Bij spoed: 112 Geen spoed: 0900-8844

Organisatiestructuur Nederlandse politie

De politie bestaat uit tien regionale eenheden, het Politiedienstencentrum, de Landelijke Eenheid, Politieacademie en de Landelijke Meldkamer Samenwerking. De leiding is in handen van korpschef Henk van Essen.

De hoofdstructuur van de politie kent drie, nauw samenwerkende niveaus: nationaal, regionaal en lokaal. De korpsleiding - ondersteund door de Staf Korpsleiding - functioneert op nationaal niveau. Op operationeel gebied geldt dat ook voor de Landelijke Eenheid, die onder meer regio-overschrijdende en specialistische politietaken verricht, en het Politiedienstencentrum waarin alle bedrijfsvoeringonderdelen zijn gebundeld.

De Politieacademie is bij wet aangewezen als het onderwijsinstituut dat mensen opleidt om executieve politiebevoegdheden te verkrijgen. De Landelijke Meldkamer Samenwerking is een nieuw, zelfstandig onderdeel binnen de politie en beheert vanaf 1 januari 2020 voor alle hulpdiensten de meldkamers.  De tien andere eenheden opereren op regionaal niveau. Binnen deze eenheden zijn op lokaal niveau districten actief, die bestaan uit robuuste basisteams, de districtsrecherche en een flexteam.

Organogram politie Nederland

Pijlers

Nederland veiliger maken, dat is het doel van de politie. Maar met welke aanpak bereikt zij dit doel? Waar gelooft de politie in? En wat wil zij zijn? De missie, kernwaarden en de visie van de politie beantwoorden deze vragen.

De missie van de politie luidt: ‘Onveranderd is de politie ‘'waakzaam en dienstbaar'’ aan de waarden van de rechtsstaat. Deze missie vervult de politie door afhankelijk van de situatie gevraagd en ongevraagd te beschermen, te begrenzen of te bekrachtigen.’

Kernwaarden

Moedig, betrouwbaar, verbindend en integer

Visie en identiteitskenmerken

De politie wil haar missie bereiken door:

  • vertrouwen te wekken door de wijze waarop zij resultaten bereikt;
  • in elke situatie alert en slagvaardig op te treden; 
  • betrokken en daadkrachtig te helpen, de-escalerend te werken en waar nodig geweld te gebruiken;
  • intensief samen te werken met burgers en partners vanuit betrokkenheid, informatie delen en wederkerigheid;
  • te leren, te innoveren en te vertrouwen op haar professionals;
  • één korps te zijn: van wijk tot wereld. Lokaal verankerd en (inter)nationaal verbonden.