Ga naar content

Tienduizendste slachtoffer kindermisbruik geïdentificeerd

Laatste update:

Den Haag / Lyon - In de internationale strijd tegen het seksuele misbruik van kinderen is het tienduizendste slachtoffer geïdentificeerd. Een zeer belangrijk hulpmiddel hiervoor is de International Child Sexual Exploitation (ICSE) mediadatabase. Dankzij de herkenning kunnen tot dan toe anonieme slachtoffers in veiligheid worden gebracht. De database is in beheer bij Interpol. Nederland heeft hiervoor twee politiemedewerkers gedetacheerd in Lyon.

Digitaal onderzoek

In het persbericht van Interpol over deze mijlpaal stelt secretaris-generaal Jürgen Stock dat de blijdschap vanzelfsprekend wordt overschaduwd door de enorme aantallen kinderen over de hele wereld die nog steeds het slachtoffer zijn van kinderporno. Maar, zegt hij: ‘Wij zijn blij dat we opsporingsorganisaties over de hele wereld hebben kunnen helpen bij het identificeren en redden van tienduizend slachtoffers.’ 

Nederlandse rechercheurs

Bij de database zijn 49 landen en Europol aangesloten. De ICSE-database maakt gebruikt van geavanceerde technologie die locaties, slachtoffers en verdachten aan elkaar kunnen linken. Gecertificeerde gebruikers kunnen real time in de database met elkaar samenwerken en dus ook direct reageren op zaken die op dat moment spelen. De database is in beheer bij de sectie Crimes against Children van Interpol. Het Nederlandse Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft twee miljoen uitgetrokken om dit project mede te financieren. Hiervan zijn onder andere twee Nederlandse rechercheurs gedetacheerd in Lyon. Een van hen is Hedwig de Jager. Zij werkt al ruim een jaar met de ICSE-database. 

Internationale samenwerking

De Jager: ‘Identificatie is van groot belang. Alleen zo kunnen we deze kinderen in veiligheid brengen en daders aanhouden. Kindermisbruik is echt een onderwerp dat alle landen bindt. We bereiken deze mooie resultaten doordat we niemand hoeven uit te leggen hoe belangrijk dit is. Beelden die in Australië geüpload worden, kunnen bijvoorbeeld in de Verenigde Staten worden herkend en leiden tot aanhoudingen in Europa. En omgekeerd.’

Bonuskaart

Hedwig de Jager helpt in Lyon mee aan het verder ontwikkelen van de technische mogelijkheden van de database. Ook traint zij nieuwe gebruikers en helpt ze de database vullen. Maar een deel van haar tijd gebruikt ze ook om actief in de database te zoeken. ‘Het is zo belangrijk om met alle nationaliteiten betrokken te zijn en informatie te delen. Zo zag ik op nieuwe beelden pas een Bonuskaart liggen. Dat had geen enkele collega uit een ander land kunnen herkennen.’

Dankzij de financiële bijdragen van deelnemende landen werkt De Jager inmiddels met een derde versie van de database. ‘De digitalisering van deze vorm van criminaliteit gaat razendsnel. De database moet dus ook telkens geavanceerder worden. In deze nieuwe versie kunnen we nu ook  video’s uploaden. Voorheen moesten we hier snapshots van maken om ze toe te kunnen voegen aan de database. Dat dit niet meer hoeft scheelt heel veel werk.’ 

Capaciteit en prioriteit

Ze is van mening dat Nederland het goed doet in de aanpak van seksueel misbruik van kinderen. ‘Ik heb nu zicht op hoe de dingen geregeld zijn in de andere betrokken landen en ik moet zeggen dat wij het goed doen. Elke eenheid heeft een Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, met een overkoepelend team binnen de Landelijke Eenheid. De meeste andere landen hebben niet zoveel capaciteit. Een verdachte van kindermisbruik wordt dan bijvoorbeeld pas na twee weken aangehouden, gewoon omdat er ook andere belangrijke zaken spelen. Ik merk aan de aanpak en de resultaten dat wij actief zijn en het misdrijf prioriteit geven.’