Ga naar content

Onderzoek naar verzet politie in WOII gepresenteerd

Laatste update:

Nederland - Op 17 juni 2019 is het eerste exemplaar van 'Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd' door dr. Hinke Piersma, senior onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies overhandigd aan Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie. Piersma deed de afgelopen drie jaar onderzoek naar verzet van politieagenten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoek werd uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in opdracht van de Politie.

Op eigen gezag

Insteek onderzoek

Het overheersende beeld over politiemensen in de bezettingstijd was en is niet positief. Vaak wordt de rol van de politie uitsluitend gekoppeld aan de Jodenvervolging en de jacht op verzetsstrijders. Piersma deed onderzoek naar een minder bekend fenomeen: het verzet van de individuele politieman en –vrouw. Piersma deed dat onder meer op basis van persoonlijke memoires, dagboeken en brieven. 'Op eigen gezag. Politieverzet in oorlogstijd', gaat over politiemensen die ieder op hun eigen manier hun morele grenzen bewaakten en hun weg zochten in de lastige spagaat tussen institutionele collaboratie en persoonlijk verzet.

Verschillende vormen van verzet

In haar boek onderscheidt Hinke Piersma drie soorten verzet bij de politie. De eerste groep zijn de agenten die vrij snel na de capitulatie in mei 1940 het korps verlaten hebben. Deze mensen wilden geen deel uitmaken van een collaborerende organisatie en hebben hun functie neergelegd. De tweede groep is de groep agenten die tijdens de oorlog geweigerd hebben om bepaalde taken uit te voeren. In Utrecht bijvoorbeeld protesteerden een aantal agenten openlijk tegen het ophalen van Joden. De derde vorm van verzet was een eenzame vorm. Agenten hebben, met hun beroep als dekmantel, soms ook een hele waardevolle rol vervuld bij het verzet. Ze vervoerden bijvoorbeeld onderduikers of wapens in hun dienstauto, waarschuwden mensen voor razzia’s, of lieten onderduikers bij een huiszoeking via de achterdeur ontsnappen.

Akerboom: ogen niet sluiten voor geschiedenis

Tijdens de presentatie van het onderzoek in Nieuwspoort, dankte korpschef Erik Akerboom Piersma voor haar werk. ‘Het is goed dat er onderzoek is en wordt gedaan naar het verleden van de politie. De Tweede Wereldoorlog is een gevoelig en beladen onderwerp voor het korps, voor de samenleving en bovenal voor slachtoffers en nabestaanden. De politie heeft lange tijd geworsteld met dit deel van haar geschiedenis en doet dat nog steeds. Het is en blijft belangrijk om hier met elkaar over te spreken, met alle nuances die daarbij horen. Ik hoop dat dit onderzoek daarbij helpt.’

Akerboom refereerde ook aan de woorden die hij sprak tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei jongsteleden: ‘Tijdens die herdenking heb ik gezegd dat de politie niet de bescherming heeft geboden die ze had moeten bieden. Maar de geschiedenis is niet zwart –wit. Er zijn ook talloze voorbeelden van collega’s die wel naar voren stapten. Dat laat dit boek ook zo goed zien en dat is behalve een compliment aan die collega’s ook een compliment aan de onderzoeker. Zij heeft de worstelingen die daar bij hoorden en de persoonlijke drama’s waar dat soms toe leidde treffend geschetst. Dit boek verandert de geschiedenis van de politie in de Tweede Wereldoorlog niet. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Het voegt wel een hoofdstuk toe. Over persoonlijke moed en persoonlijk leed in een tijd die toen en nu nog steeds heel bepalend is geweest voor hoe mensen de politie bezien.’

'Onderduikers in dienstauto'

‘Bij de start van mijn onderzoek heb ik ongelofelijk veel reacties gekregen naar aanleiding van de oproep op intranet om informatie. En ook al hebben lang niet alle verhalen een plek gekregen in mijn boek, al die mails over vaders, opa’s en ooms hebben me geholpen me een beeld te vormen van het politieverzet. Soms was het niet meer dan een enkele anekdote die in de familie voortleefde, soms waren het complete memoires voor het nageslacht geschreven. Omdat men de geschiedenis waar vaak zo lang over was gezwegen tenminste aan de kinderen of kleinkinderen door wilde geven.’

‘Het verhaal van Hermanus Kamp staat mij altijd bij’, vertelde Piersma eerder. ‘Deze man heeft onderduikers vervoerd in zijn dienstauto, had zelf ook onderduikers in huis, heeft wapens gesmokkeld en nog veel meer verzetsdaden verricht.’ Zoals Hermanus waren er meer.

Van veel verzetsdaden door agenten is niets bekend. Denk aan mensen waarschuwen voor razzia’s, net de andere kant op kijken, onderduikers bij een huiszoeking via een achterdeur laten ontsnappen. ‘Veel weten we niet. Mensen openden hun mond niet, zeker niet tijdens de oorlog. Maar ook niet daarna, mogelijk uit schaamte over de rol van de politie tijdens de bezetting,’ aldus Piersma.

Korpschef ontvangt boek over politie in de Tweede Wereldoorlog