Ga naar content

Contourennota biedt opsporing perspectief

Laatste update:

Nederland - De huidige opsporing werkt keihard, maar er is zo veel meer mogelijk en nodig. Dat is volgens plaatsvervangend korpschef Ruud Bik de kern van de Contourennota Opsporing. Investeren in huidige en nieuwe medewerkers vormt daarbij een sleutelwoord. Welke veranderingen staan de opsporing te wachten en hoe krijgen zij gestalte?

Politie-embleem

De komst van nationale politie betekende ook voor het recherchewerk een impuls. Zo intensiveerde de interne gegevensuitwisseling, wat de informatiepositie van het korps als geheel versterkte. Verder kregen innovaties meer ruimte, waardoor bijvoorbeeld het Team High Tech Crime kon doorgroeien naar de internationale top.

Fundamentele herbezinning

Toch is een fundamentele herbezinning noodzakelijk om de toekomstbestendigheid van de opsporing te kunnen garanderen en voorbereid te zijn op de razendsnelle ontwikkelingen in samenleving en criminaliteit. Daarover zijn de politie, het Openbaar Ministerie, de minister van Veiligheid en Justitie en regioburgemeesters het eens. De minister gaf de opdracht daartoe de benodigde maatregelen te nemen. De eerste stap bestaat uit het vaststellen van Contourennota Opsporing, die minister Van der Steur op maandag 23 november aanbood aan de Tweede Kamer. Dit beleidsstuk beschrijft de voorgenomen veranderingen op hoofdpunten.

Positief

‘Het is voor de politie en de hele strafrechtketen alleen maar positief dat de Contourennota Opsporing nu is afgerond’, vindt plaatsvervangend korpschef Ruud Bik. ‘Met alle respect voor wat onze collega’s op dit gebied al jaar en dag presteren, iedereen beseft dat de opsporing aan verandering toe is. Dat concludeerden de politie en het Openbaar Ministerie zelf en onderzoeken van onafhankelijke deskundigen bevestigden onze bevinding. Hun inzichten zijn bij de samenstelling van deze nota dan ook beslist meegenomen.’

Kritisch

‘Gedurende twee maanden is intensief nagedacht over de vraag hoe wij onze opsporing willen vormgeven en hoe wij de strafrechtketen kunnen stroomlijnen. Dat deden wij samen met het OM, de regioburgemeesters, de Politieacademie en uiteraard onze opsporingscollega’s. Zowel specialisten als leidinggevenden. Wij keken heel kritisch naar onszelf en elkaar. Waar zitten onze knelpunten? Hoe zijn die ontstaan? Wat kunnen wij het beste eerst aanpakken en wat doen wij in een latere fase?’

Terabytes

Er was volgens Bik onvoldoende oog voor bijvoorbeeld het op peil houden van parate kennis. ‘De kwaliteit van het proces-verbaal had veel meer aandacht verdiend. De bedrijfsvoering werkte te versnipperd om opsporingsmedewerkers in voldoende mate te kunnen leveren wat zij nodig hebben. Denk aan mogelijkheden voor vakontwikkeling en natuurlijk de ICT. En de tijd dringt. Digitale criminaliteit rukt met terabytes tegelijk op en verspreidt zich als een inktvlek vanwege de beschikbaarheid van faciliteiten. Je hoeft echt geen nerd meer te zijn om een DDoS-aanval te kunnen lanceren. Je koopt gewoon een kant-en-klaarpakket op internet. Dat is de realiteit waarmee wij moeten dealen. Dus hebben wij collega’s nodig die daartoe in staat zijn.’

Uitbouwen

De tijd is nu ook rijp, vindt Ruud Bik: ‘Wij functioneren eindelijk als één politie. Dat biedt ons de mogelijkheid om in relatief korte tijd de kaders te stellen, waarmee de eenheden van ons korps aan de slag kunnen. Tegenwoordig beschikken alle partners in de strafrechtketen over één aanspreekpunt voor overleg met de politie. Doeltreffender dan ooit kunnen wij daarom met elkaar in een constructieve dialoog grote en kleine knelpunten in de strafrechtketen weg gaan werken. De huidige opsporing voldoet prima en levert aansprekende resultaten. Maar wij kunnen nog zo veel meer. De contourennota pleit dan ook geenszins voor een omslag. Integendeel, wij bouwen de opsporing verder uit op de solide basis die er nu ligt. Het gaat niet om vervanging, maar om verrijking.

Hoofdlijnen

Deze contourennota is uitgewerkt langs drie hoofdlijnen, zet Bik uiteen: ‘Voor welke maatschappelijke opgave staat de recherche, wat betekent dit voor de politieorganisatie en welke eisen dienen wij te stellen aan het vakmanschap? Daarbij is rekening gehouden met de diverse fasen. Wat moeten wij op korte termijn realiseren en voor welke zaken geldt een middellange en lange termijn? In mei 2016 ontvangt de minister van Veiligheid en Justitie een door de gezamenlijke partners uitgewerkt plan van aanpak voor de korte termijn, die de periode tot eind 2017 beslaat. In dat stadium komt er meer duidelijkheid over de concrete kosten die met dit meerjarenplan gepaard gaan. Wij hebben al wel aangegeven voor de korte termijn naar verwachting dertig miljoen euro extra nodig te hebben. Het is nu aan de minister en de Tweede Kamer om zich hierover uit te spreken.’

Fundamentele herbezinning

In dit verandertraject zijn voor Bik drie factoren zwaarwegend: ‘Hogere actiesnelheid, beter in staat zijn tot aanpassen aan de omstandigheden en meer lerend vermogen. Dat zijn belangrijke ingrediënten voor een meerjarige, fundamentele herbezinning op de opsporing. De recherche van de toekomst signaleert en duidt bewegingen in de samenleving, zet vraagstukken op de politieke en maatschappelijke agenda en neemt zo nodig proactieve maatregelen. Opsporingsmedewerkers zijn beter toegerust om effectief te functioneren binnen netwerken en multifunctionele teams met bijvoorbeeld gemeenten en de Belastingdienst. Wij willen hen in staat stellen om in verbinding met het gezag samen met andere partners bij te dragen aan de gezamenlijke aanpak van criminaliteit.’

Investeren

Voor de korte termijn resulteert de nota in een aantal concrete maatregelen. Bik: ‘Investeren in huidige en nieuwe opsporingsmedewerkers is daarbij het sleutelwoord. Wij beginnen bij het begin: het opnemen van de aangifte. Hoe meer kwaliteit de aangifte heeft, des te vloeiender het verdere proces. Ketenpartners investeren gezamenlijk in een bredere blik door voortdurend te bezien of het strafrecht wel de juiste remedie is in een zaak. Welke alternatieven zijn beschikbaar of zelfs beter? Dat kan een hoop werkdruk schelen. Onder meer door hulpofficieren van justitie extra opleiding te geven, investeren wij in kennis en vaardigheden.Zeker op strafvorderingsgebied. Tot slot investeert de politie op korte termijn in leiderschap en cultuur. Dat werkvloer en chefs elkaar voortdurend feedback geven, hoort een vanzelfsprekendheid te zijn.’

Hogere beroepsopleiding

Traditioneel recherchewerk blijft van grote waarde, benadrukt Bik: ‘Nieuwe misdaadvormen zoals cybercrime vragen echter andere aanvullende expertise. De komende jaren stroomt zeker de helft van de huidige opsporingsmedewerkers uit. Dit biedt kansen om te groeien naar een ander profiel en een gedifferentieerde samenstelling, met nieuwe collega’s die door hun opleiding over de gewenste kennis en kunde beschikken. Circa 40% van de Nederlandse bevolking volgde minimaal een hogere beroepsopleiding. Binnen het korps bedraagt het percentage slechts 10%. Dat aantal moeten en willen wij substantieel verhogen. Deze contourennota biedt de opsporing ook in dat opzicht perspectief.’