Snelheid
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat onder de meest gunstige omstandigheden een reactiesnelheid gehaald kan worden van 1 seconde (dat geldt voor personen die snel kunnen reageren en weten dat er iets gaat gebeuren). Een gemiddelde weggebruiker die niet verwacht dat hij plotseling moet remmen, heeft een langere reactietijd. Zelfs als we uitgaan van een reactietijd van 1 seconde, betekent dit dat een automobilist binnen de bebouwde kom bij een snelheid van 54 km/u in die ene reactieseconde al 15 meter aflegt en dan pas met remmen begint. Het komt erop neer dat alles wat plotseling binnen 15 meter voor hem op de weg komt niet meer ontweken kan worden.
Stopafstand
Aan de hand van een voorbeeld willen we bovenstaande stelling nog eens onderschrijven. Het zijn kille cijfers die aangeven wat de stopafstand is bij verschillende snelheden. Een auto die met een snelheid van 51 kilometer per uur rijdt, heeft een remweg nodig van 27 meter om tot stilstand te komen. Stel dat er iemand op een afstand van 26 meter de straat oversteekt. De restsnelheid na 26 meter is dan nog steeds 13 kilometer per uur. Een voertuig dat 57 km/u rijdt heeft een stopafstand van 32 meter. De restsnelheid na 26 meter is dan nog steeds 34 km/u. De gevolgen bij deze botssnelheid kunnen zeer ernstig zijn.
Remweg bij verschillende snelheden
Gemakshalve staat hieronder de remweg bij verschillende snelheden nog eens aangegeven. De remweg is de reactietijd en de stopafstand samen. Een verlaging van de snelheid met slechts enkele kilometers per uur heeft daarom een zeer gunstig effect op de verkeersveiligheid.
Snelheid | Afgelegde weg na 1 seconde (reactietijd) | Stopafstand | Remweg | |
30 km/uur | 8 meter | 4,5 | 12,5 meter | |
50 km/uur | 14 meter | 12 | 26 meter | |
80 km/uur | 22 meter | 31 | 53 meter | |
120 km/uur | 33 meter | 69,5 | 102,5 meter | |
Onaangepaste snelheid
De 50- en 80 km-wegen behoren tot de gevaarlijkste wegen van ons land. Uit analyses van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) blijkt dat vooral hoge snelheden (mede) oorzaak zijn van het grote aantal ongevallen op wegen waar een maximum limiet geldt van 50 of 80 km per uur. Vooral het met onaangepaste snelheid rijden is bij een groot aantal verkeersongevallen een belangrijke oorzaak.
Veel mensen vinden de maximumsnelheid van 50 km/u op sommige wegen te laag. Waarom dan toch 50 km/u? De wegbeheerder houdt bij het ontwerpen van een weg rekening met een aantal dingen. Zo houdt hij rekening met de verwerking van het totale verkeersaanbod op de weg. Dus niet alleen tijdens het spitsuur maar ook wat de weg in de toekomst mag verwachten aan autoverkeer; dus rekening houdend met nog meer voertuigen. Verder moet de wegbeheerder rekening houden met het traagste voertuig dat aan het verkeer mag deelnemen.
Een bon voor 53 kilometer per uur kan niet
Of u het daarmee eens bent of niet, we hebben met zijn allen besloten te kiezen voor verkeersregels. Een van die verkeersregels is de maximum toegestane snelheid binnen en buiten de bebouwde kom. De snelheid binnen de bebouwde kom is in de regel 50 kilometer per uur. Er kunnen binnen de bebouwde kom ook andere maximumsnelheden voorkomen maar dat wordt aangegeven met behulp van borden. Zo tref je ook snelheden aan van 30, 60 en 70 kilometer per uur aan. Buiten de bebouwde kom is de snelheid in principe 80 kilometer per uur.
Correctie op gemeten snelheid
De instelwaarde van de snelheidscontrole-apparatuur is 7 kilometer boven de maximumsnelheid. Geflitst word je dus pas wanneer je 7 kilometer boven de maximumsnelheid zit. Op een weg waar een maximumsnelheid geldt van 50 km/u. wordt er dus vanaf 57 km/u. geflitst. Op auto- en autosnelwegen is de instelwaarde 8 kilometer boven de maximumsnelheid. Dus op een autoweg of autosnelweg word je geflitst als je respectievelijk 108 of 128 kilometer per uur rijdt. Mensen die van het CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau) een acceptgiro voor een snelheidsovertreding krijgen zien daarop de gemeten snelheid aangegeven met de opmerking 'na correctie'.
De correctie is van kracht gegaan nadat de Hoge Raad hierover in 1995 een uitspraak heeft gedaan. Zij concludeerden dat de technische nauwkeurigheidswaarde van de gebruikte meetapparatuur drie procent kan afwijken. Het gevolg daarvan is, dat van de gemeten snelheid van 57 kilometer per uur binnen de bebouwde kom een bekeuring wordt voor 54 kilometer. Een boete voor 52 kilometer per uur kan dus niet. Ook bij andere snelheden wordt de correctie doorgevoerd.
Correctietabel
Vanaf 0 tot 100 km is de correctie 3 km
Vanaf 100 tot en met 130 km is het 4 km
Vanaf 131 tot en met 165 km is het 5 km
Vanaf 166 tot en met 200 km is het 6 km
Vanaf 201 tot en met 230 km is het 7 km
In Nederland kan de politie de snelheid op verschillende manieren controleren. Speciaal voor snelheidscontroles is het radarsnelheidsapparaat ontworpen. In Nederland zijn er drie merken in gebruik, waaronder GATSO dat door Verkeershandhaving Politie Limburg-Noord wordt gebruikt.
Snelheidscontroles met radar kunnen op verschillende manieren plaatsvinden. Namelijk rijdend en stilstaand. Alleen de stilstaande radarcontroles worden door Verkeershandhaving Limburg-Noord toegepast. Dat kan gebeuren met behulp van flitspalen, stilstaande radarauto's of de verplaatsbare radar-/camera-installaties op statief.
Meetsysteem
Bij lasermeting wordt de lichtsnelheid (3000.000.000 m/s) gebruikt om de snelheid van een voertuig te meten. Bij de meting wordt een lichtimpuls naar het voertuig gezonden en weer terug ontvangen. De tijd die de lichtimpuls nodig heeft is afhankelijk van de afstand. Omdat de lichtsnelheid bekend is, kan de afstand tot het voertuig vastgesteld worden. Vervolgens wordt een tweede lichtimpuls naar het voertuig gezonden en weer terug ontvangen. Ook nu kan de afstand tot het voertuig vastgesteld worden. Bij een rijdend voertuig kan de afgelegde weg tussen de eerste en de tweede lichtimpuls op deze manier worden berekend. De tijd tussen de twee lichtimpulsen is een vaste instelling. Door de afgelegde weg te delen door de tijd kan de snelheid van het voertuig worden berekend. In formulevorm is dit snelheid (V) = afgelegde weg (S) : tijd (t). Voorbeeld: Een auto legt 100 meter af in 4 seconden. De snelheid is dan 100 : 4 = 25 m/s. Per uur wordt dat dan 25 x 3600 sec. ofwel 90 km per uur. Een lasermeting gebeurt uiteraard in een fractie van een seconde.
Flitspalen
De flitspalen zijn vaste posten. Op basis van ongevallencijfers worden de flitspalen op plekken geplaatst waar de meeste of veel ongelukken gebeuren. Radar en camera worden hierbij in een vandalisme bestendige, roestvrijstalen buitenkast geplaatst. Deze buitenkast heeft een dubbele beplating, kogelwerend glas en veiligheidssloten. De buitenkast wordt geplaatst op een kantelpaal of een up-down paal om het verwisselen van de film en eventueel de camera-installatie te vergemakkelijken. Ze staan meestal langs de weg of in de middenberm. In de camera's passen filmhouders, goed voor 400 of 800 opnamen. Sommige flitspalen kunnen het verkeer in beide rijrichtingen tegelijk controleren en registreren zowel het aantal passanten als het aantal overtredingen. Een combinatie van rood lichtcontrole en snelheidscontrole is ook mogelijk.
Mobiele radar
Een andere manier bij snelheidsmeting is de radar en camera met flitser, geplaatst op een statief. Met behulp van een aparte accubox en een camera kan zeer eenvoudig een verkeerscontrole gehouden worden. In tien minuten is de statiefopstelling gereed.
Laserpistool
Het woord laser komt van de eerste letters van Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation (lichtversterking door stimuleerde stralingstransmissie). Lasers produceren een zeer smalle lichtbundel. Het laserpistool is een zeer nauwkeurige snelheidsmeting en maakt het mogelijk om op grote afstand (honderden meters) een snelheidsovertreding te constateren.
NMi
De radarapparatuur wordt jaarlijks geijkt door het Nederlands Meetinstituut in Delft (Nmi). Nmi is een onafhankelijke, internationaal erkende organisatie voor certificatie en kalibratie op het gebied van metrologie en technologie. Het instituut is aangewezen als het nationale standaardenlaboratorium en de wettelijke ijkinstelling. De organisatie wordt gevormd door een aantal werkmaatschappijen met elk een eigen werkgebied.
Voor het verrichten van snelheidscontroles voldoet de apparatuur in Nederland aan de Beschikking Verkeersmeetmiddelen Politie, die is opgesteld door de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.
Flitslicht is niet gevaarlijk
Het gebruik van flitslicht bij het fotograferen van snelheidsovertreders is niet gevaarlijk. Het kan hoogstens worden gezien als oncomfortabel. Volgens het Instituut voor Zintuig Fysiologie in Soesterberg is het zeer onwaarschijnlijk dat een weggebruiker wordt verblind door flitslicht zoals dat door de politie bij snelheidsmeting wordt gebruikt. Hierbij schuift het instituut de volgende argumenten naar voren:
-de grote spreiding van de energie (licht) per vierkante meter in verhouding tot het betrekkelijke kleine oppervlak
- het grote verlies over een lange afstand (ongeveer 25 meter)
- de tijdsfactor van het licht van de elektronenflitser is ten hoogste 1/10.000 seconde. Het menselijk oog (pupil) kan daarop onmogelijk reageren door verwijding of verkleining.
- Het flitsen gebeurt in hoek van 15 tot 20 graden ten opzichte van de rijrichting van het voertuig.
Het licht wordt bovendien door een filter blauw van kleur dat minder sterk opvalt. Verder wordt front flitsfotografie volledig geaccepteerd door het Nederlands Meetinstituut. De apparatuur die de politie gebruikt is voor de flitstoepassing goedgekeurd. (bron: o.a GATSO).

RSS
Lees voor
