Geschiedenis
In 1814 werd het Korps Marechaussee opgericht. Zij moest zorgen voor het noodzakelijke politietoezicht in Nederland. Het korps was militair ingericht en het personeel zat in kazernes.
In 1858 werd het Korps Rijksveldwacht opgericht. Zij zorgde voor het politietoezicht op het platteland. Het politietoezicht bestond uit gerechtsdienaren (de vroegere politieagenten) en opzichters van jacht en visserij. Zij hadden meer rechten en mochten toezicht houden op het platteland.
In grotere gemeenten werden gemeentepolitiekorpsen opgericht.
Begin 1900 bestonden er vijf politiemachten in Nederland:
- Korps Marechaussee (1200 personen)
- Korps Rijksveldwacht (1400 personen)
- Gemeentepolitie (11000 personen)
- Politietroepen (1600 personen)
- Gemeenteveldwacht
Ze deden allemaal hetzelfde, maar hadden allemaal verschillende bazen.
Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de politie opnieuw ingedeeld. Er ontstonden drie soorten politie: de Marechaussee, de Rijksveldwacht en de gemeentepolitie. In 1943 bestond de totale politiemacht uit 20.000 personen.
De politie vanaf 1945 tot nu
Na de oorlog moest de politie een nieuwe start maken. Op 8 november 1945 werd het Staatsbesluit genomen. Er ontstond een nieuwe indeling:
- Gemeentepolitie; werkten in gemeenten groter dan 25.000 inwoners.
- Corps Rijkspolitie; werkte in de gemeenten die minder dan 25.000 inwoners hadden.
In 1993 reorganiseerde de politie opnieuw, waardoor de Rijks- en gemeentepolitie verdween. Nederland werd
ingedeeld in 25 regio’s. Elke regio kreeg een eigen korpschef. Naast deze 25 korpsen werd nog een 26ste korps opgericht. Dit was het KLPD, het Korps Landelijke Politie Diensten.
Tegenwoordig is de politie nog steeds zoals het in 1993 is ingericht.

RSS
Lees voor
