Ga naar content

Politiegeweld

De maatschappij heeft het bij een geweldsinzet door de politie al snel over politiegeweld. Deze omschrijving is overgewaaid uit Amerika. In de VS heeft politiegeweld een negatieve associatie; er wordt dikwijls een link gelegd met discriminatie en geweld tegen minderheden. Gelukkig is er in Nederland strenge controle op de inzet van geweld door de politie. Geweld gebruiken mag zeker niet zomaar. Er zijn strikte voorwaarden en regels aan verbonden. Agenten trainen daar regelmatig op, zowel op de fysieke toepassing van geweld als op de wet- en regelgeving. Ook moet de politieagent zijn aangewende geweld altijd melden en er verantwoording over afleggen. Op deze pagina vertellen we daar meer over.

Inhoudsopgave

Wanneer mag de politie geweld gebruiken?

Het geweldsmonopolie van de overheid is belegd bij de politie en de krijgsmacht. Dit betekent dat de politie de bevoegdheid heeft om geweld te gebruiken. Maar het gebruik van geweld moet wel aan een aantal regels en voorwaarden voldoen. Die staan beschreven in de politiewet en in de Ambtsinstructie.
Zo mag er alleen geweld gebruikt worden als er geen andere opties zijn. Helpt praten of is een wapenstok nodig of moet er naar een vuurwapen worden gegrepen? De politieagent maakt de afweging of geweld kan en mag worden ingezet  op basis van artikel 7 van de Politiewet, al dan niet met gebruik van geweldsmiddelen, zoals beschreven in de Ambtsinstructie. Daarnaast moet het gebruik van geweld in verhouding staan tot het incident. De politie mag ook niet meer geweld gebruiken dan nodig, zoals beschreven in de Ambtsinstructie. Aan het gebruik van geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Deze regels en voorwaarden staan beschreven in de Politiewet en de Ambtsinstructie.

Wil je weten wat het geweldsmonopolie precies is en hoe het werkt, bekijk dan deze video:

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=KVW7dRnWC7w

Wanneer mag een politieagent schieten?

Een agent mag schieten om iemand aan te houden die van een ernstig feit verdacht wordt, zoals bijvoorbeeld een gewapende overval of een (poging) doodslag of moord. Agenten leren om op de benen van een verdachte te schieten, het zogenaamde aanhoudingsvuur. Soms is de situatie zo ernstig dat er levensgevaar dreigt voor omstanders en/of de agent zelf. Dan is er sprake van noodweer en mag de agent niet alleen gelijk schieten, maar ook op het bovenlichaam van de verdachte richten in plaats van op de benen. 

Een agent richt zijn dienstwapen tijdens een oefening

 

 

 

 

 

 

Video: hoeveel geweld mag de politie gebruiken?

De politie mag alleen geweld gebruiken als het niet anders kan, maar daar zijn natuurlijk ook regels aan verbonden. In deze video legt politieagent Michael binnen één minuut uit wat de regels zijn.

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=kLO6OSwh5Gc

Hoe worden agenten getraind voor het gebruik van geweld?

Agenten zijn ervoor opgeleid en gecertificeerd om geweld te gebruiken.  Agenten leren in de opleiding hoe ze met hun wapens en toepassen van ander geweld moeten omgaan. 
Daarnaast volgen ze vier keer per jaar een training en wordt hun kennis en fysieke vaardigheden één keer per jaar op getoetst. Tijdens de toetsen wordt getoetst of de agent fysiek fit genoeg is om iemand in bedwang houden door middel van een fysieke vaardigheidstoets. Verder wordt de agent getoetst op schietvaardigheid en volgt er een aanhoudings- en zelfverdedigingstoets. Hierin wordt getoetst of wapens en vaardigheden op de juiste wijze worden gebruikt. Tot slot doet de agent ook een toets geweldbeheersing, waarin kennis van de wet met behulp van vragen en cases wordt getoetst.

Agenten oefenen met de wapenstok

 

 

 

 

 

 

 

Kan ik aangifte doen van politiegeweld?

Als je denkt dat er sprake is geweest van buitensporig of extreem geweld door de politie, kan je een klacht indienen via onze klachtenprocedure. Voor politiegeweld bestaat geen specifiek meldpunt of een apart proces voor aangifte, maar bij een klacht wordt de geweldsinzet nader onderzocht. Dat onderzoek wordt gedaan door een onafhankelijke klachtencommissie.

De klachtenprocedure heeft een bemiddelend en niet-bindend karakter. De politie probeert de klacht in tien weken te behandelen. De procedure is als volgt.

  • Eerst volgt een uitnodiging voor een gesprek.
  • Als dat niet naar tevredenheid of wens is, kan een onafhankelijke klachtencommissie de klacht bekijken. De commissie doet nader onderzoek.
  • Als ook dit onderzoek niet leidt tot tevredenheid of een heldere verantwoording, kan een beroep worden gedaan op de Ombudsman

Welke geweldsmiddelen heeft een politieagent bij zich?

Een politieagent beschikt over een dienstwapen, pepperspray en een wapenstok. Agenten weten welk wapen zij onder welke voorwaarden of omstandigheden mogen inzetten. Uiterlijk 2018 worden zij uitgerust met een uitschuifbare wapenstok. Op dit moment worden er ook proeven gedaan met het inzetten van een stroomstootwapen. De resultaten van deze proeven moeten bepalen of dit middel zal worden toegevoegd aan de uitrusting van alle agenten.

infografic geweldsmiddelen

Hoe wordt geweld dat agenten gebruiken getoetst?

De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat de politie professioneel omgaat met haar geweldsbevoegdheid. Daarom leggen politiemensen verantwoording af over het gebruikte geweld bij de Hulpofficier van Justitie (hovj). De procedure is als volgt:
 

  • De politieagent meldt het geweldgebruik mondeling bij de hovj en schriftelijk in het interne systeem van de politie.
  • De hovj heeft een gesprek met de betrokken politieagent en toetst of de geweldsaanwending geregistreerd moet worden of kan worden afgedaan met een mutatie. Registratie moet plaatsvinden als het geweld letsel van meer dan geringe betekenis of de dood heeft veroorzaakt, als een vuurwapen is gebruikt en als de hovj zelf aanleiding ziet tot registratie. Dat kan het geval zijn als er nader onderzoek nodig is om de geweldsaanwending te kunnen beoordelen of als de hovj twijfelt aan de professionaliteit van de geweldsaanwending.
  • Blijft het bij een mutatie, dan wordt het proces afgerond.
  • Als de hovj aanleiding ziet om het toegepaste geweld verder te laten onderzoeken, dan wordt er een geweldregistratie opgemaakt. Deze registratie wordt vervolgens doorgezet naar het sectorhoofd. Het sectorhoofd zorgt ervoor dat alle feiten en omstandigheden helder zijn. Hij kan daarvoor indien nodig zelf onderzoek doen, ondersteuning daarvoor inschakelen of een beroep doen op VIK. Op basis daarvan formuleert hij een advies aan de politiechef. Daarna gaat het dossier voor advies naar de Commissie Geweldsaanwending.
  • De commissie geweldsaanwending bestaat uit interne en externe leden en heeft de taak om de geweldsaanwending te toetsen op professionaliteit: voldeed het toegepaste geweld aan de wettelijke eisen en aan de eisen van vakmanschap?
  • De politiechef geeft met behulp van de adviezen van zowel het sectorhoofd als de commissie geweldsaanwending zijn eindoordeel over de geweldsaanwending.en de betrokken politieagent wordt op de hoogte gebracht van dit eindoordeel.

Wat gebeurt er als een agent zwaar geweld heeft gebruikt?

Bij geweldsaanwendingen die letsel van meer dan geringe betekenis of de dood tot gevolg hebben, wordt altijd een geweldsregistratie opgemaakt. Ook wordt het Openbaar Ministerie in kennis gesteld van deze geweldsregistratie.

Wanneer een politieagent zijn (vuur)wapen heeft gebruikt en hierdoor letsel is ontstaan, volgt altijd een onderzoek door de Rijksrecherche. De Rijksrecherche is geen onderdeel van de politie, maar een onafhankelijke rechercheafdeling die opereert onder de verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie.

Na het onderzoek door de Rijksrecherche bepaalt het Openbaar Ministerie of er strafvervolging tegen de betreffende politieagent wordt ingesteld.

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=FSpdApcGmBA

Wat doet de Rijksrecherche?

Bij schietincidenten of geweldsinzetten door de politie waarbij mensen (ernstig) gewond zijn geraakt of die een dodelijk afloop hebben, doet de Rijksrecherche altijd onderzoek. U heeft dat mogelijk wel eens gelezen in onze nieuwsberichten. Maar wat betekent een Rijksrechercheonderzoek nou precies? Belangrijk om te weten is dat de Rijksrecherche géén onderdeel is van de politie. Het is een onafhankelijke partij die onderzoek doet voor het Openbaar Ministerie.

Onderzoek bij overheidsdiensten
De Rijksrecherche onderzoekt naast schietincidenten bij de politie, ook overheidsoptreden dat kan duiden op corruptie of ander strafbaar gedrag. Er komt bijvoorbeeld overheidsinformatie op straat terecht die daar niet hoort. Er duiken berichten op over zelfverrijking door een bestuurder, politicus of een ambtenaar. Of er zijn signalen over te weinig afstand tussen uitvoering van publieke taken en persoonlijke belangen van overheidsfunctionarissen of van anderen. Vermoedens die kunnen leiden tot een verdenking en de wens de waarheid boven tafel te krijgen. De onderzoeken zijn dus lang niet altijd geweld gerelateerd. Het gaat vaak om integriteits- en fraudekwesties of ander strafbaar gedrag van overheidsfunctionarissen. Op deze pagina beperken we ons echter tot onderzoek binnen het politiewerkveld.

Objectief en onafhankelijk
Rijksrechercheonderzoeken bij de politie richten zich doorgaans op de inzet van geweld met de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, ernstige aanrijdingen of het overlijden van een arrestant in een politiecel. De wet eist in die situaties onpartijdig onderzoek. Het onderzoek door de Rijksrecherche gaat dan ook om de feiten: objectieve waarheidsvinding staat voorop. Ze zoekt dus zonder oordeel naar de absolute waarheid, zonder te speculeren of aannames te doen. De Rijksrecherche is daarom ook geen onderdeel van de politie, maar opereert rechtstreeks onder het College van procureurs-generaal. Dat garandeert dat ze haar werk met gepaste afstand en onafhankelijk kan doen.

Familierechercheur
Zodra de Rijksrecherche na een incident een onderzoek instelt, heeft dat enorme impact op de betrokkenen. Zowel op de (familie van) slachtoffers als op de politiemensen. Bij (heftige) incidenten hebben ook social media grote invloed. Dat betekent voor alle betrokkenen een extra belasting in een toch al moeilijke periode. In zo’n geval kan de Rijksrecherche ook speciale familierechercheurs inzetten. Daarover kunt u meer lezen op de site van de Rijksrecherche en in de speciale folder.

Bijzondere positie politieagenten

Op dit moment maakt de strafwet geen onderscheid tussen burgers die geweld gebruiken en politiemensen die dat doen omdat hun werk het vereist. Justitie beoordeelt op dit moment de politieagent en een gewelddadige burger aan de hand van dezelfde wetsartikelen. Dit terwijl agenten soms geen keuze hebben bij het gebruik van geweld. Waar burgers vaak een stap naar achteren doen, moeten zij een stap naar voren doen, soms met gevaar voor eigen leven. Het Ministerie van Veiligheid & Justitie en de politie willen het mogelijk maken om ook op basis van het Wetboek van Strafrecht politiegeweld zorgvuldig te toetsen, maar dan meer rekening houdend met de bijzondere positie van politieagenten.

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op vrijdag 23 december 2016 het wetsvoorstel Geweldsaanwending Opsporingsambtenaar naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel moet leiden tot het wettelijk verankeren van de bijzondere positie die agenten innemen bij het toepassen van geweld tijdens de uitoefening van hun functie. Het wetsvoorstel is een wettelijk kader voor de beoordeling van geweldsaanwendingen door opsporingsambtenaren. Kernvraag die in dit stelsel wordt gesteld is of de betreffende opsporingsambtenaar zijn geweldsbevoegdheid heeft ingezet volgens de geldende normen en instructies. Het wetsvoorstel is controversieel verklaard wat betekent dat het wordt behandeld wanneer de nieuwe minister er is.

Agenten trainen hun aanhousingstechnieken

 

 

 

 

 

 

Gerelateerde artikelen

Blogserie: stap naar voren

Als agenten geweld moeten gebruiken, heeft dat altijd impact. Liever lossen ze conflicten dan ook op met hun mond. Geweld is een uiterst middel dat ze alleen toepassen als er geen andere mogelijkheid is om een verdachte onder controle te brengen. Of als er direct gevaar dreigt voor omstanders of de agent(en) zelf. Een aantal politiemensen heeft in blogs beschreven hoe zij de inzet van geweld hebben ervaren. Hieronder leest u hun verhalen.

Video's: echte politieverhalen

Sommige agenten hebben hun ervaringen met geweld voor de camera verteld. Hun verhalen bekijkt u hier:

Video: in de schoenen van een agent

Vaak wordt er (vooral) op sociale media geroepen dat de politie harder op moet treden bij geweld. Of, omgekeerd, juist veel te snel het wapen trekt. Niet zelden zijn dergelijke commentaren zonder enige inhoudelijke kennis geplaatst. En dat is best logisch, want de meeste mensen weten niet precies hoe de politie traint, oefent en aan welke regels en wetten agenten zich moeten houden bij het toepassen van geweld. Onder andere daarom is er een tien minuten durende film gemaakt over geweldsinzet door de politie. Zes Nederlanders (géén politiemensen!) kregen een uniek inkijkje in het politiewerk en onvervonden de zwaarte, dilemma's en (on)mogelijkheden aan den lijve. Weten hoe dat ging? Kijk dan nu de film:

Hier is een YouTube-video ingesloten. Deze kan niet getoond worden omdat u geen cookies accepteert. U kunt de video ook bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=Sg9uI9iNaDE