Bijzondere Wetten
Veelgestelde vragen
Wanneer vormt de psychische gesteldheid van iemand een belemmering om aan betrokkene een vergunning te verlenen of te laten behouden voor het voorhanden hebben van vuurwapens?In beginsel is het niet verantwoord om aan iemand die, door oorzaken van zowel interne, als externe aard, onder sterke psychische druk staat, wat tot uitdrukking komt in een onvoorspelbaar gedragspatroon of (bijvoorbeeld) alcohol- en drugsmisbruik en waarbij de indruk bestaat dat de vergunninghouder zichzelf niet in de hand heeft, het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie toe te vertrouwen. In het bezit van een vuurwapen zou de vergunninghouder een gevaar zijn voor zichzelf en voor de openbare orde en veiligheid. Indien de aanvrager of vergunninghouder, in tegenstelling tot de korpschef, van mening is dat het voorhanden hebben van wapens en munitie wel aan hem kan worden toevertrouwd dan dient hij dit aan te tonen middels een schriftelijke verklaring van een arts/psychiater. Uit deze verklaring moet duidelijk blijken dat de arts/psychiater bekend is met de problemen van betrokkene en dat deze niet (langer) een belemmering vormen om aan betrokkene een vergunning te verlenen voor het voorhanden hebben van (vuur)wapens. (citaat circulaire Wapens- en Munitie 2005/ Bijzondere Deel B)

RSS
Lees voor
