Organisatie

Sinds 1 januari 2013 vormen de voormalige 25 regionale politiekorpsen, het korps landelijke politiediensten (KLPD) en de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN) één politiekorps, waar ongeveer 63.000 politiemensen werken. De nieuwe organisatie bestaat uit tien regionale eenheden, de Landelijke Eenheid en het Politiedienstencentrum. De leiding is in handen van korpschef Gerard Bouman.

Indeling eenheden

Geschiedenis

De Nederlandse politiegeschiedenis begint in 1581, bij de vorming van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Er ontstaat een eenvoudige politieorganisatie zonder duidelijke taken en bevoegdheden. Napoleon lijft in 1810 ons land in bij het Franse keizerrijk en maakt een begin met het oprichten van een politiemacht. Steden kunnen geld vrijmaken voor een schout; voor gemeenten is dat een veldwachter.

In 1813 is Nederland weer onafhankelijk en een jaar later richt koning Willem I het Corps de Marechaussée op. Dat korps telt twaalfhonderd medewerkers en vormt een onderdeel van de krijgsmacht. Het verricht militaire taken voor de krijgsmacht en niet-militaire voor de rijkspolitie. In 1858 ontstaat als aanvulling op de marechaussee het Korps Rijksveldwacht met veertienhonderd medewerkers. Dit korps richt zich op de openbare orde op het platteland. Naast de twee korpsen bestaan nog een gemeentepolitie (elfduizend medewerkers), politietroepen (zestienhonderd medewerkers) en de gemeenteveldwacht.

In de Tweede Wereldoorlog komt er een ‘Reichskommissar für die Niederlände’. De volledige politiemacht telt dan ongeveer twintigduizend personen. Na de oorlog wordt deze dienst ontbonden. Om de openbare orde te herstellen en te controleren, besluit de overheid in november 1945 om een nieuwe politieorganisatie op te richten. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de gemeentepolitie (voor aangewezen gemeenten) en het Korps Rijkspolitie voor de rest van het land.

Deze splitsing verdwijnt in 1994: na een grote reorganisatie gaan de rijks- en gemeentepolitie op in 25 regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Elk korps werkt autonoom. Deze situatie duurt tot 1 januari 2013. Vanaf die dag vormt de politie één organisatie, onderverdeeld in tien regionale eenheden, de Landelijke Eenheid en het Politiedienstencentrum. Voortaan stuurt één korpschef de politie aan.

Wilt u meer lezen over de geschiedenis van de politie? Kijk dan op de website van het Politiemuseum.

Waarom één politieorganisatie?
De inrichting van één nationale politie draagt bij aan het veiliger maken van Nederland en biedt meer ruimte aan de professionaliteit van de politie en haar medewerkers. Eén korps leidt tot betere politieprestaties, meer vertrouwen van de burgers en een politieorganisatie die als eenheid functioneert. Dat vereist een andere inrichting van de politie, maar ook veranderingen in cultuur, gedrag en leiderschap.

Eén korps biedt politiemensen meer professionele ruimte. Binnen hun verantwoordelijkheden kunnen zij vaker naar eigen inzicht handelen als een situatie dat vereist. De administratieve lastendruk neemt bij de politie de komende jaren aanzienlijk af en leidinggevenden gaan zich weer meer bezighouden met het aansturen en ondersteunen van het dagelijkse politiewerk.

Organisatie

Hoofdstructuur politie
De hoofdstructuur van de politie kent drie, nauw samenwerkende niveaus: nationaal, regionaal en lokaal. De korpsleiding, ondersteund door de Staf Korpsleiding, functioneert op nationaal niveau. Op operationeel gebied geldt dat ook voor de Landelijke Eenheid, die onder meer regio-overschrijdende en specialistische politietaken verricht, en het Politiedienstencentrum waarin alle bedrijfsvoeringsonderdelen zijn gebundeld. De tien andere eenheden opereren op regionaal niveau. Binnen deze eenheden zijn op lokaal niveau districten actief, die bestaan uit robuuste basisteams, de districtsrecherche en een flexteam.

Nationaal
De politie – tien regionale eenheden, de Landelijke Eenheid en het Politiedienstencentrum – staat onder leiding van de korpsleiding: korpschef Gerard Bouman, directeur Operatiën en plaatsvervangend korpschef Ruud Bik, directeur Operatiën Jannine van den Berg en directeur Operatiën Leon Kuijs. De korpsleiding krijgt ondersteuning van de Staf Korpsleiding.

Landelijke Eenheid
De politie heeft één operationele Landelijke Eenheid voor regio-overschrijdend en specialistisch politiewerk. De politiechef is verantwoordelijk voor de Landelijke Eenheid en krijgt daarbij ondersteuning van de eenheidsstaf.

De medewerkers verrichten zelfstandige en ondersteunde taken. Voorbeelden van zelfstandige taken zijn de aanpak van zware, georganiseerde criminaliteit en terrorisme, het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis of andere hoogwaardigheidsbekleders en opsporing op de snelwegen, het spoor, het water en in de luchtvaart. De Landelijke Eenheid ondersteunt de regionale eenheden onder meer met specialisten op het gebied van recherche en forensische opsporing, maar ook met politiehonden, politiepaarden en helikopters. De Landelijke Eenheid bestaat uit zeven diensten:

Dienst Landelijk Operationeel Centrum
Het Operationeel Centrum vormt het hart in de aansturing van alle actuele operaties en zorgt voor overzicht en samenhang. Daartoe beschikt het Operationeel Centrum permanent over een volledig en actueel operationeel beeld: wat speelt er in de maatschappij en welke mensen en middelen heeft de politie beschikbaar? Zo kan het Operationeel Centrum eventueel bijsturen en de slagkracht van de politie afstemmen op de veiligheidssituatie van dat moment.

Dienst Landelijke Recherche
De Dienst Landelijke Recherche bestrijdt zware en georganiseerde criminaliteit. Maar ook specifieke fenomenen zoals kinderporno, milieucriminaliteit, terrorisme en high tech crime. Daarnaast is de dienst de officiële, nationale opsporingsinstantie als Nederlanders – of Nederlandse eigendommen buiten onze landsgrenzen – betrokken raken bij of het doelwit zijn van aanslagen of activiteiten van de zware, georganiseerde criminaliteit.

Dienst Landelijke Informatieorganisatie
De Dienst Landelijke Informatieorganisatie verricht specifieke, landelijke taken zoals internationale informatie-uitwisseling en nationale informatiecoördinatie. De dienst zorgt tevens voor overzicht en inzicht in de (inter)nationale veiligheidssituatie ten behoeve van het operationele politiewerk. Verder fungeert de dienst binnen de politie als loket voor onder meer Europol, Interpol en Nederlandse liaison officers die namens de politie in het buitenland werken.

Dienst Landelijke Operationele Samenwerking
De Dienst Landelijke Operationele Samenwerking levert operationele ondersteuning en hoogwaardige (technologische) vernieuwing aan de Nederlandse politie. Het gaat daarbij om afgeschermde operaties zoals werken onder dekmantel en getuigenbescherming, het afluisteren van bijvoorbeeld telefoongesprekken, maar ook om beredenen, speur- en specialistische dieren. Het Landelijk Forensisch Servicecentrum maakt eveneens deel uit van deze dienst.

Dienst Infrastructuur
De Dienst Infrastructuur bestrijdt de onveiligheid en criminaliteit op de Nederlandse hoofdinfrastructuur: op de snelweg, het water, het spoor en in de luchtvaart. De dienst biedt verder luchtsteun om de slagkracht van de politie te verhogen.

Dienst Bewaken en Beveiligen
De politie bewaakt en beveiligt personen, objecten en diensten op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Deze beveiligingsmaatregelen zijn goed op elkaar afgestemd. Naarmate de dreiging groter is of de beveiligingsopdracht ingewikkelder, nemen ook de te nemen maatregelen toe. In zulke situaties krijgt de Dienst Bewaken en Beveiligen een prominentere rol en levert ondersteuning met specifieke expertise en bijzondere inzetmiddelen. Dit doet de dienst in nauwe samenwerking met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en het Openbaar Ministerie.

Dienst Speciale Interventies
De Dienst Speciale Interventies bestrijdt alle vormen van ernstig geweld en terrorisme. De Aanhoudings- en Ondersteuningsteams van de politie zijn een onderdeel van deze dienst. Zij treden op als redelijkerwijs mag worden verondersteld dat er sprake is van omstandigheden die levensbedreigend zijn voor de politie of anderen

Politiedienstencentrum
De bedrijfsvoering van de politie – financiën, facilitaire zaken, informatiemanagement, ICT, communicatie en personeelszaken – is landelijk georganiseerd in het Politiedienstencentrum (PDC). Dat ondersteunt het operationele politiewerk 24 uur per dag, zeven dagen per week. Dit doen bedrijfsvoeringsmedewerkers vanuit het PDC of waar nodig op locatie in een eenheid. De bedrijfsvoering levert de producten en diensten waaraan de operationele collega’s behoefte hebben. Door de bedrijfsvoering uit handen te nemen, krijgen agenten binnen de eenheden meer tijd voor het daadwerkelijke politiewerk.

Regionaal
De tien regionale eenheden bestaan uit de eenheidsstaf, vijf diensten en districten met onder meer robuuste basisteams. De politiechef stuurt de eenheid aan. Hij is verantwoordelijk voor de totale politiezorg in de regio.

Regionale diensten
Elke eenheid telt vijf diensten:

  • Dienst Regionaal Operationeel Centrum
  • Dienst Regionale Recherche
  • Dienst Regionale Informatieorganisatie
  • Dienst Regionale Operationele Samenwerking
  • Dienst Bedrijfsvoering Regionale Eenheid

De Dienst Regionaal Operationeel Centrum vormt de schakel tussen de organisatie en de taken die de politie ‘op straat’ verricht. De dienst bestaat uit de meldkamer en het regionale informatieknooppunt voor actuele informatie.

De Dienst Regionale Recherche onderzoekt criminele samenwerkingsverbanden en delicten met een hoge impact op het slachtoffer. De dienst richt zich op thema’s zoals milieu, fraude, zeden, kinderporno, mensenhandel en cybercrime. Verder is de regionale recherche verantwoordelijk voor toezicht en handhaving met betrekking tot de vreemdelingenwetgeving en ondersteunt de dienst de eenheidsopsporing op het gebied van observatie, interceptie en forensische, financiële en digitale opsporing.

De Dienst Regionale Informatieorganisatie voorziet de eenheid van actuele informatie voor de uitvoering en aansturing van het politiewerk. Dit gebeurt onder meer door het verzamelen van informatie, het maken van (dreigings)analyses en het geven van adviezen.

De Dienst Operationele Samenwerking bestaat uit ondersteunende afdelingen. Zo houdt de afdeling Conflict- en Crisisbeheersing zich onder andere bezig met politiezorg tijdens evenementen en de organisatie van de mobiele eenheid. En in het Regionaal Servicecentrum beantwoorden medewerkers bijvoorbeeld niet-spoedeisende telefoontjes van burgers die 0900-8844 bellen.

Een beperkt gedeelte van de bedrijfsvoering organiseert de politie in de Dienst Bedrijfsvoering Regionale Eenheid. Het gaat dan om de activiteiten die direct te maken hebben met het operationele politiewerk, zoals woordvoering en de inroostering van medewerkers.

Districten
Elke regionale eenheid is verdeeld in districten en elk district in meerdere robuuste basisteams. Districten overbruggen de afstand tussen het regionale niveau van de eenheid en het lokale niveau van de robuuste basisteams. Verder kent elk district een districtsrecherche, een flexteam en een informatieknooppunt.

De districtsrecherche zorgt voor de aanpak van delicten met een hoge impact op het slachtoffer, zoals fraude, zeden en jeugdcriminaliteit. Ook ondersteunen deze rechercheurs de robuuste basisteams, bijvoorbeeld bij de bestrijding van veelvoorkomende criminaliteit zoals woninginbraak en de aanpak van criminele jeugdgroepen. Het flexteam werkt probleemgericht en levert tijdelijk medewerkers aan basisteams die extra capaciteit nodig hebben voor opsporing of handhaving. Het informatieknooppunt zorgt 24 uur per dag voor actuele informatie.

Robuuste basisteams
Een robuust basisteam werkt voor een hele gemeente, een deel van een (grote) gemeente of voor meerdere (kleinere) gemeenten. Het team voert de kerntaken van de politie uit: de basispolitiezorg. Wijkagenten vervullen daarin een hoofdrol. Zij weten immers goed wat er in hun wijk speelt en welke kwesties aandacht van de politie vragen. Elk basisteam telt ten minste één opsporingsmedewerker die ondersteunt bij de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. Waar nodig werkt het robuuste basisteam samen met andere teams binnen het district, met de districtsrecherche en met externe partners op lokaal niveau, zoals gemeentes, reclassering en jeugdzorg.

Meer informatie