Bij spoed: 112 Geen spoed: 0900-8844

Hoe wordt geweldgebruik van de politie beoordeeld?

Geweld dat politiemensen gebruiken, moet worden verantwoord. Dit gaat via een zorgvuldig beoordelingsproces binnen de politie. Zo wil de politie haar geweldsbevoegdheid verantwoorden aan de maatschappij en tegelijk leren van incidenten. Op deze pagina leggen we uit hoe en door wie geweld geregistreerd en beoordeeld wordt. In sommige situaties doet het Openbaar Ministerie onderzoek.

Politiemensen zijn bevoegd en getraind om met geweld in te grijpen als de situatie dat vraagt. Dat kan met fysiek geweld of door een geweldsmiddel (bijvoorbeeld wapenstok) te gebruiken. De politieambtenaar die geweld gebruikt (1) meldt de aard en het gevolg van het geweld bij de hulpofficier van justitie (2).

Illustratie over geweldsaanwending door de politie

Toets door hovj (3)

De hulpofficier van justitie (hovj) 3) toetst op basis van onderstaand kader of een korte rapportage (mutatie) volstaat of dat een nadere beoordeling op een hoger niveau nodig is (geweldsregistratie). Een geweldsregistratie is nodig als er sprake is van meer dan gering lichamelijk letsel of als iemand overleden is, als het vuurwapen is gebruikt of als de hovj daar aanleiding voor ziet. Geweldregistraties worden door de politiechef beoordeeld.

Toetsingskader

Zowel in het onderzoek van de hovj als later in het beoordelingsproces van geweldsregistraties, speelt het toetsingskader een belangrijke rol. Het toetsingskader bevat een wettelijk kader en een aantal vastgestelde vakmanschapseisen.
 

Wettelijk kader (art.7 politiewet, ambtsinstructie)

Eisen vakmanschap

Handelde de (politie)ambtenaar rechtmatig?

Is er voldoende respectvol opgetreden?

Rechtvaardigt het doel het toegepaste geweld, mede gelet op de risico’s en gevaren?

Is er voldoende voorspelbaar en betrouwbaar opgetreden?

Is aan het geweld zo mogelijk een waarschuwing voorafgegaan?

Is er voldoende de-escalerend opgetreden?

Was het geweld subsidiair (was het toegepaste middel het minst ingrijpende middel)?

Is er voldoende zorgvuldig opgetreden?

Was het geweld proportioneel (stond het geweld in verhouding tot het beoogde doel)?

Was het optreden moedig maar niet overmoedig?

Is het geweldsmiddel afgegeven, de (politie)ambtenaar getraind en het geweld toegepast volgens de regelgeving (Ambtsinstructie)?

 

 

Advisering en onafhankelijke toetsing geweldsregistratie (4)

Een geweldsregistratie gaat eerst naar een sectorhoofd. Die onderzoekt de feiten en omstandigheden bij de geweldsaanwending en stelt een advies aan de politiechef op of het optreden aan het toetsingskader voldoet. Vervolgens gaat het dossier naar de commissie geweldsaanwending van de betreffende eenheid. Ook hieruit volgt een advies over de geweldsaanwending aan de politiechef (4). Een  commissie geweldsaanwending bestaat uit deskundige politieambtenaren en uit een onafhankelijke burger die benoemd is door de minister van Justitie en Veiligheid.

Beoordeling door politiechef (5)

De politiechef beoordeelt de geweldsaanwending en gebruikt daarbij de adviezen (5). De politiechef is de hoogste politieambtenaar van een politie-eenheid en bepaalt uiteindelijk of de geweldsaanwending wel of (gedeeltelijk) niet voldeed aan het toetsingskader. Ook beslist hij of het toegepaste geweld een disciplinair gevolg moet hebben. Het sectorhoofd of de teamchef koppelt het oordeel terug aan de politieambtenaar (6) waarbij leerpunten met elkaar worden besproken.

Onderzoek door het Openbaar Ministerie

Als een agent geweld heeft gebruikt dat leidt tot zwaar lichamelijk letsel of tot de dood, of wanneer het vuurwapen is gebruikt en daardoor enig letsel is ontstaan, dan wordt altijd het Openbaar Ministerie in kennis gesteld van deze geweldsregistratie. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de feiten en omstandigheden of de Rijksrecherche of de afdeling Interne Onderzoeken van de politie een onderzoek instelt. De Rijksrecherche is geen onderdeel van de politie, maar een onafhankelijke rechercheafdeling die opereert onder de verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek beslist de officier van justitie of de politieambtenaar strafrechtelijk wordt vervolgd.