Onderwerpen

Uniform en uitrusting

De politie is altijd goed herkenbaar. Van het operationele uniform en de kleding van baliemedewerkers tot aan de strepen op surveillanceauto’s en gevelborden aan politiebureaus. De uiterlijke kenmerken van de politie zijn vastgelegd in een eigen huisstijl. Blauw is dé politiekleur. Vanaf juni 2014 verandert het straatbeeld: politiemensen op straat dragen vanaf dan een operationeel uniform.

Nieuw operationeel uniform

De Nederlandse politie krijgt/heeft een nieuw operationeel uniform. Het is opvallend en modern, het zit lekker en kan tegen een stootje. Kortom, het past bij de eisen die aan het politiewerk van nu gesteld worden. Daarmee ziet de politie er wezenlijk anders uit op straat. Het huidige uniform blijft bestaan voor collega’s die niet op straat werken en bij officiële gelegenheden als representatief tenue voor alle uniformdragenden.

Uniform

Het operationeel uniform in beeld.
Bekijk het filmpje van de perspresentatie van het nieuwe operationele uniform - juni 2014.

Waarom een nieuw operationeel uniform?

Het huidige uniform is een formeel uniform, met een nette broek, de pet of het hoedje en de stropdas. Het nieuwe operationele uniform is meer geschikt voor het afwisselende werk op straat. Daarnaast komt er meer eenheid in de uniformen op straat; want ook de bikers krijgen dit uniform (daarvoor bestonden verschillende uniformen).

De uitrol van het nieuwe operationele uniform

Het uitleveren van het nieuwe operationele uniform van de politie is een grote logistieke operatie. In zeven maanden tijd (juni tot en met december 2014) worden circa 32.500 politiemensen gekleed. De eenheid Limburg heeft de primeur in juni, van september tot en met december 2014 volgen de andere eenheden. De uitrol per eenheid duurt tussen de 2/3 weken. Dat betekent dat in die periode beide uniformen door elkaar te zien zijn. Bekijk het volledige uitrolschema.

Waarom draagt de politie een uniform?

Natuurlijk staat voorop hoe politieagenten hun werk doen, maar ook de presentatie van dat werk verdient aandacht. De manier waarop een politieagent zich presenteert, zegt iets over de kwaliteit van dat politiewerk. Het uniform ‘zegt’ ook dat de politieagent de autoriteit is op straat. De politieagent vertegenwoordigt het gezag (de overheid). Daarmee is het uniform aanzienlijk meer dan een ‘werkpak’. Aan het uniform ziet u als burger dat u met de politie te maken hebt. Zichtbaarheid en herkenbaarheid zijn daarmee de belangrijkste functies van het uniform. Daarnaast biedt het uniform ook veiligheid en bescherming.

Wie draagt het operationele uniform?

Het operationele uniform is alleen bedoeld voor politiemensen die op straat dienst doen. Het oude/huidige uniform wordt hun ‘nette pak’. Politiemensen die wel een uniform dragen maar niet echt op straat werken, blijven het huidige uniform dragen. Denk bijvoorbeeld aan baliemedewerkers, arrestantenverzorgers en docenten. Maar ook al dragen zij nog het huidige, nette uniform, het zijn gewoon agenten en ze hebben dezelfde bevoegdheden.

 

Wat voor kleding heeft een politieagent?

Politiemensen die op straat werken hebben een operationeel uniform. Het is geschikt voor het afwisselende werk op straat. Beeldbepalende onderdelen van dit uniform zijn: de cap, de polo en all weatherjacket, een worker en hoge schoenen. Het uniform is donkerblauw met felgele strepen. Het huidige (nette) uniform blijft bestaan voor politiemensen die niet op straat werken en als net, representatief tenue voor alle uniformdragenden. Het bestaat uit een blauwe pantalon, een wit overhemd, een stropdas en een officiele pet of hoedje. 

Speciale groepen, zoals de motorpolitie, de bereden politie en de verkeerspolitie, dragen reflecterende, gele jassen. De helm van motoragenten is geel en de motorbroek blauw.  Het uniform van de mobiele eenheid lijkt op het nieuwe operationele uniform. Daarmee is het goed herkenbaar.

 

Wat is het politielegitimatiebewijs?

Politiemensen hebben altijd een bewijs bij zich dat ze echt politieagent zijn. Dat is een kaart met hun naam, functie en pasfoto. Wordt u bijvoorbeeld meegevraagd naar het bureau? Dan mag u naar dit bewijs vragen. Een politieambtenaar in uniform hoeft zich niet uit eigen beweging te legitimeren. Maar als u ernaar vraagt, moet hij wel zijn politielegitimatiebewijs tonen. Zegt een persoon in ‘burgerkleding’ dat hij van de politie is? Dan moet hij wel uit eigen beweging het politielegitimatiebewijs tonen. Vertrouwt u het niet? Dan kunt u altijd contact opnemen met het dichtstbijzijnde politiebureau.

De ministeriële Regeling politielegitimatiebewijs geeft regels over het politielegitimatiebewijs. In bijlage 2 van de Regeling politielegitimatiebewijs is beschreven hoe een politielegitimatiebewijs eruit dient te zien. Het model van het politielegitimatiebewijs is opgenomen in het handboek politielogo en huisstijl 1993 en ligt ter inzage ligt bij de bibliotheek van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Wat heeft een agent in de auto?

  • Mobilofoon.
  • Zwaailicht en sirene voor spoedgevallen.
  • GPS-navigatiesysteem: zo kan de meldkamer altijd zien waar de politieauto is.
  • Stopborden, voor en achter, met de woorden: ‘stop’, ‘politie’ en ‘volgen’.
  • Extra schijnwerpers aan de voorkant en zijkant van de blauwe balk.
  • Oranje/gele veiligheidsvesten met het woord ‘politie’ op de rug.
  • Oranje kegels om de plaats van een aanrijding af te zetten.
  • Vijftig meter reddingstouw.
  • Gordelsnijder.
  • Teddybeer om aan een kind te geven dat iets ergs is overkomen.
  • Brandblusser, EHBO-kist en extra kist met gereedschappen.
  • Krijt om een aanrijding op straat af te tekenen.
  • Kogelwerende vesten.
  • Bandengroefmeter.
  • Computer.
  • Hondenband en eventueel een hondenvangstok.
  • Doktershandschoenen.
  • Papieren en plastic zakken.
  • Veiligheidshelm.
  • Digitale camera.
  • Dekens.
  • Alcoholcontroleapparaat.

Welke uitrusting draagt een agent?

De politie beschikt over wapens die zij slechts onder strenge voorwaarden mag gebruiken. Alleen als het strikt noodzakelijk is en geweld het doel of het belang ervan rechtvaardigt. Een agent op straat beschikt over:

  • pepperspray
    Dit is een veilig wapen met een korte werkingstijd. Het veroorzaakt een acute ontsteking aan de ogen, zodat mensen hun ogen moeten sluiten, hun lichaamsmotoriek verliezen en enige minuten zijn uitgeschakeld. In deze tijd kan de politie een aanhouding verrichten. Het voordeel van de pepperspray is dat er geen blijvend letsel ontstaat. Zet de politie de pepperspray in? Dan is ze ook verantwoordelijk voor de nazorg. Hiervoor is er in de dienstauto een ‘towelette’ en een bus verkoelende vloeistof om de ogen te spoelen. Pepperspray is bedoeld voor één-op-éénsituaties en wordt niet gebruikt bij de bestrijding van groepsgeweld.
  • wapenstok
    Iedere politieagent draagt een korte wapenstok die is opgebouwd uit PVC met verhard rubber. Een tik met een korte wapenstok komt hard aan. De politie slaat er dan ook niet zomaar mee. Wordt de wapenstok gebruikt? Dan richt de agent zich op de armen en benen. De mobiele eenheid gebruikt naast de korte ook een lange wapenstok.
  • portofoon en mobiele telefoon
    De meldkamer communiceert met de politie via de portofoon of mobiele telefoon (gsm). Ook kan de agent met de portofoon altijd contact leggen met de meldkamer bij problemen of als hij hulp nodig heeft.
  • dienstwapen
    Het dienstwapen is een pistool van het kaliber 9x19 mm; momenteel van het merk Walther (type P5). De politie gebruikt het pistool alleen bij de aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten of bij de aanhouding van een verdachte van een ernstig misdrijf. Speciale eenheden beschikken naast het pistool ook over een semi-automatisch machinepistool.
  • bonnenboekje
    Een van de werkzaamheden van de politie is controleren en zonodig bekeuren. Hiervoor heeft een agent een bonnenboekje bij zich om de bekeuring in te schrijven. In dit boekje staat ook welke boete op welke overtreding staat. Agenten mogen –binnen de grenzen van de wet – zelf bepalen wanneer ze iemand wel of niet ‘op de bon’ slingeren. Naast het bonnenboek heeft de agent ook een notitieboekje bij zich.
  • handboeien
    Tijdens invallen en bij aanhoudingen kan de politie handboeien of tie-raps gebruiken. De politie gebruikt handboeien bij het vervoer van verdachten of arrestanten. Daarbij geldt de overweging of de verdachte zichzelf kan verwonden of een risico is voor de begeleidende agenten. Handboeien worden dus niet zomaar gebruikt. Tie-raps zijn plastic bandjes die kunnen worden vastgeritst om iemands polsen. Deze bandjes zijn een stuk lichter dan handboeien.
  • traangas
    In bijzondere situaties, zoals rellen in de binnenstad, gebruikt de politie traangas. Traangas veroorzaakt rode ogen, tranen en pijn, verkrampte oogleden, rode huid, ademnood en paniek bij degene die ermee in aanraking komt. Politieagenten dragen deze spullen in een koppel: soort van riem met vakjes voor uitrusting.

Hoe weet ik welke rang een politieagent heeft?

Aan de epauletten op de schouder van de uniformen van politiemedewerkers ziet u welke rang de desbetreffende politiemedewerker heeft.

  • Hoofdcommissaris: blaadje, wapen en kroontje
  • Commissaris: blaadje met kroontje
  • Hoofdinspecteur: één streep met kroontje
  • Inspecteur: kroontje
  • Brigadier: twee lauwerkransjes met in het midden een kroontje met zwaard
  • Hoofdagent: vier strepen
  • Agent: drie strepen
  • Surveillant: twee strepen
  • Aspirant: één streep

Uitzonderingen:

  • Epaulet met alleen het politielogo: geeft aan dat de persoon in dienst is bij de politie als administratief of ondersteunend personeel. Dit houdt in dat deze persoon geen opsporings- en geweldbevoegdheid heeft.
  • De buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) hebben een apart insigne. Zij hebben een beperkte opsporingsbevoegdheid. BOA’s worden ingezet waar de opsporingswerkzaamheden beperkt zijn. Dat varieert van baliemedewerkers tot kaartjescontroleurs.
  • Er werken ook mensen bij de politie met een civiele taak. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een facilitair medewerker of administratieve ondersteuner. Zij dragen geen uniform en werken in burgerkleding. Ook hebben zij geen opsporingsbevoegdheden.

Wat is een veiligheidsvest?

Bij het nieuwe operationele uniform hoort ook een nieuw veiligheidsvest. Een agent kan dit nieuwe vest onder, maar ook over de kleding dragen. Ze zijn verplicht het te dragen. Het veiligheidsvest beschermt politieagenten tegen vuur-, slag- en steekwapens

Wat is een kogelwerend vest?

Om politieagenten nog meer te beschermen, is elke politieauto uitgerust met zogenaamde harnassen, zeg maar: kogelwerende vesten. Het harnas is bedoeld voor zeer gevaarlijke situaties en bevat een harde plaat en extra beschermingsstukken.

Folder

Er is een folder beschikbaar met een illustratie (en uitleg) van het nieuwe politie-uniform.

Gerelateerde berichten