Bij spoed: 112 Geen spoed: 0900-8844

Wanneer mag een surveillancehond ingezet worden als geweldsmiddel?

De geweldsbevoegdheid en de wijze waarop die toegepast mag worden zijn vastgelegd in de Politiewet 2012 en de Ambtsinstructie. Die twee samen worden de geweldsinstructie genoemd. Voor de inzet van alle geweldmiddelen, waaronder de inzet van een surveillancehond als geweldmiddel, geldt de geweldsinstructie.

Een surveillancehond wordt niet zomaar ingezet als geweldsmiddel. Dit vraag om een duidelijk afweging van de situatie. Wanneer de hond wel wordt ingezet is er een specifieke waarschuwingsplicht voor zoals die ook bestaat voor het gebruik van bijvoorbeeld het vuurwapen. Dat betekent dat de inzet duidelijk bekend wordt gemaakt aan de verdacht(en) en zij de waarschuwing ontvangen en de kans hebben hun gedrag daarop aan te passen. 

Een politiehond is na het vuurwapen het zwaarste geweldsmiddel van de politie. Een inzet met geweld is nooit mooi, heeft impact en roept altijd emoties op. Dat is begrijpelijk. Hondengeleiders maken een weloverwogen besluit of de inzet van een hond nodig is. Het uitgangspunt daarbij is altijd de-escaleren. Hondengeleiders zijn bevoegd, getraind en getoetst om veilig en professioneel te handelen en in te grijpen als de situatie daarom vraagt.

Onafhankelijke beoordeling

Als er geweld is gebruikt, verantwoorden we dit in de politiesystemen. Registraties van geweld worden altijd gewogen door en besproken met de hulpofficier van justitie. Als de regelgeving dit voorschrijft, geeft de politiechef een oordeel over de professionaliteit van het optreden. De politiechef baseert zich op een advies van de leidinggevende en de commissie geweldsaanwending. De commissie bestaat onder andere uit een onafhankelijke burger benoemd door de minister van Justitie en Veiligheid. Soms doet het Openbaar Ministerie ook onderzoek. Een beoordeling of onderzoek kan soms lang duren. Dat komt omdat we zorgvuldig onderzoek belangrijker vinden dan snelle conclusies.