Ga naar content

Betrapt! kind niet in de cel maar wat dan wel?

Laatste update:

Twente - Op maandag 2 juli start de politie Oost-Nederland in district Twente een pilot met een verkorte aanpak voor jeugdige first offenders. Als deze pilot succesvol gebleken is, zou de werkwijze ook in de andere districten van de regio Oost-Nederland ingevoerd kunnen gaan worden.

Volgens jeugdofficier mr. Carlo Dronkers, wijst onderzoek uit dat jeugdigen die betrapt worden op een eenvoudig strafbaar feit erg schrikken van de consequenties. Veel jeugdigen komen vaak niet meer terug als ze zijn betrapt en daarop worden aangesproken. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat het niet uitmaakt wie ze daarbij “de broek op bindt”, of dat nu de ouders, de winkeljuffrouw, de politie of de officier van justitie zijn. 

“Bezoek” aan arrestantencomplex heeft grote impact op jeugdige

Een “bezoek” aan het arrestantencomplex (insluiten) en de handelingen die daar plaatsvinden, hebben een enorme impact op een jeugdige. De vraag is of insluiting in het arrestantencomplex altijd nodig is. Dat riep de vraag op: "Kan dat niet anders?"
 
 

Het kan anders

Volgens jeugdofficier Carlo Dronkers kan het anders: "De politie hoeft een burgeraanhouding niet altijd over te nemen. Als daarnaast duidelijk is dat het een jeugdige first offender betreft, is het niet altijd nodig om hoog in te zetten, door middel van insluiting. Een reprimandegesprek is ook een mogelijkheid. Als uit nadere informatie over de minderjarige toch blijkt dat de minderjarige moet worden aangemeld bij HALT of justitie, dan kan dat alsnog. Ook kunnen ouders en/of verzorgers alsnog (op eigen kosten) consultatiebijstand regelen". Wat tenslotte van belang is dat het reprimandegesprek niet leidt tot justitiële documentatie (strafblad). De afdoening is wel zichtbaar voor andere verbalisanten.

Wat gaan we anders doen

José Rooijers is portefeuillehouder jeugd voor de politie in Oost-Nederland: "Daar waar mogelijk gaan we als politie de jeugdige overdragen aan de ouders en/of verzorgers en we voeren met de jeugdige binnen zeven dagen een reprimandegesprek. Deze pilot kan gezien worden als een vervolgstap van de pilot 'Niet in verzekering tenzij' waarbij er gestreefd wordt om jeugdigen zo min mogelijk in verzekering te plaatsen. De werkwijze 'Niet in verzekering tenzij' staat nu op de nominatie landelijk te worden ingevoerd. Een kind in Nederland mag opgroeien en een foutje maken. Insluiting in een arrestantencomplex met alle handelingen die daarbij horen, is dan vaak een stap te ver bij een licht vergrijp en iemand die voor de eerste keer met ons in aanraking komt. Tegelijkertijd moet aan de jeugdige wel duidelijk worden gemaakt dat hij of zij een grens heeft overschreden. Daarvoor zetten we in deze pilot nu het reprimandegesprek in waar dat kan".