‘Betrouwbaarheid is simpelweg afspraken nakomen, ook met criminelen’
Buurtbrigadier Leon Aarts, Eindhoven-Centrum
“Respect is heel belangrijk in de Antilliaanse drugsscene. Of beter gezegd: de grote jongen zijn door geld, status en uiterlijk. De dealers laten zich inspireren door de bekende Amerikaanse ‘gangsta’ rappers. Ik ben wel de vijand, maar kan ze ook helpen om ze uit het criminele circuit te halen. Vertrouwen is essentieel. Afspraken nakomen, van beide kanten. Maar als je dat niet doet, ben je het vertrouwen ook zo weer kwijt.”Leon Aarts (36) is een van de vier buurtbrigadiers in Eindhoven-Centrum. Hij komt uit een echte defensie- en politiefamilie en werkt al zestien jaar bij het korps Brabant Zuid-Oost. Zijn formele werkterrein is het winkelgebied in de binnenstad en de wijk De Bergen, maar tegenwoordig is hij vooral in en rond het Centraal Station te vinden.

Eten in de mond
Al jaren veroorzaakt een vaste kern van Antilliaanse drugsdealers overlast op het Centraal Station. “Het is een groep van zo’n tien dealers van 16 tot 50 jaar”, zegt Leon. “Ze zijn donker gekleed, vooral in rap-stijl, en maken een intimiderende indruk op voorbijgangers. Dat geeft een onveilig gevoel, zeker ’s avonds. Maar ook hun verslaafde klanten veroorzaken overlast. Om aan geld te komen plegen de gebruikers autoinbraken en fietsendiefstallen.” Drie jaar geleden is het korps begonnen om de groep Antillianen nadrukkelijk in beeld te krijgen. Leon is er sinds anderhalf jaar bij betrokken. Hij kent ze ondertussen goed, en ze kennen hem. “Ze draaien hun hand niet om voor berovingen en geweldplegingen. Het zijn grote zelfstandige dealers of kleinere runners en ze dragen vaak messen en vuurwapens.
Een paar maanden geleden was er nog een dodelijke steekpartij. Vreemd genoeg zijn het toch ‘sociale jongens’, die dealen om in hun levensonderhoud te voorzien. ‘Eten in de mond’, zo noemen ze dat zelf. Vaak komen ze van origine uit de slechte wijken op Curaçao, zijn niet geschoold en niet getrouwd, maar hebben vaak wel veel vrouwen en kinderen. Om vier uur ’s middags gaan ze de stad in en om vier uur ’s nachts zijn ze weer weg. Al die tijd moeten ze scherp zijn. Oppassen voor de politie en hun vijanden in de drugsscene. Een stressig bestaan waar ze best uit zouden willen, maar het geld is te makkelijk verdiend.”
Pakkans
De vraag is natuurlijk waarom de groep dealers niet allang achter de tralies zit en uit de stad is verdwenen. “Zo makkelijk gaat dat niet”, aldus Leon. Het dealen wordt zeker niet gedoogd, wat veel mensen denken, maar het is gewoon lastig om ze op heterdaad te betrappen. Ook al lopen we in burger, ze kennen ons en houden direct op met dealen als ze ons zien. Er is ook cameratoezicht op het station, maar ook daarmee is het dealen moeilijk te bewijzen. Soms geven ze gewoon een papiertje aan elkaar alsof het een grammetje cocaïne is, om ons te testen. Het is een kat en muis spel.”
Natuurlijk worden er regelmatig dealers opgepakt door Leon en zijn collega’s, die dan een maand tot twee jaar vast komen te zitten. “Maar dan komen er wel weer nieuwe dealers bij, vaak uit Rotterdam. Of de dealers die eerder ‘binnen’ zaten zijn net weer vrijgekomen. Een treinstation is voor hen de ideale handelshaven. En zolang er gebruikers zijn, blijft de scene bestaan. Voor de politie is het het belangrijkst om de situatie beheersbaar te houden.”
Vertrouwen
Een van de zeven waarden in Code Blauw is betrouwbaarheid. Volgens Leon een kwestie van afspraken maken en die nakomen: “Ben je betrouwbaar, dan win je zelfs het vertrouwen van criminelen. Tot op zekere hoogte natuurlijk. Omdat ik ze kan oppakken, ben ik per definitie de vijand. Toch is er respect en vertrouwen, vooral omdat we als politie duidelijke grenzen hebben gesteld. Bedreig of beledig je een politieagent of pleeg je verzet bij aanhouding, dan pakken we je direct op. Dat weten ze donders goed. Tegenwoordig is het zelfs zo, dat ik een dealer gewoon bel als ik hem op het bureau wil zien. Hij komt dan ook, omdat hij weet dat we hem anders toch wel binnenbrengen. Opvallend is ook dat ze zelden tegen ons liegen. Ze weten dat we ze daarvoor te goed kennen.”
Hulp
Er is volgens Leon ook onderling vertrouwen omdat de Antillianen weten dat ze bij hem en zijn collega’s voor hulp terecht kunnen. “Bijvoorbeeld als ze uit de criminele wereld willen stappen. Dat is een paar keer gelukt. We helpen ze dan op weg bij het regelen van een eigen woning of brengen ze in contact met de hulpverlening Vast en Verder van het Leger des Heils.
Soms moet je ook wat druk zetten om iemand uit de scene te halen, omdat die persoon het bijvoorbeeld zelf niet durft of kan. Zo was er een Antilliaans meisje van 20 jaar, ook uit die groep rond het station, die al drie keer was aangehouden en al wat tijd in de cel had doorgebracht. Ze heeft een kindje. Ik zei haar: ‘Ik weet dat je nog steeds dealt. Als wij dat opnieuw hard kunnen maken ga je naar binnen toe en schakelen we de Kinderbescherming in.’ Nu is ze terug op school en heeft ze werk. We hebben nog bijna wekelijks contact.”
Twee kanten
Doordat Leon de dealers niet alleen aanpakt maar ook helpt, groeit het vertrouwen in hem onder de groep Antillianen. “Maar vertrouwen is ook broos. Je bent het snel weer kwijt als je je afspraken niet nakomt. Als ik bijvoorbeeld iemand heel hard beloof dat ik hem ‘in een uitkering’ kan krijgen en het toch niet lukt, dan ben je direct niet meer geloofwaardig en is al het vertrouwen in één keer verdwenen. Dus zeg ik steeds dat ik vooral mijn best zal doen.”
Volgens de buurtbrigadier moet vertrouwen altijd van twee kanten komen. Dat geldt zelfs voor het contact met de bewoners in de relatief rustige wijk De Bergen, een ander deel van Leon’s werkterrein: “Het is een overwegend autochtone wijk met een heel gemêleerde populatie, van studenten tot hoogleraren en ondernemers. Maar ook in zo’n wijk geldt hetzelfde als voor de omgang met criminelen: je bent betrouwbaar als je je afspraken nakomt. Bovendien is het belangrijk dat je weet wat er speelt in een groep of in een wijk. En daarvoor heb je weer veel contacten nodig, of het nu om een rustige buurt of het criminele circuit gaat. Voor mijzelf staat Code Blauw voor alles wat je als politieman bent en doet. Die zeven waarden mogen mensen ook van ons verwachten. Eigenlijk is het niets nieuws, maar is het gewoon nog eens een keer goed opgeschreven.”
Kernwaarde Code Blauw: Betrouwbaarheid
Een betrouwbare politie is er een die je kunt vertrouwen. Vertrouwen opbouwen kost tijd. Een reputatie afbreken is zo gebeurd.

RSS
Lees voor
