6 Speerpunten
AlcoholBij circa 15% van alle verkeersongevallen is er drank in het spel. Dat betekent dat er ieder jaar door alcohol 150 tot 200 doden vallen en er 3000 tot 4000 mensen in het ziekenhuis belanden na een verkeersongeval. In 2005 zijn in de provincie Gelderland bij ongevallen 10 doden en 174 ziekenhuisopnamen geregistreerd waarbij alcoholgebruik is geconstateerd. Het VHT controleert dan ook regelmatig op alcohol in het verkeer. De alcoholcontroles worden uitgevoerd met behulp van een mobiele alcoholcontrolepost. Deze alcoholbus is speciaal ingericht voor het houden van de alcoholcontroles doordat er een ademanalyseapparaat is geïnstalleerd. Op deze manier zijn de alcoholcontroles door de gehele politieregio te organiseren. In de alcoholbus is tevens een installatie ingebracht om voorlichting te kunnen geven aan weggebruikers over de gevolgen van het alcoholgebruik in het verkeer.
0,2 promille voor beginnend bestuurders
Vanaf 1 januari 2006 gelden er strengere regels voor alcohol in het verkeer. De nieuwe alcohollimiet van 0,2‰ is er voor alle brom- en snorfietsers tot 24 jaar. En voor iedereen die z’n rijbewijs heeft vanaf 30 maart 2002 of het nog gaat halen. De 0,2‰ limiet geldt de eerste vijf jaar nadat je je rijbewijs hebt ontvangen. Kort gezegd komt de nieuwe regel op het volgende neer: Méér dan 0,2‰ alcohol? Niet meer rijden!
Gordel
Het dragen van de gordel is verplicht, zowel op de voorbank als op de achterbank. Wie een gordel draagt, loopt een stuk minder risico op letsel bij een ongeval: een afname van 40% door het dragen van de gordel. Wanneer dit ook nog gecombineerd wordt met een airbag wordt dat 50%. Het VHT controleert streng op het dragen van de gordel, omdat een autogordel bij een ongeval levensreddend en letselbesparend werkt. Het risico van een dodelijk ongeval is zonder gordel bijna de helft groter dan met gordel. Het gordelgebruik in Gelderland vertoont de laatste jaren duidelijk een positieve ontwikkeling. Ten opzichte van 1992 steeg het gordelgebruik door voorinzittenden van 67% naar 92% in 2005. Het gebruik door achterinzittenden steeg in die periode nog sterker (van 6% naar 70%)
Kinderbeveiligingsmiddelen
Vanaf 1 maart 2006 gelden er nieuwe regels voor het veilig vervoeren van kinderen. Deze regels komen er op neer dat kinderen (iedereen onder de 18 jaar) kleiner dan 1,35 meter in een goedgekeurd kinderzitje moeten worden vervoerd. Volwassenen en kinderen groter dan 1,35 meter moeten de autogordel om en mogen zonodig ook een kinderzitje (zittingverhoger) gebruiken. Meer informatie over de nieuwe regels vindt u op de speciale website van Verkeer en Waterstaat: www.kinderzitjes.nl.
Helm
Het dragen van de veiligheidshelm is bepalend voor de ernst van het letsel bij verkeersslachtoffers. In Nederland is het dragen van de helm verplicht op de bromfiets en de motor. Motorrijders doen dat doorgaans trouw en van de bromfietsers draagt inmiddels ook ruim 92% een helm. Bij passagiers ligt dat helaas anders: bijna een kwart van de bromfietspassagiers rijdt blootshoofds rond. Belangrijk bij het dragen van de helm is dat ook de kinband goed is vastgemaakt, anders schiet de helm af tijdens een ongeval. Het hoofdletsel bij motorrijders en bromfietsers zonder helm is vaak zeer ernstig. Dit is de reden dat het VHT ook helmcontroles houdt. In 2004 vielen in Nederland helaas 91 doden en zo’n 3000 ziekenhuisgewonden onder brom- en snorfietsrijders te betreuren.
Snelheid brom- en snorfiets
Bromfietsers zijn een kwetsbare groep in het verkeer. Hoewel zij verantwoordelijk zijn voor slechts 1% van de totale mobiliteit in Nederland, nemen zij 10% van alle verkeersdoden en 20% van alle ziekenhuisgewonden voor hun rekening. Wanneer de brommer dan ook nog eens wordt opgevoerd, is de kans op een ernstig ongeval alleen nog maar groter. Het opvoeren van motorrijtuigen is verboden. Bij brom- en snorfietsen wordt er gekeken naar de door de constructie bepaalde snelheid. Die mag voor een snorfiets niet hoger liggen dan 30 km/uur en voor een bromfiets niet hoger dan 50 km/uur. Voor de meting van deze snelheid gebruikt het Verkeershandhavingsteam rollentestbanken.
Roodlicht
Door rood rijden is één van de vijf speerpunten waarop het Verkeershandhavingsteam extra controleert. ‘Nog even een stoplichtje pakken’ kan namelijk dramatische gevolgen hebben. Na een ongevallenanalyse worden de roodlicht controles uitgevoerd. Als de relatie tot het ongeval het negeren van rood licht is, dan wordt er op die plek intensiever gecontroleerd. De controles worden uitgevoerd met flitspalen met daarin gecombineerde roodlicht / snelheidscamera's. Daarnaast worden visuele controles uitgevoerd door personeel van het VHT. Hierbij wordt zowel aan het langzame als het snelle verkeer aandacht geschonken.

Snelheid
In Nederland wordt intensief op snelheid gecontroleerd. Snelheidscontroles vinden om drie redenen plaats. Allereerst omwille van de verkeersveiligheid, want snelheid speelt een rol bij élk verkeersongeval. Het milieu is een tweede goede reden: hoe harder een voertuig rijdt, hoe hoger het brandstofverbruik, hoe meer CO2-uitstoot en hoe meer geluidsoverlast. De derde reden is mobiliteit. Files ontstaan minder snel als weggebruikers met ongeveer dezelfde snelheid rijden. Bovendien is de kans op ongelukken kleiner, en ook dat scheelt files. Snelheid kan het verschil uitmaken tussen leven en dood. De meeste ongelukken hebben namelijk te maken met snelheidsovertredingen. De plaatsen waar op snelheid wordt gecontroleerd, worden onder andere bepaald door ongevallenanalyses en nulmetingen. Als uit de analyse blijkt dat de ongevallen gerelateerd kunnen worden aan snelheid, dan kan het bedoelde weggedeelte in aanmerking komen voor snelheidscontrole.
Telefoneren
Handheld bellen leidt tot gevaarlijk weggedrag. Een bestuurder die met de telefoon in de hand belt, wordt immers op twee manieren afgeleid. Lichamelijk, wanneer hij gelijktijdig de telefoon moet bedienen als zijn auto moet besturen, maar ook geestelijk, als zijn aandacht verdeeld moet worden tussen het telefoongesprek en het autorijden. Bellen tijdens het autorijden verhoogt de kans op een ongeval aanzienlijk. Het ongevalrisico bij mobiel bellen is vier maal hoger dan wanneer er niet wordt gebeld. (SWOV factsheet, mei 2006). Handsfree bellen is iets veiliger, maar is door concentratieverlies ook bepaald niet risicoloos. De SWOV schat in dat er per jaar circa 600 slachtoffers (doden en ziekenhuisgewonden) in het verkeer vallen door bellen tijdens het rijden. Rijden met de telefoon in de hand is dus gevaarlijk en daarom verboden.
Sinds 30 maart 2002 is er een wettelijk verbod op handheld bellen. Letterlijk staat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) dat het ‘degene die een motorvoertuig, bromfiets of invalidenvoertuig bestuurt, verboden is om een mobiele telefoon vast te houden’. Het is dus niet alleen verboden om rijdend handheld te bellen, ook rijdend sms-en, een adres opzoeken of een telefoonnummer opslaan is niet toegestaan. De wetgever heeft de term ‘vasthouden’ dus bewust gekozen. Ook is bepaald dat het klemmen van de telefoon tussen oor en schouder niet mag. Jaarlijks worden bijna 120.000 bekeuringen uitgeschreven voor overtredingen van het verbod. Omdat het verbod nog onvoldoende nageleefd wordt, controleert de politie sinds 1 september 2007 een jaar lang meer op handheld bellen tijdens het rijden. Hiervoor zijn onopvallende motorfietsen aangeschaft. Deze worden in combinatie met opvallende politievoertuigen ingezet voor de extra controles. Tussentijds zullen de effecten van de extra controles worden geëvalueerd.

Onopvallend videovoertuig / agressie
Agressief rijgedrag is een verzamelnaam voor een bonte stoet overtredingen: grove snelheidsovertredingen, snijden, rechts inhalen, bumperkleven etc. Het VHT pakt agressief rijgedrag onder andere aan met surveillances met de onopvallende videoauto.

RSS
Lees voor
