Ga naar content

Aanpak opsporing voortvluchtige veroordeelden

Laatste update:

Nederland - Wanneer een veroordeelde een vrijheidsstraf krijgt opgelegd, heeft de politie de taak om degene die zich niet meldt voor detentie, op te sporen en aan te houden. Bij ruim 90% van deze ‘vrijheidsgestraften’ vond de uitvoering van de straf binnen twee jaar plaats. Een deel vergt echter meer aandacht en opsporingscapaciteit. Daarover gaat het onderzoek van Politie en Wetenschap, namelijk de gesignaleerde veroordeelde personen.

Zitting van een rechtbank

Frank Paauw, portefeuillehouder executie en arrestantentaken, benadrukt dat er bij de politie al volop aandacht is om alle veroordeelden, met korte en langere vrijheidsstraffen, hun straf te laten uitzitten.

Actief opsporen

Wanneer een veroordeelde een vrijheidsstraf krijgt opgelegd, heeft de politie een belangrijke taak om deze straf daadwerkelijk uitgevoerd te zien. Deze taak bestaat onder meer uit het opsporen en aanhouden van veroordeelden die zogezegd 'onvindbaar' zijn. Het overgrote deel van deze groep wordt binnen de afgesproken termijn aangehouden. Een deel is echter moeilijker te traceren, wat komt doordat voortvluchtigen bewust onder de radar blijven. Van anderen is wel bekend waar ze zich ophouden, maar is de straf niet uitvoerbaar. Zij houden zich bijvoorbeeld op in het buitenland.
Sommige voortvluchtigen zijn criminelen met hogere openstaande straffen, meer dan tien maanden (3,7% van het totaal). De opsporing van deze criminelen valt onder het landelijk politieteam FASTNL, dat deze voortvluchtigen actief opspoort.

Pilots

De aanbevelingen die naar aanleiding van het onderzoek worden gedaan, komen overeen met het beleid dat de politie al uitvoert om de groep 'onvindbare' veroordeelden sneller en efficiënter te achterhalen. Frank Paauw wijst er op dat er voor deze doelgroep, de lastig te traceren veroordeelden, pilots liepen in Noord-Nederland, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Doel was te komen tot een eenduidige en effectieve werkwijze binnen het proces opsporing. Binnen de pilots is ook gekeken hoe – binnen de bestaande wet- en regelgeving – het opsporingsproces verbeterd kan worden door informatie te delen tussen ketenpartners, maar ook met instanties als UWV, Belastingdienst en gemeenten.

Coördinatie Executie Taken

Een andere maatregel om veroordeelde voortvluchtigen sneller op te sporen, is dat er in elke eenheid een CET (Coördinatie Executie Taken) is ingericht om toe te zien op een juiste uitvoering van de executieopdrachten. Deze CET's gebruiken het landelijke systeem Executie & Signalering, dat samen met het nieuwe werkproces Executie is ingevoerd in 2016 Hierdoor kan er snel geschakeld worden tussen de eenheden. De uitvoering van de executietaak ligt zowel bij de basisteams van de eenheden en behoort daardoor tot het dagelijkse werk van de agent, als in toenemende mate bij de opsporing. Bovenstaande maatregelen dragen ertoe bij dat de executie beter en sneller wordt uitgevoerd.

Er blijft echter een groep voortvluchtigen van wie de straf nog open staat. Dit geldt bijvoorbeeld voor veroordeelden in het buitenland die tot ongewenste vreemdeling zijn verklaard en dus niet in Nederland welkom zijn. Een tweede categorie betreft veroordeelden in het buitenland van wie de openstaande vrijheidsstraf minder is dan vier maanden en voor wie geen rechtsmiddelen openstaan. Deze veroordeelden blijven wel geregistreerd staan. Zodra zij weer naar Nederland komen, worden zij alsnog aangehouden.