Bij spoed: 112
Geen spoed: 0900-8844

‘Balanceren tussen vertrouwen en vooruitgang’

Vandaag is het de Europese Dag van de Privacy. Deze dag werd zo’n twintig jaar geleden in het leven geroepen om burgers te informeren over hun rechten. Daarnaast herinnert de dag organisaties eraan hun gegevensbescherming te verbeteren. De politie grijpt deze gelegenheid aan om een gesprek te voeren over privacy en ons rechtsstatelijk handelen.

Digitaal wijkagent bekijkt data op beeldscherm

Hamit Karakus, portefeuillehouder Privacy en Ethiek bij de politie, en Vincent Böhre, directeur van stichting Privacy First, buigen zich over de vraag wanneer het gebruik van data proportioneel is. Waar liggen de grenzen en hoe kunnen we persoonsgegevens zó beschermen, dat wetgeving uitvoerbaar blijft en innovatie meer ruimte krijgt?

‘Het valt me op dat er vaak wordt gesproken over een tegenstelling tussen privacy en veiligheid’, begint Böhre. ‘Maar in mijn optiek is die er helemaal niet. Sterker nog, volgens mij gaan privacy en veiligheid juist hand in hand. Als we kijken naar het recht op lichamelijke integriteit, dat ook onder privacy valt, dan zijn de ergste privacyschendingen wat mij betreft niet de cookies op je computer. Woninginbraken, mishandelingen, bedreigingen en ontvoeringen hebben een veel grotere impact op iemands leven. Soms is inbreuk op iemands privacy ook nodig om een grotere groep mensen te kunnen beschermen. Vanuit Privacy First zijn we daarom absoluut vóór de best mogelijke opsporing en vervolging.’

‘Maar’, voegt hij er direct aan toe: ‘wel met de best mogelijke privacy-waarborgen. En volgens mij zit precies daar de uitdaging. Dat we de balans vinden tussen bescherming en werkbaarheid en tussen vertrouwen en vooruitgang.’

Belangenafwegingen 

Karakus: ‘Mooi dat je privacy op deze manier aanvliegt. Het is ook de primaire taak van de politie om misdrijven aan te pakken en de veiligheid in onze samenleving te beschermen. Tegelijkertijd denk ik dat niemand voor het onnodig schenden van iemands privacy kan zijn. Neem camerabeelden en persoonsgegevens, die worden ons toevertrouwd. Daar gaan we voorzichtig mee om. Ik vergelijk de inzet van data altijd met het gebruik van onze geweldsmiddelen. Hoe en wanneer we die middelen inzetten, bepalen we aan de hand van een toetsingskader.’

‘De samenleving is altijd een belangrijke partij in onze belangenafwegingen. Dat wringt soms. In het geval van privacy geldt: aan de ene kant willen mensen dat we de privacy van individuen beschermen en respecteren en aan de andere kant wordt van ons verwacht dat we criminelen opsporen en ernstige incidenten voorkomen.’

Met macht komt verantwoordelijkheid

‘Dit neemt niet weg dat we ons vooraf af moeten vragen of het gebruik van bepaalde data gerechtvaardigd is gelet op het doel dat we willen bereiken en dat we de inzet van data achteraf goed verantwoorden’, benadrukt Karakus. ‘Net zoals we dat doen bij de inzet van geweldsmiddelen. Bijvoorbeeld met een onafhankelijke commissie die toetst of het gebruik van bijvoorbeeld cameratoezicht of gezichtsherkenning proportioneel is geweest. Als we goed kunnen uitleggen in welke situatie we welke data gebruiken, ontstaat er meer vertrouwen in de rechtsstaat.’

Böhre: ‘Daar ben ik het mee eens, maar waar ik de politie wel voor zou willen waarschuwen, is dat de uitzondering niet de regel wordt. Tegenover een organisatie die veel bevoegdheden heeft, moet nu eenmaal een stevige toetsing staan. Met andere woorden: met macht komt verantwoordelijkheid. Als je dat aantoonbaar doet, dan behoud je inderdaad het draagvlak en vertrouwen van de samenleving.’

Spanningsveld

‘Ook hoop ik dat de politie oog blijft houden voor het spanningsveld’, vervolgt Böhre. ‘Het verzamelen, gebruiken en bewaren van data kan de veiligheid weliswaar dienen, maar staan ook op gespannen voet met de fundamentele vrijheden van mensen. Een oplossing die ik zou aanbevelen bij de hele overheid, is het veel meer toepassen van privacy by design. Daarbij worden privacy en gegevensbescherming al vanaf de ontwerpfase geïntegreerd in producten, diensten en systemen. Bij cameratoezicht kun je dan denken aan privacybevorderende technieken, zoals het automatisch anonimiseren van passanten door hun gezichten te blurren. Hiervoor is wel een cultuur nodig waarin rechtsbescherming uiterst serieus wordt genomen.’

Innovatie en experiment

‘Die intentie is er zeker’, benadrukt Karakus. ‘Toch verwacht ik dat we niet altijd in staat kúnnen zijn om volledig mee te bewegen met alle technologische ontwikkelingen. Gelet op de complexiteit zouden we er wel op moeten toezien dat privacy-projecten voorrang blijven krijgen. Een ander heikel punt is de regelgeving. We weten dat er technologisch veel mogelijk is, de vraag is ook hoe we de implementatie van nieuwe producten, diensten en systemen gaan organiseren. Is er binnen de huidige wet- en regelgeving wel voldoende ruimte voor innovatie en experiment?’

Digitale soevereiniteit

Böhre erkent de trage en belemmerende werking van de privacywetgeving. ‘Toch zou de politie met het oog op criminaliteitsbestrijding nauw betrokken moeten blijven bij de huidige ontwikkelingen. Een actueel onderwerp dat naar mijn mening echt veel meer aandacht verdient, is digitale soevereiniteit. Voor een organisatie als de politie lijkt het me belangrijk om zeggenschap te houden over eigen data, digitale infrastructuur en technologie, onafhankelijk van buitenlandse invloeden. Als politie lijkt me dat je zelf wil bepalen waar data wordt opgeslagen, wie toegang heeft en welke wetgeving van toepassing is.’

Spiegelen

‘Het is heel waardevol als organisaties, zoals Privacy First, ons bij deze belangrijke ontwikkelingen een spiegel voorhouden’, benadrukt Karakus. ‘Die scherpe blik van buiten hebben we nodig. Natuurlijk kunnen we het niet over alles eens zijn en zullen onze meningen soms schuren, maar samenwerking en partnerschap versterkt ons in ons vakmanschap.’

De onderlinge relatie is overigens al jaren goed. ‘Privacy First voert jaarlijks inspirerende en leerzame gesprekken met de korpsleiding’, aldus Böhre. ‘Dit neemt niet weg dat er ook nog genoeg wensen zijn voor de toekomst. Als onafhankelijke stichting zal Privacy First altijd blijven streven naar zoveel mogelijk democratische controle op de datamacht van de politie.’