Ga naar content

Schieten door de politie

Agenten komen geregeld in situaties waarin geweld gebruikt moet worden. Bijvoorbeeld bij een ruzie, een vluchtende verdachte of wanneer een persoon iemand anders iets wil aandoen. Soms is het geweld gericht op de agent zelf. Agenten worden getraind om met al deze situaties om te kunnen gaan en zonodig hun wapenstok, pepperspray of vuurwapen te gebruiken.

Inhoudsopgave

Wanneer mag de politie schieten?

De politie is bevoegd om geweld te gebruiken om haar taak, de handhaving van de rechtsorde, uit te voeren. Het gebruikte geweld moet altijd in verhouding staan tot de situatie en het misdrijf. Dit wordt ook wel ‘proportioneel en subsidiair’ genoemd. Tijdens een gevaarlijke situatie probeert de politie te de-escaleren. Eerst gebruikt de agent zijn stem om de verdachte te vorderen iets te doen of juist niet te doen. Als dit niet lukt, schaalt hij of zij op naar het gebruik van wapens; bijvoorbeeld pepperspray, de wapenstok of inzet van de politiehond. Pas op het laatste moment pakt de agent zijn vuurwapen. Hij kan een waarschuwingsschot lossen. Wanneer er sprake is van noodweer heeft een agent vaak geen tijd om te de-escaleren. Hij is dan bevoegd om gelijk te schieten. Een agent mag ook schieten om iemand aan te houden die van een ernstig feit verdacht wordt. In die situaties heeft de agent geleerd op de benen van de verdachte te richten. Wanneer er sprake van noodweer is, mag de agent op de romp van de verdachte schieten.

Wat is noodweer?

Als een agent zelf in gevaar is of wanneer een verdachte een ander persoon (levens)gevaarlijk bedreigt, is er sprake van noodweer en mag de agent schieten.

Hoe wordt een agent getraind?

Agenten leren in de opleiding hoe ze met hun wapens moeten omgaan. Daarnaast volgen ze een aantal keer per jaar een training en wordt hun kennis twee keer per jaar getoetst. Tijdens de toets wordt gekeken of de agent fysiek fit genoeg is om iemand in bedwang te houden en of hij zijn wapens op de juiste wijze gebruikt. Een parcours op de schietbaan is onderdeel van de toets. Ook kennis van de wet wordt met behulp van vragen en cases getoetst.

Wat gebeurt er na een schietincident?

Wanneer een agent zijn wapen gebruikt heeft, en door politievuur letsel ontstaan is, volgt een onderzoek door de Rijksrecherche. In alle andere gevallen waarin geweld door de politie gebruikt is, volgt een geweldsrapportage en zonodig een intern onderzoek.
De Rijksrecherche is een onafhankelijke rechercheafdeling onder de verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Door de onafhankelijke positie kan zij objectief onderzoeken of het vuurwapengebruik rechtmatig was. De agent die geschoten heeft, wordt zo snel mogelijk na het schietincident door de Rijksrecherche gehoord. Wanneer er bij de start van het onderzoek naar het incident geen twijfels bestaan over de rechtvaardigheid van het wapengebruik, mag de agent zijn functie tijdens het onderzoek blijven uitvoeren. Zijn die twijfels er wel, dan kunnen maatregelen tegen de agent worden genomen.