De noodzaak van autogordels

67 procent meent dat het risico bestaat dan men in een noodsituatie blijft vastzitten in de gordel. En dat terwijl internationaal onderzoek aantoont dat de autogordel juist een levensbesparende werking heeft. Het letselrisico bij frontale botsingen neemt met 30 tot 80 procent af.
Desondanks stijgt het gordelgebruik niet. Dat heeft niet zozeer te maken met onwil. Doorgaans vergeet men gewoon de gordel om te doen. Aan de andere kant leven er ook vooroordelen. Zo denken veel mensen dat ze beter af zijn zonder gordel. De cijfers spreken die denkwijze tegen. Zo heeft 3VO becijferd dat er in het verkeer jaarlijks 100 doden en 10.000 gewonden minder zijn dankzij het gebruik van de veiligheidsgordel.
Een gordel lijkt op het eerste gezicht niet effectief bij zijdelingse botsingen. Toch blijkt uit botsproeven dat deze faciliteit ook dan nuttig is. Bij een zijdelingse botsing beweegt de inzittende zich immers met hoge snelheid naar de beschadigde kant toe, waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Een gordel houdt de inzittende op zijn plaats.
Ik ben bang om in het water terecht te komen
Bij een kleine groep mensen wordt de bewuste beslissing geen gordel te dragen ingegeven door de angst om in het water terecht te komen of in de auto te verbranden. Dit gebeurt echter in slechts 0,1 tot 1% van de gevallen.
De klap die de bestuurder maakt als zijn auto op het water terecht komt is even hard als de klap tegen een auto of tegen een boom. Als de bestuurder daarbij met zijn hoofd tegen het dashboard of dak van de auto slaat, en bewusteloos raakt omdat hij geen gordel draagt, is de kans dat hij in dat water verdrinkt levensgroot.
Bij een zijdelingse botsing heb ik niets aan een gordel
Bij een zijdelingse botsing, zo blijkt uit botsproeven, beweegt een bestuurder of inzittende zich met hoge snelheid naar de beschadigde zijkant toe, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Draagt men een gordel, dan kan aan de niet-impact zijde contact met het interieur van het voertuig worden voorkomen. Bovendien geldt voor alle inzittenden dat zij niet uit het voertuig zullen worden geslingerd, wat zeer gunstig is. Wanneer men uit de auto geslingerd wordt is het risico om gedood te worden zes maal zo hoog als wanneer men niet uit de auto wordt geslingerd.
Het is veiliger om de gordel niet te dragen
Er zijn mensen die beweren dat het altijd veiliger is om bij een botsing de gordel niet te dragen, omdat het wel eens voorkomt dat mensen uit hun voertuig geslingerd worden en het ongeluk overleven, terwijl het voertuig dermate zwaar beschadigd wordt dat ze het daarin waarschijnlijk niet hadden overleefd.
Statistisch is echter aangetoond dat wie een gordel draagt wanneer hij bij een verkeersongeval betrokken is, 40% minder kans heeft om te sterven aan de gevolgen ervan.
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat schat dat er ongeveer 100 verkeersdoden per jaar zijn als gevolg van het niet dragen van de gordel, en 10.000 gewonden. Statistisch is het uit de auto geslingerd worden zeer ongunstig: het risico om gedood te worden is zes maal zo hoog als wanneer men niet uit de auto wordt geslingerd. Men komt namelijk vaak onder zijn eigen of een ander (achterop komend) voertuig terecht, of vliegt tegen een boom of muur aan.
Natuurlijk kunnen er incidentele ongevallen zijn waarbij het andersom uitwerkt (auto vliegt in brand, wordt geplet door een zware vrachtauto of trein, komt ondersteboven in een smalle sloot terecht), maar de voorbeelden daarvan zijn zeer, zeer zeldzaam. (Bovendien gebeurt zoiets niet vanzelf, maar gaat er vaak een aanrijding aan vooraf, waarbij de gordel zijn werk kan doen) Men zou kunnen zeggen: de uitzondering bevestigt de regel.
In de bebouwde kom loop ik minder risico
Mensen "vergeten" hun gordel vaker binnen de bebouwde kom dan daarbuiten. Dit is mede het gevolg van een verkeerde risicoperceptie van mensen: "Ach, het is maar zo'n kort ritje, wat kan mij dan gebeuren?", "Ik ken deze buurt op mijn duimpje.", "ik blijf dat ding niet om en af doen!".
Na het verplicht stellen van de autogordel is het gebruik hiervan aanvankelijk gestegen naar ongeveer 80% buiten de bebouwde kom en 70% binnen de bebouwde kom. Daarna is dit percentage in 1997 teruggelopen tot 76% buiten de bebouwde kom en 66% binnen de bebouwde kom.
Per miljard personenvoertuigkilometers vallen er binnen de bebouwde kom 62,4 doden en ziekenhuisgewonden onder de bestuurders en passagiers van een personenauto; buiten de bebouwde kom zijn dat er 59,3. Dat zijn er bijna evenveel. Rijden in stad of dorp is dus net zo gevaarlijk als buiten de bebouwde kom.
Meer dan de helft van de ernstige verkeersslachtoffers (dood en letsel met ziekenhuisopname) valt bij een ongeval op een weg met 50 km/u als maximumsnelheid.
Per kilometer weglengte zijn er 2,17 ongevallen met letsel als gevolg op verkeersaders binnen de bebouwde kom tegen 1,97 op autosnelwegen met vier of meer banen. Per miljoen voertuigkilometers vallen er tussen de 0,27 en 1,33 verkeersslachtoffers binnen de bebouwde kom, tegen 0,07 tot 0,15 op autowegen en autosnelwegen.
Bij lage snelheden kan mij weinig gebeuren
De fysieke krachten die inwerken op het menselijk lichaam bij een botsing van 50 km/u tegen een muur of ander obstakel zijn volgens de natuurkunde (leer der mechanica) te vergelijken met een val van 10 meter hoogte uit een flatgebouw, of met een duik van een 10 meter hoge duikplank in een zwembad zonder water. Een autobotsing vergelijken met een noodstop is zinloos.
De remweg van een auto bij een noodstop vanaf 50 km/uur bedraagt 12 tot 20 meter (afhankelijk van type en gesteldheid van het wegdek). De remweg van het auto-interieur bij een frontale botsing met deze snelheid tegen een vast obstakel, bedraagt ongeveer een 0,5 meter. De remweg bij een dergelijke botsing is dus tientallen malen korter! De geweldsinwerking is zo groot en vindt in een zo kort tijdsbestek plaats, dat de fysieke mogelijkheden van de mens om zichzelf te beschermen tot praktisch nul zijn gereduceerd.
Bij een noodstop kan de auto-inzittende zich nog met de armen van het dashboard afhouden, bij een botsing met 20 km/uur tegen een vast obstakel zou daarvoor echter een kracht van 350 kg nodig zijn! Er zijn niet veel mensen zo sterk. Alleen een powerlifter kan dat misschien opvangen -- als hij snel genoeg reageert.
Een gordel is niet nodig als ik een airbag heb
Door beide beveiligingsmiddelen te combineren blijft het letsel bij een ongeval doorgaans beperkt. Zonder gordel werkt de airbag echter minder goed, omdat uit botsproeven is gebleken, dat de inzittende dan met zo'n grote kracht in de airbag gedrukt wordt, dat de airbag knapt en nutteloos wordt.
Bij botsingen met lagere snelheden en bij niet-frontale botsingen komt de airbag niet of niet altijd in actie en kan alleen de gordel u redden. Als de auto over de kopt rolt, houdt alleen de gordel u op uw plaats, de airbag niet. De airbag werkt ook maar enkele tienden van seconden, daarna loopt hij alweer leeg. Dus bij een - wat langduriger - koprol, heeft het niet veel zin. De airbag voorkomt of vermindert letsel aan het bovenlichaam, maar alleen de gordel kan letsel aan het onderlichaam verminderen of voorkomen.
Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 handelt onder andere over het gebruik van de autogordel.
Autogordels voorin | |||
|---|---|---|---|
Volwassenen | Kinderen (tot 18 jaar) | ||
Bestuurder | Passagier | Groter dan 1,35m. | Kleiner dan 1,35m. |
Moet autogordel dragen. | Moet autogordel dragen. | Moet autogordel dragen. | Moet in kinder- beveiligingssysteem. |
Bestuurder of passagier die kleiner is dan 1,35m. mag eventueel gebruik maken van een goedgekeurde gordelgeleider. | Kinderen mogen niet in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagiersplaats met een voorairbag worden vervoerd, tenzij deze airbag is uitgeschakeld of automatisch op toereikende wijze wordt uitgeschakeld. | ||
Kinderen kleiner dan 1,35 m. waarvoor, vanwege hun gewicht, geen kinderzitje te verkrijgen is mogen zonodig een gordelgeleider gebruiken die voldoet aan de gestelde eisen. | |||
De driepuntsgordel mag nooit als heupgordel worden gebruikt. | |||
Autogordels achterin | |||
Volwassenen | Kinderen (tot 18 jaar) | ||
Moet autogordel dragen. | Groter dan 1,35m. | Kleiner dan 1,35m. | |
Moet autogordel dragen. | Moet in kinder- beveiligingssysteem. | ||
In incidentele gevallen en over korte afstand hoeven kinderen die ouder zijn dan 3 jaar, ook al zijn ze kleiner dan 1,35 m., achterin niet in een goedgekeurd kinderzitje te worden vervoerd als daar al twee kinderzitjes in gebruik zijn en er geen derde bij past. LET OP! Zij moeten dan wel de autogordel om. Kinderen die bij hun eigen (pleeg)ouders in de auto zitten moeten altijd een kinderzitje gebruiken. | |||
De driepuntsgordel mag nooit als heupgordel worden gebruikt. | |||
Tot 1 mei 2008 mogen in personenauto’s en bestelauto’s volwassenen en kinderen die groter zijn dan 1,35 m. op zitplaatsen worden vervoerd waarvoor geen autogordel beschikbaar is.
Alleen kinderen kleiner dan 1,35 m. waarvoor, vanwege hun gewicht, geen kinderzitje te verkrijgen is en volwassenen kleiner dan 1,35 m. mogen zonodig een gordelgeleider gebruiken die voldoet aan de gestelde eisen.
Boete
Als een passagier jonger dan 12 jaar wordt vervoerd zonder gordel, betaalt de bestuurder de boete; in alle andere gevallen is het degene die de gordel niet draagt. Voor de boetebedagen zie de boetebase van het Openbaar Ministerie.
Volgens de Hoge Raad is de bestuurder of passagier die zijn gordel niet om heeft mede schuldig aan zijn eigen verwondingen. Op grond daarvan wordt zijn vergoeding voor letselschade vaak met een kwart gekort.
Draagwijze
Het goed dragen van de gordel laat bij de helft van de bestuurders en passagiers van auto's te wensen over. Hij zit vaak te los, gedraaid, over de buik in plaats van over de heup, langs de nek, over de arm. De hoofdregel is, dat de gordel voor de botten is, niet voor het vlees. Dus men moet hem over het bekken en over het borstbeen, de ribben en het sleutelbeen dragen. Niet over de buik of over de arm.
De gordel moet niet gedraaid zijn, want dan is hij smaller geworden en kan hij bij een botsing insnijden in het vlees. Als de gordel met speling wordt gedragen is hij minder effectief, dus zo strak mogelijk dragen. Liever geen dikke winterjas eronder en al zeker geen "comfort knijpers" of "comfort pads/gordelkussentjes" op de gordel gebruiken.
- Zorg dat uw gordel strak zit. Een losse gordel betekent dat u bij hard remmen of een botsing naar voren schiet. Daarom kunt u beter uw jas uitdoen of open laten.
- Zwangere vrouwen kunnen de gordel beter zo laag mogelijk over de heupen laten lopen.
- Zorg ervoor dat er geen losse zaken in uw auto rondslingeren. Boeken, dozen of spullen op de hoedenplank of achterbank worden levensgevaarlijke projectielen bij een botsing.
Wanneer geen gordel?
Er zijn mensen die op medische gronden geen gordel behoeven te dragen. Wanneer men een verzoek tot ontheffing op medische gronden wil indienen moet dit verdedigd worden door een medisch specialist (schriftelijke verklaring, artikel 88 RVV).
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weegt de medische gronden vervolgens af tegen de risico's van het niet dragen van de gordel. Patiënten die kort tevoren een stoma hebben gekregen, kunnen een tijdelijke ontheffing krijgen. Patiënten die onder medische behandeling zijn voor claustrofobie maken ook een kans, evenals mensen die een hand of een arm missen.
Beroepsontheffing
Soms is ontheffing mogelijk voor beroepsactiviteiten. Iemand die bijvoorbeeld huis-aan-huis bezorging verricht, kan voor "zijn" wijk of de betreffende steden en dorpen op de plekken waar hij om de paar honderd meter stopt (en dus zeer langzaam rijdt) een ontheffing krijgen.
Taxichauffeur hoeft geen gordel om, passagier wél.
Taxichauffeurs hebben de plicht om de gordel te dragen als zij geen passagiers bij zich hebben. Als er wel passagiers zijn hoeven zij dat uit veiligheidsoverwegingen niet. De passagiers moeten altijd de gordel dragen.

RSS
Lees voor
