Meeting of Minds
De politie en het Openbaar Ministerie zijn nauw aan elkaar verbonden. Dagelijks hebben ze met elkaar te maken. Maar denken zij ook hetzelfde over het begrip ‘rechtvaardigheid’?De politie handhaaft en spoort op, het Openbaar Ministerie (OM) vervolgt en brengt verdachten voor de rechter. De ene partij kan niet zonder de andere. Politiemensen lopen op straat en kennen hun pappenheimers. Maken ze wel of niet een proces verbaal op, zien ze het een keer door de vingers of schakelen ze hulpverlening in? De officier van justitie van het OM kan besluiten om een zaak wel of niet door te zetten. Is er bijvoorbeeld voldoende bewijs? Wat doet dit met het gevoel van rechtvaardigheid over en weer? En hoe denken beide partijen over het rechtvaardigheidsgevoel bij het publiek?
Heleen Rutgers
Officier van Justitie en teamleider bij het Openbaar Ministerie in ‘s-Hertogenbosch.
Huub Schalken
Plaatsvervangend korpschef van de Politie Brabant Zuid-Oost.
Heleen Rutgers
“Vrouwe Justitia is hét symbool van het Nederlands rechtssysteem en dus ook van het Openbaar Ministerie (OM). We streven naar rechtvaardigheid, maar slepen niet zomaar iedereen voor de rechter.
Sommigen zeggen dat het OM te strak de wetgeving volgt, anderen vinden juist dat we niet strak genoeg optreden. Voorop staat dat er wetten zijn waar wij ons aan te houden hebben. Dat geldt ook voor de politie, die bij opsporing in haar enthousiasme soms iets teveel wil. De grenzen van de wet bepalen dus wat we kunnen doen. Daarnaast volgt het OM het zogenaamde opportuniteitsbeginsel: zijn er redenen of belangen om iemand níet te vervolgen? Bijvoorbeeld als iemand door een delict zo is getroffen dat hij al genoeg is gestraft. Of als de zaak beter civielrechtelijk kan worden gevoerd. Nergens staat dat wij móeten vervolgen.”
Huub Schalken
“Strafrecht is altijd het laatste middel, waarbij het OM inderdaad kan bepalen of vervolging opportuun is. Voor de politie liggen de beslissingen nog wat breder. Naast onze opsporings- en handhavingstaak heeft de politie zorg voor hulpverlening, ook voor verdachten. Er is dus ruimte voor eigen interpretatie om, mits toetsbaar, van de gangbare wetgeving af te wijken. Maar die beslissing moet wel uitermate transparant zijn. Wij staan dichter bij de maatschappij en burgers dan het OM. In bepaalde gevallen kunnen wij besluiten om een verdachte niet voor vervolging bij het OM voor te dragen. Bijvoorbeeld als wij denken dat hulpverlening een adequate oplossing is. Aan de andere kant: áls wij procesverbaal opmaken, dan zou het OM moeten vervolgen. Natuurlijk zijn wij enthousiast en ook creatief in het zoeken naar bewijs. Het OM stelt zich hierbij soms wat passief en bureaucratisch op. Aan de andere kant, het OM is wel bevoegd gezag in deze en verantwoordelijk voor opsporing. In geval van onenigheid is een goed gesprek belangrijk.”
Heleen Rutgers
“Het rechtvaardigheidsgevoel is subjectief. Bijvoorbeeld een winkelier die een dief te pakken krijgt en rake klappen en schoppen geeft. Het publiek zegt: goed gedaan, de winkelier mag zijn belangen beschermen. De wet en het OM zeggen echter: niemand mag aan eigenrichting doen, ofwel eigen rechter spelen. Was de reactie van de winkelier proportioneel: in verhouding tot wat de dief heeft gedaan? Als de winkelier teveel geweld heeft gebruikt, kan hij worden vervolgd. Dan ontstaat al gauw onbegrip bij het publiek. Daarom moeten we de afwegingen goed uitleggen. Onlangs is besloten dat het OM zelfs verder mag gaan in voorlichting dan voorheen, als dat nodig is om maatschappelijke onrust te voorkomen.”

Huub Schalken
“Als politie drongen wij aan op meer voorlichting door het OM. Wij vinden dat het OM nog steeds te terughoudend is als het gaat om informatieverstrekking. Als de politie een inval doet in een woonwagenkamp vertellen we wat we daar vonden, zodat iedereen begrijpt waarom we de actie hebben uitgevoerd. Het OM doet dat niet genoeg. Enerzijds vanwege de bewijslast, maar ook omdat men vreest dat de zaak in de media komt en door die publiciteit wordt beďnvloed. Toch neemt het OM soms beslissingen, om welke aanvaardbare reden dan ook, die ik nauwelijks mijn eigen mensen kan uitleggen. Laat staan dat de burger het begrijpt. Betere voorlichting kan veel onbegrip wegnemen.”
Heleen Rutgers
“Toch zijn politie en OM het juist vaak erg eens als het gaat om de mogelijkheden tot openheid en transparantie. Het beeld van een, in de ogen van de burgers onbegrijpelijk handelend OM, is wat achterhaald. Zo worden politie en OM ook vaak beide aangesproken over de zwaarte van straffen. Over het algemeen vindt het publiek dat veroordeelden in Nederland veel te licht worden gestraft.
Maar als je iemand voor een lichte mishandeling al bij wijze van spreken zes jaar zou moeten opsluiten, hoe zwaar moet een dubbele moord dan worden bestraft? Mensen denken ook vaak te licht over een straf. Als je maar twee weken in de cel zit en van je vrijheid bent beroofd, dan is dat al ongelofelijk ingrijpend. Feit is dat een straf eigenlijk nooit hoog genoeg is om de schade door een strafbaar feit goed te maken. Psychologisch bestaat er haast geen rechtvaardigheid.”
Huub Schalken
“Dat klopt. Pijn en onmacht kun je niet goedmaken. Toch blijft het algemene gevoel van vergelding bij het grote publiek bestaan. Én bij politiemensen zelf. Zij worden er ook op straat over aangesproken als bijvoorbeeld een pleger van huiselijk geweld na korte tijd weer in de buurt rondloopt. Soms is het niet uit te leggen. We wijzen onze mensen dan ook voortdurend op hun kerntaak: opsporen en handhaven. Dan is formeel voor ons de zaak afgedaan. Politieagenten wijzen de burger op die formele procedure, en dan begrijpt men het meestal wel. Maar ook politiemensen balen als naar hun gevoel geen rechtvaardigheid is geschied.”

RSS
Lees voor
