Politie.nl Hoofdmenu
Politie Drenthe

DNA helpt politie bij opsporing

DNA afname
DNA speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van misdrijven. Forensisch onderzoek biedt steeds meer mogelijkheden om de herkomst van biologische sporen te achterhalen. Deze sporen kunnen een rol spelen bij de opheldering van diverse soorten misdrijven.

Zo kunnen er sporen worden aangetroffen op kledingstukken van slachtoffers van zedenmisdrijven of bloedsporen op steekwapens van verdachten van mishandeling of doodslag. DNA staat voor ‘Deoxyribo Nucleic Acid’. Een DNA-profiel is over het algemeen uniek voor ieder levend organisme. Daarom is DNA heel belangrijk voor het opsporingsproces.

Verplicht DNA afstaan
Per 1 februari 2005 is de Wet 'DNA-onderzoek bij veroordeelden' van kracht. Sindsdien moeten mensen verplicht DNA-celmateriaal afstaan wanneer zij veroordeeld zijn voor een misdrijf. Op dit misdrijf moet een gevangenisstraf staan van maximaal vier jaar of meer. De forensisch rechercheur neemt DNA af en zorgt dat het in de landelijke databank komt. De nieuwe wet leidt tot voorkoming, opsporing en berechting van meer misdrijven waarbij lichaamsmateriaal van de daders is of wordt gevonden. Hierdoor wordt de DNA-databank enorm vergroot. Het DNA mag vervolgens 20 of 30 jaar bewaard blijven. De precieze bewaartermijn hangt af van de ernst van het feit waarvoor iemand veroordeeld is. Veroordeelden kunnen de afgifte van DNA-materiaal in dit geval niet weigeren. Als ze dat toch doen geeft de Officier van Justitie een aanhoudingsbevel uit. De politie houdt vervolgens de weigeraar aan en neemt alsnog DNA af.

Grootschalig DNA-onderzoek
In uitzonderlijke gevallen worden burgers gevraagd om vrijwillig DNA af te staan. Dit wordt ook wel een grootschalig DNA-bevolkingsonderzoek genoemd. Een bevolkingsonderzoek is één van de meest vergaande middelen om daders op te sporen. Hierbij worden burgers die niet verdacht zijn, gevraagd vrijwillig DNA af te staan ter vergelijking van een aangetroffen spoor. Het DNA van deze betrokkenen wordt alleen vergeleken met het aangetroffen DNA-spoor in de betreffende zaak. Daarna wordt het DNA-materiaal vernietigd. Het DNA-onderzoek in de zaak Reestlaan is hier een voorbeeld van.

Het doel hiervan is het uitsluiten van personen als dader en de identiteit achterhalen van de dader van het misdrijf. Grootschalige DNA-bevolkingsonderzoeken onder niet-verdachten zijn aan voorwaarden gebonden. Zo dient er bijvoorbeeld sprake te zijn van een zeer ernstig misdrijf dat grote maatschappelijke onrust veroorzaakt, moet het onderzoek uitgerechercheerd en geen verdachte hebben opgeleverd.

Wekelijks nieuwe DNA-matches
Doordat de wettelijke mogelijkheden de afgelopen jaren fors zijn verruimd kunnen Politie en Openbaar Ministerie meer misdrijven oplossen. Al het nieuwe DNA-materiaal uit de landelijke databank wordt gecontroleerd met openstaande zaken waarbij DNA is aangetroffen. Dat levert bijna wekelijks nieuwe ‘matches’ op. De meest spraakmakende DNA-match van de laatste tijd betreft die in de zaak Andrea Luten. Achttien jaar na dato komt er een verdachte in beeld, nadat hij is veroordeeld voor een huiselijk geweldzaak en daarna verplicht zijn DNA moet afstaan. Maar ook steeds meer andere zaken als inbraken, ernstige mishandelingen en zedenzaken worden opgelost met behulp van DNA. Daarom is het erg belangrijk dat er een gedegen sporenonderzoek plaatsvindt.

Vinden en veiligstellen
De forensisch rechercheurs van Politie Drenthe zijn gespecialiseerd in het vinden en veiligstellen van DNA-sporen. Na een misdrijf zoekt de rechercheur bijvoorbeeld naar sporen in speeksel, haren of bloed. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag onderzoekt de DNA-sporen verder. Na vaststelling van het DNA-profiel vergelijkt het NFI het gevonden spoor met een landelijke databank. Soms kan het NFI dan een verdachte aan een veiliggesteld DNA-profiel koppelen. Het vastleggen van DNA-sporen in de landelijke databank gaat overigens volgens strenge wettelijke regels.



Laatst gewijzigd 03-11-2010 9:07 |  © Politie Drenthe |  Privacy |