Politie.nl Hoofdmenu

Geschiedenis

In de Middeleeuwen begon Nederland met het oprichten van een soort overheid, die zich bezighield met de opsporing van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde en het verlenen van hulp. Napoleon maakte een begin met het oprichten van een politiemacht. Na het vertrek van Napoleon, besloot Nederland de politie écht op te richten. Steden konden geld vrijmaken voor een schout. Gemeenten voor een veldwachter, meer zat er niet in. De kwaliteit van deze veldwachter liet vaak te wensen over. Kunnen lezen of schrijven was niet belangrijk. Een groot lichaam in een uniform moest voldoende zijn om ontzag in te boezemen.

Vijf politiekorpsen
In 1814 werd een Korps Marechaussee opgericht. Dit korps zou zorgen voor het noodzakelijke politietoezicht in het land. Het korps was militaristisch en het personeel zat in de kazerne. Het duurde nog lang voordat het hele land was voorzien van politie. In 1858 was het op het platteland nog slecht gesteld en daarom werd het Korps Rijksveldwacht opgericht. Dit bestond uit de gerechtsdienaren en de opzieners van jacht en visserij. Deze personen kregen meer bevoegdheden en mochten toezien op de openbare orde op het platteland. In de grotere gemeenten werden gemeentepolitiekorpsen opgericht.

Zo bestonden er dus eigenlijk vijf politiemachten in Nederland: 

  • het Korps Marechaussee onder de minister van Defensie en Justitie (1200 man);
  • het Korps Rijksveldwacht onder de minister van Justitie (1400 man);
  • de gemeentepolitie onder de minister van Binnenlandse zaken (11000 man);
  • de politietroepen onder de minister van Defensie (1600 man);
  • de gemeenteveldwacht onder de Burgemeester.

Ze deden allemaal hetzelfde, maar hadden verschillende bazen.

Tweede Wereldoorlog
Aan het begin van de oorlog kwam een 'Reichskommissar für die Niederlände'. De politietroepen werden verdeeld over de Marechaussee, de Rijksveldwacht en de gemeentepolitie. De Marechaussee werd bij het ministerie van Justitie ondergebracht. In 1942 werd de hele Nederlandse politie onder de directeur-generaal van Politie geplaatst. De gemeentelijke politiekorpsen werden Staatspolitie. De scheiding tussen rijks- en gemeentelijke politiezorg verdween. De volledige politiemacht bestond eind 1943 uit ongeveer 20.000 personen.

Rijks- en gemeentepolitie
In 1945 bestond de politie eigenlijk niet meer, want in de ogen van de bevolking waren bijna alle politiemensen fout geweest. Er moest een dienst komen, die de openbare orde ging herstellen en controleren. Op 8 november 1945 werd het Staatsbesluit genomen, dat de gemeentepolitie in aangewezen gemeenten met meer dan 25.000 inwoners werkte en dat in het overige deel van het land een Corps Rijkspolitie moest worden opgericht. De leiding van het Corps Rijkspolitie had de minister van Justitie, de leiding van de gemeentepolitie lag bij de minister van Binnenlandse zaken. Een baan bij het Corps Rijkspolitie was in trek. Na de oorlog had iedereen wel zin in vast werk. Daarmee kwamen ook de problemen, want mensen moesten natuurlijk aangekleed worden met een uniform en wapenuitrusting. Aan alles was tekort. Rond de jaren 70 ontstond een groot tekort aan politiemensen. Alle mensen, die direct na de oorlog waren aangenomen, gingen met pensioen.

Reorganisatie
In 1993 vindt een grote reorganisatie plaats bij de politie. Rijks- en gemeentepolitie verdwijnen. Nederland wordt ingedeeld in 25 regio's en elke regio krijgt een korpschef. Elke regio werkt zelfstandig. Elke regio is weer verdeeld in districten met elk een districtschef.
Naast de 25 regio's komt er nog een 26e korps: het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Bij elkaar werken nu ongeveer 50.000 mensen bij de politie.

Laatst gewijzigd 25-06-2007 17:54 |  © vts Politie Nederland  |  Privacy |