De Stelling
De stelling luidt:Heb ik een vermoeden van huiselijk geweld, dan meld ik dit altijd bij de politie of het Steunpunt Huiselijk Geweld.
Jan Groenen
Directeur Basisschool De Boschuil, Eindhoven.
"Als wij een vermoeden hebben van huiselijk geweld melden we dit in principe bij onze interne of externe vertrouwenspersoon. Iedere school beschikt over zo’n vertrouwenspersoon, die juist in dit soort gevoelige zaken zeer omzichtig kan opereren. Wij hebben daar erg goede ervaringen mee, voorzover je in dit soort zaken van goed kunt spreken."
Mark Brueren
Huisarts, Helmond.
"Bij vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld staat een huisarts altijd voor moeilijke keuzes. In de eerste plaats: hoe sterk is het vermoeden en wat zijn precies de feiten of waarnemingen die tot dat vermoeden hebben geleid? Daarnaast heeft de huisarts bijna altijd te maken met het hele gezin. Vaak is hij vertrouwenspersoon van de mogelijke slachtoffers, maar ook van de mogelijke dader. En los daarvan is er nog de vraag: wat is eigenlijk huiselijk geweld? Stemverheffing, dreigen, gooien met dingen, schreeuwen, een duw geven? Als huisarts heb je altijd de taak om signalen op te vangen en alert te zijn op mogelijk huiselijk geweld. Maar ik zal dat niet altijd zonder meer melden bij politie of het steunpunt. Daarvoor heb ik meer gegevens nodig, en die wil ik zo mogelijk zelf verzamelen. Het uiten van een zwak onderbouwd vermoeden is een gevaarlijke en onzorgvuldige stap. Maar niets doen met een sterk vermoeden zie ik als een teken van zwakte."
Reina van Gemert
Oud-voorzitter scouting Burgemeester Herman Wittegroep, Eindhoven.
"Met de scoutinggroep gingen we een paar keer per jaar met de kinderen op kamp. Juist dan vallen dingen zoals blauwe plekken beter op, omdat de kinderen zich wassen en omkleden. Bij onze scoutinggroep hebben we een duidelijke afspraak gemaakt over het signaleren van huiselijk geweld. Als wij signalen krijgen van kinderen, bijvoorbeeld doordat we zien dat kinderen blauwe plekken hebben, geven we dit altijd door aan het bestuur of de voorzitter van de scoutinggroep. Soms is het moeilijk om deze keuze te maken. Je moet tenslotte erg oppassen dat je geen verkeerde beslissing neemt. Stel dat je het verkeerd hebt gezien en er helemaal geen sprake is van huiselijk geweld? Zelf sprak ik altijd eerst met het kind, daarna ging ik in gesprek met de ouders. Die ontkennen meestal dat er iets aan de hand is. Ze komen dan met een excuus om te verklaren hoe het kind aan de blauwe plekken kwam. Als ik het niet vertrouwde, nam ik contact op met de vertrouwenspersoon van de landelijke scoutingorganisatie. Na overleg met die vertrouwenspersoon werd dan de politie ingeschakeld. En dan bleek dat er vaak toch heel wat meer aan de hand was in dat gezin."

RSS
Lees voor
