Ga naar content

Henk van Essen: Tot het tegendeel bewezen is

Laatste update:

Nederland - Verschillende integriteitszaken en geweldsincidenten die door sommigen in verband worden gebracht met racisme: de afgelopen tijd stond de politie veel in de belangstelling. Korpschef Henk van Essen licht in een blog voor de politiemedewerkers toe waarom hij het belangrijk vindt zijn stem te laten horen in het debat.

Henk van Essen

De afgelopen weken stonden we als politie in het middelpunt van de belangstelling. De aanhouding van collega’s in Noord-Nederland, Rotterdam en Midden-Nederland. De voorgenomen disciplinaire maatregelen tegen collega’s van basisteam Horst, Peel en Maas in Limburg. Recente geweldsincidenten, waarvan de beelden indruk maakten en die door sommigen in verband worden gebracht met racisme. Het is aanleiding voor - soms felle - discussie en debat. En ook als individuele collega weet je dan vele ogen op je gericht. Hoewel elk van de genoemde zaken op zich staat, roepen ze één overkoepelende vraag op: wat voor politie zijn wij?

Het is wat mij betreft een goede en terechte vraag. En een vraag waarop maar één antwoord mogelijk is: wij zijn een politie die integer is. Een politie die verbindend is en moedig. Een politie die betrouwbaar is. Bij al ons handelen zijn deze kernwaarden ons uitgangspunt. Ik zou daar graag transparant en herkenbaar aan toe willen voegen. Transparant omdat we verantwoording afleggen over ons optreden; ook als iets niet goed is gegaan. En herkenbaar omdat dat helpt verbinding te maken met iedereen in onze samenleving. Allemaal zijn ze belangrijk voor het vertrouwen dat mensen in ons hebben. Gelukkig is dat nog altijd hoog.

Om het vertrouwen van de samenleving te behouden en verder te vergroten, is het cruciaal dat wij zorgvuldig omgaan met onze bevoegdheden, die diep kunnen ingrijpen in iemands leven. Dat informatie bij ons veilig is, dat wij geen hand- en spandiensten verlenen aan criminelen, dat wij met verdovende middelen niets anders doen dan ze in beslag nemen, dat wij uitsluitend geweld gebruiken als het echt niet anders kan en dat wij iedereen gelijkwaardig behandelen.

Als we afwijken van datgene waar we voor staan en waar we onze ambtseed of belofte over hebben afgelegd, dan werpt dat z’n schaduw ver vooruit. Wij worden zelfs aangesproken op gebeurtenissen in het buitenland, zoals de dood van George Floyd door politiegeweld. Maar ook in ons land zijn we de afgelopen weken geconfronteerd met politieoptreden dat vragen oproept. En soms zelfs met niet-integer, ronduit laakbaar gedrag van politiemensen.

Ik begrijp dat als politiemensen de norm overschrijden de verontwaardiging groot is. Zowel in- als extern. Als politiemensen de regels overtreden, beschamen zij het vertrouwen dat burgers én collega’s in hen hebben. Daarom onderzoeken we elk vermoeden van plichtsverzuim. Elke geweldsaanwending wordt geregistreerd en getoetst. Als blijkt dat politiemensen de norm hebben overschreden, dan treden we op en nemen we maatregelen.

En we leggen verantwoording af. Aan burgers, aan het gezag, aan media en daar waar nodig aan de rechter. We leggen uit wat we doen, waarom we dat doen en hoe we dat doen. Ook als het niet goed gaat. Eerlijk en transparant.

Dat niet iedereen ons altijd gelooft, raakt mij als politieman. Zoals het mij ook raakt dat sommigen ons wegzetten als structureel racistisch. Als gewelddadig. Als corrupt. Dat mensen op basis van fragmentarische beelden oordelen over ons optreden en bij voorbaat roepen dat wij het niet goed hebben gedaan. Dat mensen uitgaan van het slechte en van de uitzonderingen de regel maken.

Ik blijf mij verzetten tegen zulke aantijgingen. Want dat is niet het korps waarvan ik korpschef ben. Ons korps bestaat uit 65.000 mensen die zich 24 uur per dag, zeven dagen per week inzetten voor de samenleving. Die een arm om een schouder leggen, hulp verlenen aan wie dat nodig heeft, die boeven vangen, die de orde handhaven. Die, soms met gevaar voor eigen leven, een stap naar voren zetten als anderen een stap terug doen. Die, soms in minder dan een seconde, beslissingen moeten nemen die het verschil kunnen betekenen tussen leven en dood. En die als het nodig is geweld gebruiken zonder aanzien des persoons. Ook in een tijd dat alles wat we doen onder een vergrootglas ligt en kritiek nooit ver weg is.

Ik vind het daarom belangrijk dat we in deze tijd onze stem laten horen in het debat. En daarom staat er morgen een interview met mij in de Volkskrant. Daarin kom ik op voor wie wij als korps zijn, voor waar wij als individuele collega's voor staan en reflecteer ik op wat dit voor ons betekent en wat we anders en beter zouden kunnen doen. Gelukkig zie ik dat steeds meer collega’ s zich hierover uitspreken. Van agent tot politiechef, van Intranet tot LinkedIn.

Als politie staan wij midden in de samenleving. Wat anderen ook beweren. Wij zijn een politie van iedereen, voor iedereen. Een politie in verbinding. Wij weten wat er in de wijken speelt. Veel vaker dan tegenover mensen, staan wij naast hen en tussen hen.

Het is goed dat wij kritisch worden gevolgd. Door burgers, door media, door organisaties. Het is goed dat mensen ons scherp houden en wijzen op dat wat beter kan. Want het kan altijd beter. Wij zijn niet feilloos en moeten willen blijven leren. Maar het is ook belangrijk dat politiemensen de stap naar voren blijven zetten als dat nodig is. Dat zij de professionele ruimte krijgen en voelen die nodig is om goed hun werk te kunnen doen. Dat zij het vertrouwen krijgen dat ze verdienen. Tot, en alleen dan, het tegendeel bewezen is.