Ga naar content

(2017) Nationaal dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit 2017

Current language: Nederlands

Elke vier jaar maakt de politie in opdracht van het College van procureurs-generaal een nationaal dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit. Het Nationaal dreigingsbeeld 2017 (NDB2017) is een analyse waarin de huidige en verwachte toekomstige situatie van de georganiseerde criminaliteit in Nederland wordt beschreven. Het doel van dit dreigingsbeeld is een onderbouwing te leveren voor de prioritering in de aanpak van de georganiseerde criminaliteit en het signaleren van nieuwe ontwikkelingen op dit terrein.

Inhoudsopgave

Het NDB2017 is het vierde dreigingsbeeld dat verschijnt: het eerste verscheen in 2004, de volgende dreigingsbeelden zagen het licht in 2008 en 2012. Aan het NDB2017 werkten velen mee, onder wie ruim vijftig onderzoekers: onderzoekers van de politie (zowel Landelijke Eenheid als andere eenheden), de FIOD, de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onderzoeksbureau Bruinsma, de Politieacademie en de Koninklijke Marechaussee. De analyse van de georganiseerde criminaliteit beslaat uiteenlopende criminele verschijnselen op de terreinen van de illegale markten, fraude en witwassen en de georganiseerde vermogenscriminaliteit. Daarnaast is bijzondere aandacht besteed aan milieucriminaliteit en cybercrime.

Direct naar rapport en/of bronnenboek

NDB Bronnenboek Nationaal Dreigingsbeeld 2017 

 

 

 

Wat is het Nationaal dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit (NDB)?

Het NDB is een toekomstgerichte analyse van de georganiseerde criminaliteit. Het wordt in opdracht van het College van procureurs-generaal gemaakt sinds 2004 en verschijnt vierjaarlijks. Het NDB2017 behandelt 36 criminele verschijnselen.

Het Nationaal dreigingsbeeld:
1. beoordeelt criminele verschijnselen op hun dreiging.

  • Wat zijn de verwachte gevolgen van elk crimineel verschijnsel en welke kwalificatie van dreiging kan daaraan worden verbonden?

2. analyseert en beschrijft, per crimineel verschijnsel, de ontwikkelingen sinds het dreigingsbeeld van 2012 en blikt vooruit naar de komende vier jaar.

  • Wat is er nieuw sinds 2012, gelet op aard, omvang en gevolgen?
  • Wat verwachten we de komende jaren, gelet op aard, omvang en gevolgen?

3. signaleert ontwikkelingen met bredere betekenis voor de georganiseerde criminaliteit, bijvoorbeeld:

  • in de criminele praktijk
  • op het terrein van digitale technologie
  • wat betreft de rol van de overheid
  • normvervaging in woonwijken als gevolg van criminele praktijken.

Wanneer is er sprake van een dreiging?

Een crimineel verschijnsel wordt beschouwd als dreiging als is voldaan aan diverse voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat het criminele verschijnsel in de komende vier jaar naar verwachting ernstige gevolgen heeft voor de Nederlandse samen­leving.

Wat zijn de voornaamste resultaten?

Er zijn 17 criminele verschijnselen gekwalificeerd als ‘dreiging’, 12 vormen ‘geen concrete dreiging’, 4 hebben de kwalificatie ‘witte vlek’ en 1 verschijnsel vormt een ‘voorwaardelijke dreiging’. Het drugscluster vormt onveranderd een dreiging: al sinds 2008 zijn de thema’s synthetische drugs, cocaïne, heroïne en cannabis dreigingen. Seksuele uitbuiting is eveneens telkens een dreiging; het centrale argument is dat de gevolgen voor de slachtoffers buitengewoon ernstig zijn. 
Met financieel economische criminaliteit zijn miljarden gemoeid: witwassen, beleggingsfraude, fiscale fraude en accijnsfraude vormen telkens een dreiging. En dit geldt ook voor overvallen en woninginbraken: naast de financiële schade wegen de traumatische ervaringen van de slachtoffers van deze delicten zwaar. De criminele verschijnselen met de grootste toename van de ernst van de gevolgen zijn arbeidsuitbuiting, kinderpornografie, cannabis en cocaïne. 
Er zijn vier nieuwe dreigingen: arbeidsuitbuiting, mensensmokkel, faillissementsfraude, verzekeringsfraude.

We zien allerlei signaleringen die de georganiseerde criminaliteit op dit moment sterk beïnvloeden. We kunnen ze indelen in vier clusters: de rol van de overheid, de technologie, de criminele praktijk en de georganiseerde criminaliteit in de wijken. In totaal gaat het om twaalf signaleringen. Het NDB signaleert dat de complexe wet- en regelgeving rond milieuproblematiek een niet te onderschatten criminogene gelegenheidsstructuur vormt. Op hoofdlijnen zijn er drie belangrijke ontwikkelingen.

  1. Dynamiek en continuïteit
    In de uitvoering van activiteiten door criminele samenwerkingsverbanden is sprake van een dynamisch geheel dat voortdurend in beweging is. Zo worden er nieuwe smokkelroutes gebruikt en steeds omvangrijkere partijen drugs gesmokkeld, neemt op sommige terreinen de professionaliteit van samenwerkingsverbanden toe en ontplooien veel samenwerkingsverbanden op meer dan één gebied criminele activiteiten.

    Naast deze dynamiek is er ook continuïteit. We zien veel van dezelfde criminaliteitsvormen terug en telkens zijn dezelfde ‘klassieke’ soorten criminaliteit de grootste dreiging voor de Nederlandse samenleving: illegale drugs, financieel-economische criminaliteit, uitbuiting en vermogenscriminaliteit veroorzaken miljarden euro’s schade en maken veel slachtoffers. De ondermijnende en ontwrichtende effecten van dergelijke vormen van georganiseerde criminaliteit zijn moeilijk te overschatten, vooral wanneer de criminaliteit zich innestelt in de woonwijken en daar zichtbaar wordt.
     
  2. Enorme vlucht digitalisering
    We zien een toenemende invloed van digitale technologie op het criminele landschap. Dit geldt voor vrijwel alle vormen van georganiseerde criminaliteit, vrijwel iedere crimineel of crimineel samenwerkingsverband maakt gebruik van digitale hulpmiddelen. Complexe technologie wordt laagdrempelig toegankelijk voor criminelen (Crime-as-a-Service).
     
  3. 3. Professionalisering
    Er is sprake van uitbesteding en criminele veelzijdigheid. Delen van de criminele logistiek worden uitbesteed aan specialisten, bijv. criminele techneuten die onderzoeken hoe je de beveiliging van nieuwe auto’s kunt omzeilen en deze kennis ter beschikking stellen aan stelersgroepen. Criminelen zijn tegenwoordig veelzijdiger dan vroeger. Waar criminelen zich voorheen specialiseerden, houdt men zich tegenwoordig met meerdere criminele activiteiten bezig, bijvoorbeeld niet alleen drugshandel maar ook mensensmokkel en witwassen.

Bevat het NDB ook terroristische dreigingen?

Nee. Ideologisch gemotiveerde misdaad valt buiten het domein van het Nationaal dreigingsbeeld georganiseerde criminaliteit.

Welke informatie is voor het Nationaal dreigingsbeeld gebruikt?

De basis vormen de bevindingen van 24 deelonderzoeken die speciaal voor dit NDB zijn uitgevoerd. Voor deze onderzoeken is gebruikgemaakt van een grote verscheidenheid aan bronnen. Deze bronnen staan vermeld in het digitale Bronnenboek NDB2017.

Wie hebben aan het Nationaal dreigingsbeeld een bijdrage geleverd?

Alle politie-eenheden hebben onderzoekers en analisten geleverd om het NDB te maken. Ook werkten mee het openbaar ministerie, de Politieacademie, de Koninklijke marechaussee, de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst, de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de inlichtingen- en opsporingsdiensten van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, het LIEC en de RIEC’s. In totaal werkten ruim 50 onderzoekers aan de deelrapporten die aan het NDB ten grondslag liggen. Ongeveer 200 experts zegden hun medewerking toe aan de totstandkoming ervan.

Welke ontwikkelingen hebben zich voorgedaan sinds het vorige dreigingsbeeld in 2012?

Het gaat hier om de ontwikkelingen in de aard en omvang van criminele verschijnselen en de huidige gevolgen ervan voor de samenleving.

Welke ontwikkelingen worden verwacht voor de komende vier jaar?

Het gaat hier om de te verwachten ontwikkelingen in de aard en omvang van criminele verschijnselen en de gevolgen ervan voor de periode 2017-2021.

Welke criminele verschijnselen vormen een dreiging en welke niet?

Er zijn 17 criminele verschijnselen gekwalificeerd als ‘dreiging’, 12 vormen ‘geen concrete dreiging’, 4 hebben de kwalificatie ‘witte vlek’ en 1 verschijnsel vormt een ‘voorwaardelijke dreiging’. De kwalificatie is afhankelijk van de verwachte gevolgen voor de samenleving.

Waarvoor dient het NDB?

De minister gebruikt het dreigingsbeeld om vast te stellen welke criminele verschijnselen met voorrang moeten worden aangepakt [A1] door politie, justitie en andere partners. Het NDB kent nog vele andere toepassingen. Zo vormt het tevens de Nederlandse bijdrage aan het Europese dreigingsbeeld, is het van belang voor de veiligheidsagenda, draagt het bij aan de strategische verkenningen binnen politie en justitie, en biedt het aanknopingspunten voor een aanpak van de georganiseerde criminaliteit door politie en betrokken partners.