Ga naar content

Geweldsinzet

De politie heeft belangrijke taken: het handhaven van de rechtsorde en het bieden van hulpverlening. Om hun werk te kunnen doen, mogen agenten als dat nodig is geweld gebruiken. Soms hebben zij geen keus. Waar anderen een stap terug doen, stappen zij naar voren, soms met gevaar voor eigen leven. Geweld gebruiken mag niet zomaar, er zijn bepaalde voorwaarden en regels aan verbonden. Ook moet de politieagent zijn aangewende geweld melden en verantwoording afleggen over het toegepaste geweld.

Inhoudsopgave

Wanneer mag de politie geweld gebruiken?

Het geweldsmonopolie van de overheid is belegd bij de politie en de krijgsmacht. Dit betekent dat de politie de bevoegdheid heeft om geweld te gebruiken. Maar het gebruik van geweld moet wel aan een aantal regels en voorwaarden voldoen. Die staan beschreven in de politiewet en in de Ambtsinstructie.
Zo mag er alleen geweld gebruikt worden als er geen andere opties zijn. Helpt praten of is een wapenstok nodig of moet er naar een vuurwapen worden gegrepen? De politieagent maakt de afweging of geweld kan en mag worden ingezet  op basis van artikel 7 van de Politiewet, al dan niet met gebruik van geweldsmiddelen, zoals beschreven in de Ambtsinstructie. Daarnaast moet het gebruik van geweld in verhouding staan tot het incident. De politie mag ook niet meer geweld gebruiken dan nodig, zoals beschreven in de Ambtsinstructie. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Deze regels en voorwaarden staan beschreven in de Politiewet en de Ambtsinstructie.

Wanneer mag een politieagent schieten?

Een agent mag schieten om iemand aan te houden die van een ernstig feit verdacht wordt, zoals bijvoorbeeld een gewapende overval of een (poging) doodslag of moord. Agenten leren om op de benen van een verdachte te schieten, het zogenaamde aanhoudingsvuur. Soms is de situatie zo ernstig dat er levensgevaar dreigt voor omstanders en/of de agent zelf. Dan is er sprake van noodweer en mag de agent niet alleen gelijk schieten, maar ook op het bovenlichaam van de verdachte richten in plaats van op de benen. 

Hoe worden agenten getraind voor het gebruik van geweld?

Agenten zijn ervoor opgeleid en gecertificeerd om geweld te gebruiken.  Agenten leren in de opleiding hoe ze met hun wapens en toepassen van ander geweld moeten omgaan. 
Daarnaast volgen ze vier keer per jaar een training en wordt hun kennis en fysieke vaardigheden één keer per jaar op getoetst. Tijdens de toetsen wordt getoetst of de agent fysiek fit genoeg is om iemand in bedwang houden door middel van een fysieke vaardigheidstoets. Verder wordt de agent getoetst op schietvaardigheid en volgt er een aanhoudings- en zelfverdedigingstoets. Hierin wordt getoetst of wapens en vaardigheden op de juiste wijze worden gebruikt. Tot slot doet de agent ook een toets geweldbeheersing, waarin kennis van de wet met behulp van vragen en cases wordt getoetst.

Welke geweldsmiddelen heeft een politieagent bij zich?

Een politieagent beschikt over een dienstwapen, pepperspray en een wapenstok. Agenten weten welk wapen zij onder welke voorwaarden of omstandigheden mogen inzetten. Uiterlijk 2018 worden zij uitgerust met een uitschuifbare wapenstok. Op dit moment worden er ook proeven gedaan met het inzetten van een stroomstootwapen. De resultaten van deze proeven moeten bepalen of dit middel zal worden toegevoegd aan de uitrusting van alle agenten.

Hoe wordt geweld dat agenten gebruiken getoetst?

De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat de politie professioneel omgaat met haar geweldsbevoegdheid. Daarom leggen politiemensen verantwoording af over het gebruikte geweld bij hun leidinggevende.

  • Geweldsaanwendingen die geen letsel van meer dan geringe betekenis of de dood tot gevolg hebben, worden binnen de politie intern afgehandeld. De procedure is als volgt.
  • De politieagent meldt het geweldgebruik bij diens meerdere.
  • De meerdere maakt daarvan een geweldsrapportage op en geeft advies aan de leidinggevende aan de hand van de feiten of het geweldgebruik al dan niet is toegepast volgens de voorwaarden en regels die in de Ambtsinstructie staan voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
  • Als de leidinggevende aanleiding ziet om het geweld als onrechtmatig te beoordelen, volgt een intern onderzoek.
  • Na afronding van het intern onderzoek wordt een dossier opgemaakt aan de hand waarvan de leiding van de politie-eenheid het geweldgebruik beoordeelt.
  • Als de leiding het geweldgebruik als onrechtmatig beoordeelt, is sprake van (al dan niet ernstig) plichtsverzuim; de betrokken politieambtenaar heeft zich niet gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Dit plichtsverzuim kan uiteindelijk worden bestraft op diverse manieren, variërend van een schriftelijke berisping tot onder meer een geldboete, het inleveren van vakantiedagen of ontslag.

*Het interne proces van het melden, verantwoorden, beoordelen en leren van geweld wordt momenteel herzien. De Ambtsinstructie wordt hiervoor aangepast. Januari 2019 gaat volgens die nieuwe wijze gewerkt worden.

Wat gebeurt er als een agent zwaar geweld heeft gebruikt?

  • De leidinggevende van de politieagent meldt geweldgebruik binnen 48 uur bij de (hoofd)officier van justitie als iemand door het geweld (ernstig) gewond is geraakt of zelfs is overleden, als er is geschoten met een vuurwapen óf als de gevolgen van het geweldgebruik daar anderszins aanleiding toe geven, bijvoorbeeld omdat het een grote impact heeft in de maatschappij.
  • Wanneer een agent zijn wapen gebruikt heeft, en door politievuur letsel ontstaan is, volgt altijd een onderzoek door de Rijksrecherche. De Rijksrecherche is een onafhankelijke rechercheafdeling onder de verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie.
  • Na het onderzoek door de Rijksrecherche bepaalt het Openbaar Ministerie of er strafvervolging tegen de betreffende politieagent wordt ingesteld.

Wat doet de Rijksrecherche?

Bij schietincidenten of geweldsinzetten door de politie waarbij mensen (ernstig) gewond zijn geraakt of die een dodelijk afloop hebben, doet de Rijksrecherche altijd onderzoek. U heeft dat mogelijk wel eens gelezen in onze nieuwsberichten. Maar wat betekent een Rijksrechercheonderzoek nou precies? Belangrijk om te weten is dat de Rijksrecherche géén onderdeel is van de politie. Het is een onafhankelijke partij die onderzoek doet voor het Openbaar Ministerie.

Onderzoek bij overheidsdiensten
De Rijksrecherche onderzoekt naast schietincidenten bij de politie, ook overheidsoptreden dat kan duiden op corruptie of ander strafbaar gedrag. Er komt bijvoorbeeld overheidsinformatie op straat terecht die daar niet hoort. Er duiken berichten op over zelfverrijking door een bestuurder, politicus of een ambtenaar. Of er zijn signalen over te weinig afstand tussen uitvoering van publieke taken en persoonlijke belangen van overheidsfunctionarissen of van anderen. Vermoedens die kunnen leiden tot een verdenking en de wens de waarheid boven tafel te krijgen. De onderzoeken zijn dus lang niet altijd geweld gerelateerd. Het gaat vaak om integriteits- en fraudekwesties of ander strafbaar gedrag van overheidsfunctionarissen. Op deze pagina beperken we ons echter tot onderzoek binnen het politiewerkveld.

Objectief en onafhankelijk
Rijksrechercheonderzoeken bij de politie richten zich doorgaans op de inzet van geweld met de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, ernstige aanrijdingen of het overlijden van een arrestant in een politiecel. De wet eist in die situaties onpartijdig onderzoek. Het onderzoek door de Rijksrecherche gaat dan ook om de feiten: objectieve waarheidsvinding staat voorop. Ze zoekt dus zonder oordeel naar de absolute waarheid, zonder te speculeren of aannames te doen. De Rijksrecherche is daarom ook geen onderdeel van de politie, maar opereert rechtstreeks onder het College van procureurs-generaal. Dat garandeert dat ze haar werk met gepaste afstand en onafhankelijk kan doen.

Familierechercheur
Zodra de Rijksrecherche na een incident een onderzoek instelt, heeft dat enorme impact op de betrokkenen. Zowel op de (familie van) slachtoffers als op de politiemensen. Bij (heftige) incidenten hebben ook social media grote invloed. Dat betekent voor alle betrokkenen een extra belasting in een toch al moeilijke periode. In zo’n geval kan de Rijksrecherche ook speciale familierechercheurs inzetten. Daarover kunt u meer lezen op de site van de Rijksrecherche en in de speciale folder.

Waar kan ik geweld door de politie melden?

Als u ontevreden bent over het politieoptreden, dan is er de mogelijkheid om een klacht in te dienen of aangifte te doen van politiegeweld of onrechtmatig politieoptreden. Bij een aangifte volgt een onderzoek onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie die vervolgens beslist of zij de agent gaat vervolgen of niet.

De klachtenprocedure heeft een bemiddelend en niet-bindend karakter. De politie probeert de klacht in tien weken te behandelen. De procedure is als volgt.

  • Eerst volgt een uitnodiging voor een gesprek.
  • Als dat niet naar tevredenheid of wens is kan een onafhankelijke klachtencommissie de klacht bekijken.
  • Als laatste mogelijkheid kan de Nationale Ombudsman worden ingeschakeld.

Bijzondere positie politieagenten

Op dit moment maakt de strafwet geen onderscheid tussen burgers die geweld gebruiken en politiemensen die dat doen omdat hun werk het vereist. Justitie beoordeelt op dit moment de politieagent en een gewelddadige burger aan de hand van dezelfde wetsartikelen. Dit terwijl agenten soms geen keuze hebben bij het gebruik van geweld. Waar burgers vaak een stap naar achteren doen, moeten zij een stap naar voren doen, soms met gevaar voor eigen leven. Het Ministerie van Veiligheid & Justitie en de politie willen het mogelijk maken om ook op basis van het Wetboek van Strafrecht politiegeweld zorgvuldig te toetsen, maar dan meer rekening houdend met de bijzondere positie van politieagenten.

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op vrijdag 23 december 2016 het wetsvoorstel Geweldsaanwending Opsporingsambtenaar naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel moet leiden tot het wettelijk verankeren van de bijzondere positie die agenten innemen bij het toepassen van geweld tijdens de uitoefening van hun functie. Het wetsvoorstel is een wettelijk kader voor de beoordeling van geweldsaanwendingen door opsporingsambtenaren. Kernvraag die in dit stelsel wordt gesteld is of de betreffende opsporingsambtenaar zijn geweldsbevoegdheid heeft ingezet volgens de geldende normen en instructies. Het wetsvoorstel is controversieel verklaard wat betekent dat het wordt behandeld wanneer de nieuwe minister er is.

Gerelateerde artikelen

Blogserie: stap naar voren

In de schoenen van een agent

Vaak wordt er (vooral) op sociale media geroepen dat de politie harder op moet treden bij geweld. Of, omgekeerd, juist veel te snel het wapen trekt. Niet zelden zijn dergelijke commentaren zonder enige inhoudelijke kennis geplaatst. En dat is best logisch, want de meeste mensen weten niet precies hoe de politie traint, oefent en aan welke regels en wetten agenten zich moeten houden bij het toepassen van geweld. Onder andere daarom is er een tien minuten durende film gemaakt over geweldsinzet door de politie. Zes Nederlanders (géén politiemensen!) kregen een uniek inkijkje in het politiewerk en onvervonden de zwaarte, dilemma's en (on)mogelijkheden aan den lijve. Weten hoe dat ging? Kijk dan nu de film:

 

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=Sg9uI9iNaDE