Bij spoed: 112
Geen spoed: 0900-8844

Aanpak agressie en geweld tegen mensen met publieke taak

Vanaf 1 oktober werken de politie en het Openbaar Ministerie met vernieuwde Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA). De nieuwe afspraken moeten bijdragen aan betere herkenning van VPT-zaken, meer eenduidigheid in de werkwijze en meer duidelijkheid voor slachtoffers en werkgevers over wat zij kunnen verwachten.

Nieuwe uniform politie

Naast deze werkafspraken voert het OM per 1 oktober een strengere richtlijn in voor fysiek geweld tegen mensen met een publieke taak. Uitgangspunt is dat de officier van justitie daarbij in principe een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eist. De uiteindelijke strafeis blijft afhankelijk van de zaakomstandigheden. Voor de overige delicten die niet zien op fysiek geweld geldt de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen. Het College zet zich hiermee maximaal in om daadwerkelijk forse strafeisen te realiseren.

Serieus nemen

Iedereen die zich inzet voor onze samenleving moet dat veilig kunnen doen, stelt Bob Wiegerink, landelijk coördinator Veilige Publieke Taak bij de politie. ‘Agressie en geweld horen er simpelweg niet bij. Voor mij zit de winst van de nieuwe afspraken vooral in de praktijk. Slachtoffers moeten merken dat wat hun is overkomen serieus wordt genomen en dat de politie en het OM zorgvuldig handelen. Afspraken zijn immers pas echt waardevol als mensen met een publieke taak het verschil daarvan in de praktijk merken.’

Voorkomen en passend reageren

De aanpak begint bij het voorkomen van incidenten en goed werkgeverschap. Als het toch misgaat, is er direct aandacht nodig voor veiligheid, opvang en nazorg, gevolgd door een passende reactie. Dat hoeft niet altijd een strafrechtelijke interventie te zijn. Afhankelijk van de situatie kan een stopgesprek, bemiddeling of mediation soms een betere oplossing zijn. Werkgevers, politie, OM en andere partners hebben hierin elk hun eigen taak en verantwoordelijkheid.

Realistische verwachtingen

De instanties treden waar mogelijk snel en duidelijk op, maar het is belangrijk realistisch te blijven, stelt Wiegerink. ‘Extra aandacht voor deze incidenten betekent niet dat elke melding direct een officiële aangifte wordt, of dat elke aangifte leidt tot een rechtszaak of gevangenisstraf. Wel mag iemand verwachten dat een VPT-zaak wordt herkend, zorgvuldig wordt beoordeeld en passend wordt opgevolgd en dat duidelijk wordt uitgelegd wat het vervolg is.’

Verbetering eigen werkwijze

Deze vernieuwde afspraken betekenen ook dat de politie de eigen werkwijze verbetert. Er wordt hard gewerkt om incidenten beter te herkennen en te registreren, het doen van aangifte makkelijker te maken en meer duidelijkheid te creëren over de rol van VPT-coördinatoren. De precieze opvolging blijft daarbij altijd maatwerk, afgestemd op de aard en omstandigheden van de zaak.

Digitaal aangifte doen

Een ontwikkeling die hieraan kan bijdragen is digitale VPT-aangifte. Deze voorziening is nog in ontwikkeling en wordt later ingevoerd. De ambitie is het voor mensen met een publieke taak eenvoudiger te maken om aangifte te doen en de politie te helpen een VPT-zaak vanaf het begin beter te herkennen en over de juiste informatie te beschikken.

Voor wie geldt deze aanpak?

De VPT-aanpak richt zich op mensen die vanuit hun functie een publieke taak vervullen. Het gaat om een brede groep, onder wie opsporingsambtenaren, ambulance- en medisch personeel, brandweermensen en andere functionarissen met een publieke taak. Daarnaast geldt de nieuwe richtlijn ook voor fysiek geweld tegen journalisten.