Wijken in het werkgebied van Bureau Zoetermeer
De huidige gemeente Zoetermeer bestaat sinds 1 mei 1935. Op die datum werden de gemeenten Zoetermeer en Zegwaart samengevoegd.Deze twee dorpen liepen vroeger in elkaar over. De grens tussen de dorpjes liep ter hoogte van de Leidse- en Delftsewallen. Aan de oostkant lag Zegwaart en aan de westkant Zoetermeer. Al voor 1935 hadden de dorpen samen één burgemeester.
Zoetermeer was altijd een rijkere gemeente dan Zegwaart, vooral in de zeventiende eeuw. Er woonden veel rijke lieden uit omliggende plaatsen, die in Zoetermeer een tweede huis hadden. Dit is aan sommige panden in de Dorpsstraat en de Vlamingstraat nog wel te zien.
Het dorpje Zoetermeer komt voor het eerst voor op een landkaart uit 1615. Zo'n 1.000 jaar geleden echter vestigden zich in de streek al de eerste bewoners. Het gebied bestond toen voornamelijk uit moerassen (Moerkapelle; moer = moeras) en woud (denk aan Zoeterwoude, Gelderswoude e.d.). De naam Zegwaart komt van de moerasplant zegge.
Er was in die tijd een meer, genaamd het Zoetermeer. Het lag waar nu de Meerpolder is, dus tussen de huidige gemeenten Zoetermeer en Stompwijk. De streek ten zuidoosten van het meer was eigendom van een graaf. Een dergelijk stuk land werd een ambacht genoemd. De bewoners leefden van de landbouw en de visserij.
De oudste straatnaam is de Eersteweg. Deze straat lag tussen de huidige Broekweg en de Leidsewallenwetering, ter hoogte van de Zwaardslootseweg. Hier lag toen ook lange tijd het centrum van de bewoning.
In 1150 stond er een kasteel genaamd Palensteijn, waar nu de wijk met die naam ligt. Kort daarna werd het ambacht Zegwaart gesticht.
In de eerste jaren van bewoning rond het ‘Zoetermeer’, gelegen tussen het huidige Zoetermeer en Stompwijk, leefden de mensen er onder moeilijke omstandigheden vanwege de drassige en woeste gronden. Later werd begonnen met het droogmaken van de gronden. De veengrond die droog kwam werd in de loop van de jaren afgegraven, wel tot zo'n twee tot vier meter. Dit leverde vruchtbare kleigrond op, geschikt voor landbouw.
De bewoonde delen werden niet afgegraven, waardoor deze hoger kwamen te liggen dan het omliggende land. Dit is te zien aan de Dorpsstraat, die nog hoger en op veengrond ligt.
In de vijftiger jaren groeide de bevolking van Zoetermeer en de gemeente diende voor uitbreiding van de huisvesting te zorgen. In die tijd werd de huidige wijk Dorp gerealiseerd.
Deze uitbreiding zette zich voort in de jaren zestig.
Men noemde de straten naar zeehelden (Tromp, Piet Hein, De Ruyter, Karel Doorman enz.) en schilders (Van Gogh, Rembrandt, Vermeer). Later volgde de Oranjebuurt en de dichtersbuurt (Kloos, Vondel, Tollens).
De Dorpsstraat bleef de kern van de gemeente. Daar waren het gemeentehuis (nu notariskantoor), het postkantoor (hoek Dorpsstraat - Leidsewallen, waar nu een makelaarskantoor is gevestigd), de kerken en de scholen. Winkelen deed men ook voornamelijk in de Dorpsstraat, hoewel de nieuwe buurten ook winkelcentra hadden: het Piet Heinplein en de Oranjelaan.
Zoetermeer groeikern
In 1962 kreeg Zoetermeer de opdracht tot uitbreiding van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Toxopeüs. Zoetermeer werd groeikern voor Den Haag. Het plan was om Zoetermeer een stad met 100.000 inwoners te laten worden. Begin jaren zestig woonden in Zoetermeer slechts 10.000 mensen. Het structuurplan voor de groei ging uit van vier nieuwe wijken om het Dorp heen, met elk een hoog voorzieningenniveau.
In Zoetermeer was in die jaren Rijkspolitie. Het kleine politiebureau was gevestigd in de Bernhardstraat.
Zoetermeer bestaat nu uit elf wijken met ieder een eigen wijkagent. De industriegebieden hebben geen eigen wijkagent. Hier werken wij aan veiligheid met de bedrijven en een beveiligingsbedrijf.

RSS
Lees voor
