Ga naar content

Persoonsgerichte Aanpak (PGA)

Agenten hebben vaak te maken met personen die ernstige veiligheidsproblemen en/of ernstige overlast veroorzaken. Sommige plegers volharden in dit gedrag of ‘groeien door’, vaak in combinatie met gedrags- of psychische problemen, verslaving of andere problemen. Een integraal op de persoon toegesneden (mix van) interventie(s) is een succesvolle manier om deze plegers integraal, dus met ketenpartners als gemeenten, Openbaar Ministerie (OM) en hulpverlening, aan te pakken.

Inhoudsopgave

Persoonsgerichte Aanpak (PGA) is een methode die politiemedewerkers ondersteunt om hun werk te vergemakkelijken en te structureren. Meer informatie over persoonsgerichte aanpak kunt u ook vinden op de website van het CCV en Veiligheidshuizen.

Wat is de persoonsgerichte aanpak (PGA)?

De Persoonsgerichte Aanpak is een belangrijk onderdeel van de lokale veiligheidsaanpak. De PGA beoogt om met repressieve en preventieve interventies hardnekkige patronen van criminaliteit en overlast te doorbreken. Geprioriteerde personen worden naar een zorg- en/of justitieel traject geleid. Daarbij is aandacht voor de persoon zelf en voor zijn (gezins)systeem. De aanpak sluit aan bij de decentralisaties in het sociaal domein, waarbij de gemeente meer instrumenten in handen heeft gekregen op het gebied van preventie en zorg. Het bevoegd gezag (openbaar bestuur en/of openbaar ministerie (OM)) voert de regie over de PGA. Op lokaal niveau bepaalt de gezagsdriehoek:

  • welke veiligheidsproblemen met prioriteit worden aangepakt
  • welke aanpak daarvoor geschikt is (persoonsgericht of anders)
  • en met welke capaciteitsinzet van politie en andere partners dat gebeurt

Dit vindt plaats binnen de kaders van het lokale veiligheidsplan en de bovenlokale, regionale en landelijke afspraken over prioriteiten.

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=q61iwM22Gg8

Met wie werkt de politie samen bij een persoonsgerichte aanpak?

Bij PGA gaan we er vanuit dat aan een casusoverleg minimaal 3 ketenpartners deelnemen (het gaat dan om partners uit de strafrechtketen plus minimaal 1 andere keten). Uitgangspunt is dat elke gemeente een integraal casusoverleg heeft en is aangesloten bij een VHH. De zwaarte van de problematiek bepaalt waar een persoon besproken wordt. Vaak worden personen met complexe multi-problematiek en/of een hoog risico besproken in het VHH. Het integraal casusoverleg zelf wordt uiteraard voorbereid door de daarvoor verantwoordelijke voorzitter/ ketenregisseur, daarbij ondersteund door een administratief medewerker. Het gaat dan o.a. om het verzamelen van te bespreken casussen en het agenderen daarvan. Dit wordt verzorgd door anderen dan de politie.

Wie heeft de regie bij een persoonsgerichte aanpak?

Het bevoegd gezag (openbaar bestuur en/of openbaar ministerie (OM)) voert de regie over de PGA. Op lokaal niveau bepaalt de gezagsdriehoek.

Op basis van welke veiligheidsproblemen wordt er geprioriteerd?

De overheid kan niet alle veiligheidsproblemen tegelijk aanpakken. Het bevoegd gezag bepaalt daarom welke veiligheidsproblemen prioriteit hebben. Dat gebeurt op verschillende niveaus: lokaal, districtelijk, regionaal en nationaal. Lokaal is dat bijvoorbeeld in de vorm van een integraal veiligheidsplan, regionaal in de Regionale Veiligheidsstrategie of het Meerjarenbeleidsplan, op nationaal niveau in de landelijke beleidsprioriteiten van V&J. De lokale driehoek bepaalt welke veiligheidsproblemen lokaal prioriteit krijgen. Daarbij vormt de Regionale Veiligheidsstrategie het kader.

Waarom is er gekozen voor deze veiligheidsthema’s?

Lokale veiligheidsproblemen kunnen op allerlei manieren op de agenda komen van het bevoegd gezag. De twee meest voorkomende manieren zijn:

  • Door het opstellen van de Gebiedsscan. De scan brengt via een uniforme methodiek (lange termijn) ontwikkelingen op het gebied van criminaliteit en overlast in kaart. De politie gebruikt de scan o.a. om het lokaal bestuur te adviseren over de belangrijkste thema’s op het gebied van criminaliteit en overlast in de betreffende gemeente. De scan vormt daarmee belangrijke input voor het integrale veiligheidsbeleid van een gemeente.
  • Door het (vroeg)signaleren van veiligheidsproblemen. De politie is 24/7 in de samenleving aanwezig en signaleert vaak als eerste veiligheidsproblemen. Maar ook Veilig Thuis, ZSM, burgers, bedrijven en andere organisaties komen in aanraking met zorgwekkende situaties. Vaak melden zij dit bij de politie. Op basis van overleg en informatie schat de politie in of directe actie noodzakelijk is. Als juist acties van andere partners passend lijken, signaleert de politie dat richting bevoegd gezag en/of partners.

Wanneer word je door de politie geprioriteerd voor deze aanpak?

De politie prioriteert personen in het kader van PGA omdat zij:

  1. (meerdere malen) verdachte zijn geweest op (meerdere) geprioriteerde veiligheidsproblemen
  2. een verhoogd risico hebben op het plegen van geweld (zoals aangegeven door het Risico Taxatie Instrument-Geweld).

Bij geprioriteerde politiepersonen is dus altijd sprake van een (dreigend) strafrechtelijk aspect of een hoog veiligheidsrisico. Personen die geen verdachte zijn geweest maar wel veel zorg nodig hebben (bijvoorbeeld psychiatrische patiënten) worden in het kader van PGA niet geprioriteerd vanuit de politie maar wellicht wel vanuit andere partners.

Welke criteria stelt de politie om geprioriteerd te worden?

Periodiek stelt de politie een politienamenlijst op. Op de lijst staan alle personen die op basis van de geprioriteerde veiligheidsthema’s mogelijk in aanmerking komen voor een PGA. De ordening van personen op de lijst is op basis van: het aantal keren dat een persoon als verdachte is vermeld op de geselecteerde delicten en de score van de persoon op een Risico Taxatie Instrument (RTI). De systeemkennis wordt verrijkt met straatkennis. Op basis daarvan kan de volgorde op de lijst worden aangepast. De teamchef kiest welke personen vanuit de politie worden geprioriteerd. Daarbij speelt mee hoeveel personen het basisteam aankan qua capaciteit en welke veiligheidsproblemen lokaal het meest belangrijk of urgent zijn.

Wat gebeurt er nadat de politie je geprioriteerd heeft?

De geprioriteerde politiepersonen met bijbehorend politie persoonsdossier - aanmelding PGA worden aangemeld in een Integraal Veiligheidsoverleg. Daar vindt selectie en routering van geprioriteerde personen (PGA’ers) plaats. In een passend casusoverleg delen partners relevante informatie en maken een integraal plan van aanpak. Een belangrijk uitgangspunt is dat het PGA-proces kan worden gebruikt bij de aanpak van personen die bijdragen aan allerlei geprioriteerde veiligheidsproblemen, zoals:

  • plegers van High Impact Crimes;
  • jeugdigen met grote kans op een criminele carrière;
  • potentieel gewelddadige eenlingen;
  • verwarde personen.

Waar bestaat de aanpak uit?

Ketenpartners bespreken in het casusoverleg de geprioriteerde personen, waarbij elke partner vanuit de eigen deskundigheid informatie aanlevert. Ook stellen partners vast wat al eerder is gedaan. Het delen van informatie vindt ook hier natuurlijk plaats binnen de kaders van de bestaande regelgeving (zoals WPG en AGV). Vaak zijn hiervoor convenanten opgesteld. Degene die namens de politie het casusoverleg bijwoont werkt met het standaard politie

persoonsdossier - PGA en is zich goed bewust van wat hij wel en niet kan delen. Op deze wijze ontstaat een integrale probleemanalyse PGA. Partner in het casusoverleg stellen een integraal plan van aanpak voor deze persoon op. Uitgangspunt daarbij is: 1 persoon (of gezin), 1 plan. Het plan van aanpak geeft richting op punten als:

  • Wat willen we bereiken met deze persoon (en zijn omgeving)?
  • Hoe gaan we dat bereiken?
  • Wie doet wat en wanneer?
  • Waar, wanneer en met wie sturen we op de voortgang?
  • Wat is het advies aan ZSM op het moment dat de persoon wordt aangehouden?

Wie doet wat precies in deze aanpak/proces?

Integrale casus overleggen zien er overal anders uit. De zwaarte van de problematiek bepaalt waar een persoon besproken wordt. Vaak worden personen met complexe multi-problematiek en/of een hoog risico besproken in het VHH

Vindt er ook monitoring plaats?

Over personen die in aanmerking komen voor een persoonsgerichte aanpak (PGA), of waarop een PGA loopt, moet eenduidig informatie (binnen de wettelijke kaders) worden geregistreerd. De persoon is geprioriteerd vanwege zijn bijdrage aan de lokale veiligheidsproblemen en dit wordt intern geregistreerd als geprioriteerd politiepersoon (GPP). Hierdoor kan gericht informatie verzameld worden. Door deze personen te monitoren kunnen noodzakelijke interventies worden uitgevoerd op basis van de gemaakte afspraken.

Welke informatie mag er tussen de partners gedeeld worden?

Binnen de methode PGA gelden de gangbare regels (van de Algemene Verordening Gegevensbescherming) en dient altijd de doelbinding in overweging te worden genomen (denk aan het verschil tussen delen en verstrekken). Bij verstrekking van informatie richting het Veiligheidshuis gelden de uitgangspunten van het privacy handvat. De stuurgroep Veiligheidshuizen heeft op 2 maart 2017 het handvat ‘Gegevensdeling in het zorg- en veiligheidsdomein’ vastgesteld. Hiermee is er voor het eerst een richtinggevend document voor gegevensdeling in het zorg- en veiligheidsdomein beschikbaar. Het handvat richt zich op het delen van informatie bij integrale, keten overstijgende samenwerking rondom complexe problematiek. Dit handvat is ingevoegd in fase 2 van methode PGA.

Hoe komt een geprioriteerd persoon weer van de lijst af?

In het integrale casusoverleg kunnen ketenpartners besluiten om het plan van aanpak bij te stellen. Vragen die daarbij centraal staan zijn:

  • Krijgt de aanpak conform plan vorm en draagt iedereen daarin zijn steentje evenredig bij?
  • Heeft de PGA het beoogde effect of resultaat?

Wanneer de laatste vraag positief beantwoord is, betekent dit dat het label PGA voor de betreffende persoon komt te vervallen. Dit betekent dat de PGA-specialist een aantal acties uitvoert zoals het aanpassen van het systeem en het informeren van collega’s. Als de persoon geen nieuwe strafbare feiten pleegt zal deze ook - op termijn - niet meer automatisch aan de hand van systeemkennis voorkomen op de politienamenlijst.

Waarom persoonsgericht werken in plaats van incidentgericht werken?

Als je persoonsgericht werkt kun je een gedragspatroon herkennen en eventueel vaststellen aan de hand van incidenten die een persoon pleegt. Dit maakt dat je op basis hiervan een probleemanalyse kunt maken die input is voor een aanpak toegesneden op de persoon vanuit straf en zorg. Incidentgericht daarentegen is opsporen van de persoon die verantwoordelijk is  voor het incident en van daaruit een strafmaatregel opleggen die daarbij hoort.

Sinds wanneer werkt de politie met deze aanpak?

September 2014 is de politie gestart om binnen iedere eenheid de fase van signaleren en adviseren te uniformeren en te implementeren ofwel binnen een district ofwel de gehele eenheid. Dit heeft in 2015 een vervolg gekregen voor de eenheden die gekozen hebben voor een district om deze fase uit te breiden voor de gehele eenheid. In 2017 is de uitbreiding gekomen om ook de fase van selecteren en prioriteren en de fase van aanpak en interventies eenheid breed te implementeren.

Welke resultaten zijn er dusver mee geboekt?

De resultaten die we willen boeken is vermindering of oplossen van veiligheidsproblemen in de gemeente. Dit is jaarlijks te monitoren. Iedere gemeente doet dit dan ook jaarlijks en de cijfers zijn te vinden. Ook willen we recidive voorkomen en dan werken we aan preventie.

Is hier onderzoek naar gedaan?

Een voorbeeld van de PGA is de Top 600 in Amsterdam. In 2011 startte de gemeente Amsterdam met deze aanpak. Al snel bleek dat het aantal aanhoudingen en recidive waren gedaald. Uit de Effectmonitor van 2015 (23 februari 2016) blijkt dat er positieve resultaten zijn op alle drie de doelstellingen: (1) het verminderen van high impact criminaliteit binnen de Top 600, (2) het verbeteren van het perspectief van Top 600-personen en (3) het verminderen en voorkomen van in- en doorstroom van de broertjes en zusjes.