Brancherichtlijn KLPD
Veilig op weg, verantwoord is het antwoord

Veilig op weg, verantwoord is het antwoord
Op 1 juli 2006 gaat de Nederlandse politie werken met de 'brancherichtlijn verkeer'. Het doel is om het aantal verkeersongevallen bij de politie te verkleinen, landelijk duidelijkheid te krijgen over het toepassen van de verkeersregels en het vervullen van de voorbeeldfunctie. De brancherichtlijn geldt voor alle diensten van het KLPD.
Wat zijn de regels? (algemene kaders)
De gedragsregels voor voorrangsvoertuigen (optische- en geluidssignalen) en overige (onopvallende) voertuigen die door opsporingsambtenaren worden bestuurd (op basis van de algemene ontheffing) zijn de volgende:
Kruispunten
Het naderen en oversteken van kruispunten gebeurt met aangepaste snelheid. Bij het oprijden van het kruisingsvlak dient de bestuurder van het voertuig ervan uit te gaan dat andere weggebruikers hem niet hebben opgemerkt en hem dus mogelijk niet voor laten gaan. Daarom wordt zonodig gestopt.
Rood licht
Een rood verkeerslicht wordt slechts stapvoets genegeerd. Bij het negeren van het rode verkeerslicht dient de bestuurder van het voertuig ervan uit te gaan dat andere weggebruikers hem niet hebben opgemerkt en hem dus mogelijk niet voor laten gaan. Daarom wordt zonodig gestopt. Bij bruggen en spoorwegovergangen wordt niet door rood licht gereden.
Vluchtstrook
De snelheid op de vluchtstrook mag maximaal 20 km per uur boven de snelheid van het overige verkeer liggen. De maximumsnelheid op de vluchtstrook bedraagt 50 km per uur.
Maximumsnelheid
Het overschrijden van de maximumsnelheid moet in zijn algemeenheid een beperking kennen van 20 km per uur boven de ter plaatse toegestane maximumsnelheid op lokale en provinciale wegen en 40 km per uur op auto(snel)wegen*. Op woonerven wordt stapvoets gereden.
Tegen het verkeer inrijden
Dit is slechts toegestaan als er sprake is van een significante tijdwinst en als er met een snelheid wordt gereden waarbij er gestopt kan worden binnen de afstand die is te overzien. Dit geldt voor gebodsborden, gesloten verklaringen en het rijden op weghelften bestemd voor het tegemoet komend verkeer.
Plaats op de weg bij files
Indien een vrije vluchtstrook beschikbaar is voor het voertuig, wordt er gebruik gemaakt van deze vluchtstrook.
Indien de vluchtstrook niet beschikbaar is, wordt bekeken of er een mogelijkheid bestaat middels afkruisen door Rijkswaterstaat tijdig een rijstrook vrij te laten maken.
Indien opties 1 en 2 niet uitvoerbaar zijn, wordt gebruik gemaakt van de methode van middendoorrijden. Hierbij wordt tussen de 1e en 2e rijstrook middendoor gereden. Hierbij is de 1e rijstrook die rijstrook die het dichtst tegen de middenberm aan zit.
Het inhalen van een file met gebruikmaking van het zwaailicht wordt niet gemeld aan de meldkamer en ook niet geregistreerd, mits wordt gebleven binnen de maximumsnelheid die de richtlijn hiervoor aangeeft. Dit geldt voor alle diensten van het KLPD.
Wanneer zijn de regels van toepassing? (categorie 1, 2 en 3)
Wat zijn de uitzonderingen?
Onder normale omstandigheden volgt een ieder de regels van de richtlijn (algemene kaders). Voor het voeren van signalen en afwijking van de gedragsregels is toestemming vooraf van de meldkamer nodig. De meldkamer toetst of sprake is van een dringende taak. De verleende toestemming wordt door de meldkamer geregistreerd;
In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de richtlijn. Of hiervan sprake is wordt beslist door de individuele politieambtenaar. Er is wel melding vooraf aan de meldkamer noodzakelijk. De meldkamer registreert de melding en heeft een adviserende rol;
Voor een aantal limitatief opgesomde categorieën volstaat registratie achteraf. Dit moet door het korps worden geprotocolleerd. Het gaat om arrestatieteams, observatieteams, persoonsbeveiligingteams, verkeershandhaving op de autosnelwegen door medewerkers van de Verkeerspolitie van het KLPD die voldoen aan de gestelde rijopleidingvereisten en de rij-instructie voor deze onderdelen van het KLPD.
Onder het begrip “dringende taak” dat door de meldkamer wordt getoetst (categorie 1) wordt verstaan:
Een voor de mens levensbedreigende situatie die directe hulp van hulpverleningsdiensten vergt;
a. Het voorkomen van een voor de mens levensbedreigende situatie of
b. een situatie waarin ernstige schade aan gebouwen of goederen ontstaat;Een ernstige verstoring van de openbare orde, waarvoor een directe en snelle inzet noodzakelijk is.
*Wat zijn de uitzonderingen voor categorie 3? (aanvullende kaders)
Voor arrestatieteams, observatieteams, verkeershandhaving op de autosnelwegen en de rij-instructie die in het kader van deze categorie wordt gevolgd geldt dat de maximale overschrijding van de maximumsnelheid, waarboven de registratieplicht geldt, wordt verruimd van 40 naar 80 km per uur.

RSS
Lees voor
