Speerpunten

Te hard rijden
Het Verkeershandhavingsteam (RVHT) houdt vooral op de provinciale wegen snelheidscontroles. Op het kaartje
kun je zien op welke wegen het RVHT controleert. Deze wegen zijn gekozen omdat er veel ongelukken gebeuren én omdat er vaak te hard wordt gereden. Met de controles probeert het RVHT de snelheid omlaag te krijgen en het aantal ongelukken te verminderen.
Op sommige wegen staat het RVHT al langere tijd, zoals op de N207, de N209 en de N455. Regelmatig meten we of de controles ervoor zorgen dat er minder vaak te hard wordt gereden. In de meeste gevallen daalt de gemiddelde snelheid wanneer het RVHT al langere tijd op een weg controleert.
Misverstanden:
Over snelheid en snelheidscontroles bestaan helaas veel misverstanden die verkeersveiligheid niet ten goede komen. Het Verkeershandhavingsteam zet er een paar voor u op een rij:
'Tien kilometer te hard kan toch geen kwaad…'
Als je 60 km/uur rijdt waar je maar 50 km/uur mag, dan is je remweg bij een noodstop 35 meter. Dat is 9 meter langer dan wanneer je 50 km/uur had gereden. De meeste 50-kilometerwegen liggen binnen de bebouwde kom. Een voetganger die geraakt wordt door een auto die 50 km/uur rijdt, heeft 55% kans het te overleven. Bij een snelheid van 65 km/uur is die kans gedaald naar 15%!
Met andere woorden: elke kilometer te hard verhoogt het risico!
'Ik kreeg een bon voor 82 km/uur op de provincialeweg…'
De politie stelt controleapparatuur in op 7 kilometer boven de maximumsnelheid op 50- en 80-kilometerwegen, dus op 57 en 87 km/uur. Op autowegen en autosnelwegen is de instelwaarde 108 cq. 128 km/uur. Omdat de apparatuur drie procent kan afwijken, corrigeert de politie de snelheid. Reed je dus 87 km/uur, dan corrigeert de politie je snelheid naar 84 km/uur.
Correctie | |
Tot 100 km | 3 km |
Van 100 t/m 130 km | 4 km |
Van 131 t/m 165 km | 5 km |
Van 166 t/m 200 km | 6 km |
Van 201 t/m 230 km | 7 km |
'Ik werd verblind door die flitspaal…'
De flits van een flitspaal duurt hooguit 1/125 deel van een seconde. Dit is zo kort dat je ogen niet de kans krijgen om hier op te reageren. TNO heeft dit onderzocht. Wel kun je even schrikken van een flits. De beste remedie hiertegen is: niet te hard rijden.
Alcoholgebruik
Alcohol en verkeer is een levensgevaarlijke combinatie. Toch rijdt ongeveer 3,4% van de bestuurders met te veel alcohol op. In de provincie Zuid-Holland zelfs 4,7%.De limiet in het verkeer is 220 µg/l (220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht). In plaats van te proberen net onder die limiet te blijven, kun je beter alcoholvrij rijden. Na ieder glas alcohol heb je minder reactievermogen. En je lichaam heeftéén tot anderhalf uur nodig om één glas alcohol af te breken. Koffie drinken of een dutje doen helpt niet.
De regels voor alcoholgebruik in het verkeer zijn sinds 1 januari 2006 voor beginnende bestuurders een stuk strenger. Het promillage waarmee een beginnende bestuurder achter het stuur mag zitten, is verlaagd van 0,5 naar 0,2. Dit is gelijk aan 88µg/l. Deze wettelijke regeling geldt voor iedereen die sinds 30 maart 2002 een auto- of motorrijbewijs heeft of nog gaat halen. Voor deze automobilisten en motorrijders geldt de limiet van 0,2 promille gedurende de eerste vijf jaar na afgiftedatum van hetrijbewijs. De regeling geldt ook voor alle brom- en snorfietsers tot 24 jaar. Door deze regeling vallen er jaarlijks zo’n 10 verkeersdoden en een veelvoud aan ernstig gewonden minder.
Door rood rijden
Stoplichten staan meestal op drukke kruispunten. Zonder stoplichten zou het op deze punten een chaos worden. Wanneer je door rood rijdt, is de kans op een aanrijding groot. Automobilisten, maar ook fietsers en voetgangers, vervolgen bij groen licht nietsvermoedend hun weg en zien je vaak niet aankomen. Op een aantal kruisingen in de regio Hollands Midden staan flitspalen bij verkeerslichten. Maar het RVHT controleert ook vaak met mankracht bij stoplichten; gewoon door te kijken wie er door rood rijdt. De overtreders krijgen na enige tijd een bekeuring in de bus.
Geen helm dragen
Wel eens tegen een deur aangelopen? Je liep dan waarschijnlijk niet harder dan 5 kilometer per uur, maar het deed wel veel pijn. Op een brommer mag je maximaal 45 km/uur rijden. Je kunt wel begrijpen wat er gebeurt als je valt of een aanrijding krijgt zonder helm op je hoofd. Alsof je van de duikplank springt in een zwembad zonder water.
Gelukkig draagt nu ongeveer 92% van de brommerrijders een helm; in 2000 was dat maar 82%.
Geen gordel dragen
Sinds 1 maart 2006 zijn er nieuwe regels voor veilig vervoer van kinderen in de auto. In Europa is namelijk afgesproken dat er strengere regels nodig zijn voor het vervoer van kinderen in de auto. Die regels hebben maar één doel: uw kind beter beschermen.
De regels komen er op neer dat kinderen kleiner dan 1.35 meter in een goedgekeurd kinderzitje moeten worden vervoerd. Volwassenen en kinderen groter dan 1.35 meter moeten de autogordel om en mogen zonodig ook een kinderzitje (zittingverhoger) gebruiken. Maar er zijn uitzonderingen. In de bus of de taxi bijvoorbeeld, is een kinderzitje niet verplicht.
Twee misverstanden over de gordel:
'Als ik het water inrijd, krijg ik niet op tijd mijn gordel los…'
Een duik in het water met je auto is te vergelijken met een aanrijding. Door de klap kun je met je hoofd tegen het stuur of de voorruit aankomen en bewusteloos raken. Als je in het water terechtkomt, is er tijd genoeg om de gordel los te maken voor de auto volloopt met water. Krijg je de gordel om een of andere reden niet los, zorg dan dat je een zogenoemde lifehammer in de auto hebt, zowel voorin de auto als op de achterbank. Aan de ene kant van deze lifehammer zit een mesje om de gordel mee door te snijden, aan de andere kant zit een hamertje waarmee je een autoruitje van binnenuit kunt inslaan.
'Ik hoef de gordel niet te dragen, want ik ben zwanger…'
Ook wanneer je zwanger bent, ben je verplicht de gordel te dragen. De gordel beschermt jou en je baby tegen letsel bij een aanrijding. Zorg ervoor dat de heupgordel ook daadwerkelijk op je heupen zit en de rest van de gordel op de normale manier.
Welk kinderzitje voor uw kind?:
Is uw kind kleiner dan 1.35 meter, dan telt het gewicht van uw kind mee bij de keuze van het zitje:
Minder dan 13 kilo: babyautostoeltje (groep 0 en 0+)
Tussen 9 en 18 kilo: kinderautostoeltje (groep 1)
Tussen 15 en 36 kilo: zittingverhoger (groep 2 en 3)
Meer dan 36 kilo: autogordel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider (gordelclip / gordelklem)
Is uw kind groter dan 1.35 meter? Uw kind moet de autogordel gebruiken (voor zover beschikbaar). Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de borst, gebruik dan ook een zittingverhoger.
Kijk voor meer informatie op www.autokinderzitjes.nl.
Handheld bellen
Handheld bellen leidt tot gevaarlijk weggedrag. Een bestuurder die met de telefoon in de hand belt, wordt immers op twee manieren afgeleid. Lichamelijk, wanneer hij gelijktijdig de telefoon moet bedienen als zijn auto moet besturen, maar ook geestelijk, als zijn aandacht verdeeld moet worden tussen het telefoongesprek en het autorijden.
Fietsverlichting
Alle motorvoertuigen, (brom)fietsen en brommobielen moeten verlichting voeren, 's nachts en overdag bij slecht zicht, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
Over verlichting bestaan nogal wat misverstanden. In het Voertuigreglement staat precies aan welke eisen een voertuig moet voldoen. Alle naar voren gerichte lichten moeten geel of wit zijn; alle naar achter gerichte verlichting moet rood zijn - alleen het achteruitrijdlicht mag geel of wit zijn. De mogelijkheden om daar vanaf te wijken en de verlichting naar eigen smaak aan te passen, zijn zeer beperkt. De politie controleert op het zichtbaar zijn van alle weggebruikers in het verkeer.

RSS
Lees voor
