt. Daar zijn geen woorden voor en het is hartstikke moeilijk om er met vreemden over te praten. Waarom ik zelf niet bel?" Karin lacht weer: "Ik ben net zo’n stijfkop als mijn vader. Ik ga echt niet bellen. Een ander mag dat gerust doen, doe maar. En hoe ik de toekomst zie? Goed. Naast Bart krijgen mijn andere kinderen nu ook hulp van JPP en ik heb gezinshulp aangevraagd. Alles komt goed. Ik weet het zeker. Het heeft alleen nog even tijd nodig." Frank werd veroordeeld tot 2 maanden voorwaardelijke celstraf, 2 jaar proeftijd, 80 uur taakstraf en onder toezichtstelling van de reclassering. Momenteel volgt hij verplicht de cursus Veilig en Vertrouwd. Frank: "Ik heb die straf verdiend. Ik had het nooit mogen doen en het mag nooit meer gebeuren."

RSS
Lees voor
