Ga naar content

Hangjongeren

Wellicht ziet u ze bij u in de buurt; groepen jongeren die rondhangen. Veelal zoeken ze plekken uit zoals de ingang van het winkelcentrum, een park of het plein. Vaak klagen de buurtbewoners over geluidsoverlast of ervaren hinder van deze hangjongeren. De politie kan echter alleen ingrijpen als er daadwerkelijk strafbare feiten worden gepleegd. Bijvoorbeeld als deze jongeren vernielingen aanrichten.

Inhoudsopgave

Wat is een hangplek?

Een hangplek is vaak een centrale plek in een wijk, zoals een station, een winkelcentrum of een speelplaats waar jongeren elkaar ontmoeten. Soms worden speciale hangplekken ingericht voor jongeren door gemeenten.

Wat gebeurt er zoal op een hangplek?

Van oudsher ontmoeten jongeren elkaar op straat. Het ontstaan van hangplekken heeft verschillende redenen. Jongeren willen alledaagse zaken delen, maar sommigen mogen hun vrienden niet thuis uitnodigen. Ze zoeken elkaar dan op een openbare plek. Soms wordt er bier en drugs gebruikt. In sommige gemeenten ontbreekt het aan een ruimte speciaal ingericht voor de jeugd. Op een hangplek voelen de jongeren zich minder beperkt. Het rondhangen worden vaak afgewisseld met andere activiteiten, zoals het rijden op bromfietsen, skateboarden of voetballen. Hangjongeren zijn meestal tussen 12 en 20 jaar oud.

Wanneer is er sprake van overlast door hangjongeren?

In de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) van een gemeente is geregeld dat er geen overlast veroorzaakt mag worden. Een voorbeeld hiervan is als jongeren rommel op straat gooien. Daarnaast zijn er landelijke wetten, over bijvoorbeeld vernieling. Voorbeelden van overlast door hangjongeren, zoals die door buurtbewoners wordt ervaren:

  • Jongeren die veel lawaai maken met brommers.
  • Onder invloed zijn van alcoholhoudende drank, waarbij lawaai wordt gemaakt.
  • Groepsvorming waarbij wordt geschreeuwd, vooral laat op de avond.
  • ‘Hinderlijk aanwezig zijn’. Bijvoorbeeld vlak voor een in- of uitgang van een supermarkt staan, waardoor de bezoekers dit als vervelend en hinderlijk ervaren.
  • Vernielingen en afval op de grond gooien.

Maatregelen om overlast van hangjongeren te voorkomen

  • Burgemeesters kunnen een gebiedsverbod instellen voor jeugd die op straat voortdurend overlast veroorzaken.
  • Het inzetten van ‘mosquitosystemen’ in de openbare ruimte. Het apparaat produceert voor jongeren een onaangenaam zoemgeluid, dat voor volwassenen veelal niet hoorbaar is. Het geluid is zo vervelend dat jongeren de plek mijden.
  • Sommige gemeentes werken met buurtvaders, jongerenwerkers en straatcoaches.
  • Soms werkt de gemeente in overleg met de buurt en de jongeren mee aan het creëren van hangplaatsen op locaties die omwonenden weinig last bezorgen. Het lukt echter niet altijd de jongeren naar de gewenste plek te krijgen. Dat ligt niet per se aan de jongeren. Soms is het moeilijk om buurtbewoners bij te laten dragen aan een oplossing.

Wat doet de politie bij overlast door hangjongeren?

De politie zoekt contact met buurtbewoners, jeugd en jongerenwerkers. Vaak krijgt de politie meldingen van buurtbewoners en bekijkt de politie ter plekke of er sprake is van overlast. De politie praat dan met alle partijen: de buurtbewoners én de veroorzakers. Met de veroorzakers zoekt de politie naar een oplossing om de klachten te verminderen. Met de melders bespreekt ze dat iedereen recht heeft om op straat te zijn en wat buurtbewoners zelf kunnen doen tegen de overlast. Zijn er meerdere klachten over een locatie of groep, dan bekijkt de politie met de gemeente of er een oplossing mogelijk is. Bijvoorbeeld in de vorm van een aangewezen hangplek in de buurt of andere faciliteiten voor de jongeren met een jongerenwerker. Onder begeleiding wordt een gesprek gevoerd met alle partijen.

Jeugdagenten inzetten

Jeugdagenten zorgen voor meer veiligheid en brengen en houden overlastgevende jongeren op het rechte pad. Daarvoor hebben zij dezelfde bevoegdheden als iedere andere agent. Veel politie-eenheden hebben speciale jeugdagenten. Zij delen boetes uit als dit nodig is, maar wat ze vooral doen is ‘probleemgedrag’ vroegtijdig signaleren, met jongeren in gesprek gaan en de juiste instanties inschakelen. Jeugdagenten leggen contact met jongeren op straat, in winkelcentra, op scholen, in buurthuizen en op verenigingen en clubs. Daarnaast onderhouden ze intensief contact met hulpverleners, zoals maatschappelijk werkers, de Raad voor de Kinderbescherming, Kinderbescherming, jongerenwerkers, maar ook met scholen, Halt, uitgaansgelegenheden en asielzoekerscentra.

Huisbezoeken afleggen

Sommige politie-eenheden hebben een jeugdinterventieteam voor jongeren tot en met 18 jaar. De teams bestaan uit een medewerker van de politie en een maatschappelijk werker of jongerenwerkers. Dit team zoekt de jongeren thuis op. Doel van de huisbezoeken is een 'prikkel' geven aan de jongere. Een jongere wordt zich dan meer bewust van de door hem/haar veroorzaakte overlast en alle gevolgen daarvan. Ouders worden tijdens dit huisbezoek ook betrokken bij de problematiek. Zijn de ouders niet bereid of niet in staat om mee te werken, dan geeft de politie een zorgmelding door aan bureau Jeugdzorg. Hierdoor wordt dit bureau betrokken bij de hulpverlening aan het desbetreffende gezin. Bij ernstige zaken wordt soms de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld.

Wanneer wordt overlast strafbaar?

Het is niet verboden om op straat rond te hangen. Maar overlast veroorzaken is wel strafbaar. Onder overlast wordt dan verstaan; vernieling, troep achterlaten en alcohol en drugs gebruiken op openbare plekken. Als jongeren de regels overtreden, dan riskeren zij een boete. De hoogte van de bekeuring varieert en is afhankelijk van de overtreding, zie de website van het Openbaar Ministerie (boeteoverzicht). In sommige gevallen worden jongeren doorverwezen naar Halt. Veroorzaken de jongeren ook schade, dan moeten ze dit ook vergoeden.